Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kip. Vooral als stillevenschilder verwierf Weenix een grooten naam; zijn doode hazen zijn beroemd en zijn „Doode zwaan" in het Mauritshuis is in zijn soort onovertroffen. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, het Stedelijk Museum te Haarlem, het Mauritshuis te 's Gravenhage en in het Museum Boymans te Rotterdam.

Weeraal, Donderaal of Groote Modderkruiper (Misgurnus fossilis). Zie Karpervisschen.

Weerbericht is het regelmatig verschijnende overzicht van de gelijktijdige weersgesteldheid in een meer of minder uitgestrekt gebied. Daartoe is bij internationale overeenkomst een bepaalde regeling vastgesteld. Volgens het Europeesche stelsel worden door de „weerberichtstations", waarvan ieder land er een aantal heeft ingericht in overeenstemming met zijn oppervlakte, des morgens om 7 of 8 uur waarnemingen gedaan, welke telegrafisch aan het centrale station van het land worden toegezonden. De organisatie van dezen dienst in Nederland is beschreven in het artikel Meteorologie, waarnaar wij verwijzen. Tusschen de centrale "stations der verschillende landen wordt het waarnemingsmateriaal uitgewisseld. In de meeste staten heeft men bovendien kleinere weerberichtsdistrikten gevormd, welke van het centrale station de waarnemingen van zooveel stations in geheel Europa ontvangen, als zij voor het opstellen van een prognose noodig achten.

Het telegrafisch overbrengen van de waarnemingen heeft volgens een overeengekomen cijferschrift plaats. In Europa onderscheidt men het continentale en het Engelsche stelsel. Het eerste berust op het metrieke stelsel, het tweede op het Engelsche. In N. Amerika wordt iedere barometerstand, temperatuur enz. in geschikte onderverdeeling door een woord uitgedrukt.

De centrale stations, resp. de weerberichtsdistrikten, publiceeren hun berichten op verschillende wijze. Bijna alle geven geautografeerde, gehektografeerde of op overeenkomstige wijze vervaardigde berichten uit (weerkaarten, zie aldaar), waarop de weersgesteldheid grafisch wordt voorgesteld door isobaren, isothermen, windpijlen, meteorologische teekens enz. Bovendien deelen zij hun berichten telegrafisch (isobarentelegrammen) of over de post aan grootere bladen ter publicatie mede. Behalve dagelijksche, worden ook wekelijksche, maandelijksche, kwartaal- en jaarlijksche weerberichten gepubliceerd. Dit geschiedt voornamelijk door het Meteorologisch Instituut te Londen, voor ons land door het Meteorologisch Instituut in De Bilt in zijn „Jaarboek".

Weerd of Weert, een gemeente in de provincie Limburg, 9435 H. A. groot met (1910) 10 283 inwoners, wordt begrensd door de Nederlandsche gemeenten Stamprooi, Hunsel en Nederweerd (in Limburg), Maarhees en Budel (in Noord-Brabant) en de Belgische gemeente Bocholt. De bodem bestaat voor het grootste deel uit zand. Men vindt er eenige veenpoelen. Het hooge veen is grootendeels afgegraven. Tot de gemeente behoort de stad Weerd, benevens een aantal buurten.

De stad Weerd ligt in een hooggelegen streek ten Z. van de Peel aan de Zuid-Willemsvaart. Vroeger was zij een vesting met 5 poorten, n. L: de Hoogpoort, de Beekpoort, de Maaspoort, de Langpoort en de Molenpoort. Aan deze 5 poorten ontleenen

de 5 voornaamste straten haar namen. In 1816 zijn de wallen geslecht en de grachten gedempt. Weerd bezit 3 kleine pleinen, n.1. de Markt, de Korenmarkt en de Oelemarkt. De voornaamste gebouwen zijn: het stadhuis, de St. Maartenskerk, in 1600 gebouwd, met 9 altaren en het graf van Filips van Mtmlmorency, graaf van Hoorne en heer van Weerd, het zoogenaamde college (een school voor middelbaar onderwijs met een kostschool), het Ursulinenklooster, het Bregittinenklooster en het klooster van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis. Verder is er een Hervormde kerk, een marechausseekazerne en een station van de spoorlijn Gladbach—Antwerpen. De bevolking houdt zich voornamelijk bezig met landbouw, handel en nijverheid. Men vindt er o. a. bierbrouwerijen, molens, sigarenfabrieken, leerlooierijen enz.

De oudste oorkonde, waarin Weerd vermeld wordt, dagteekent van 1147, de plaats is waarschijnlijk echter veel ouder, volgens de overlevering werden de inwoners op het einde der 7d0 eeuw door Willebrord en Switbert tot het Christendom bekeerd. In den Tachtigjarigen Oorlog en later werd de stad herhaaldelijk belegerd.

Weerg-eld (compositio, weregildus) is de naam van de geldsom, die volgens het oud-Germaansche recht door den moordenaar betaald werd aan hen, die recht hadden op de bloedwraak. Het bedrag van het weergeld was afhankelijk van den stand van den vermoorde.

Weerglas. Zie Barometer.

Weerkaarten zijn kaarten, waarop de resultaten van het dagelijksch meteorologisch onderzoek worden weergegeven en die tegenwoordig in de meeste beschaafde landen gelijktijdig met de weerberichten verschijnen. In de eerste plaats zijn op haar de waarnemingsstations aangegeven. Op ieder van deze wordt de richting en de kracht van den wind aangeduid door geveerde pijlen, de bewolkingstoestand door meer of minder gevulde cirkeltjes, welke de waarnemingsstations voorstellen, de verdeeling van den luchtdruk op de hoogte van den zeespiegel voor verschillen van 5 mm. door isobaren. Een tweede kaartje geeft daarnaast,met behulp van overeengekomen teekens, een beeld van de verdeeling van den neerslag, alsook van de temperatuur, en wel door isothermen, welke telkens 5° C. verschillen. De weerkaarten, welke hier te lande door het Meteorologisch Instituut in de Bilt worden uitgegeven, geven daarenboven een schets van den luchtdruk op den voorafgaanden dag om 2 uur en 7 uur 's nam., alsook van den stand van de zelfregistreerende instrumenten. Verder bevatten zij de resultaten der dagelijksche waarnemingen in ons land in tabelvorm, benevens een overzicht der weersgesteldheid en de verwachting omtrent de aanstaande weersgesteldheid.

Weerpijn. Zie Pijn.

Weerseloo, een gemeente in de provincie Overijsel, 10 363 H. A. groot met (1910) 4743 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Tubbergen, Denekamp, Losser, Lonneker, Hengeloo en Borne. Langs de Loo-Lee en eenige andere beken vindt men klei, overigens bestaat de bodem uit diluviaal zand. De voornaamste middelen van bestaan zijn lanbouw, houtteelt en ooftteelt. Tot de gemeente behooren de dorpen Weerseloo, Nijstad, Rossum, Deuringen en Saasveld,benevens een aantal buurten,

I

Sluiten