Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hot dorp Weerseloo heeft zijn ontstaan te danken 1 aan een voormalig Benedictijnerklooster, dat om- ' streeks 1152 werd gesticht. Men vindt te Weerseloo | een Hervormde kerk.

Weerstand is in de dynamica de naam van t elke oorzaak, welke een beweging tegenwerkt. De 1 gewone weerstanden danken hun ontstaan aan de werking van het medium, waarin een lichaam zich ^ beweegt, bijv. van de lucht en het water, aan de wrijving, welke vaste lichamen, die langs elkander : glijden, op elkander uitoefenen, aan de onbuigzaamheid van touwen en kettingen enz. Bij een voertuig, < dat over een weg wordt bewogen, meet men den weerstand (wrijving) door de kracht, welke in staat ■ is het voertuig met de eenmaal verkregen snelheid I voort te bewegen. Ontbrak n. 1. de weerstand, dan 1 zou het zich, eenmaal in beweging, volgens het 1 traagheidsbeginsel, steeds met dezelfde snelheid verder bewegen. De kracht doet dus niet anders dan den weerstand overwinnen; zij is er aan gelijk. Veeren onder den wagenbak verminderen bij grootere snelheden den weerstand aanmerkelijk. Bij vaartuigen hangt de weerstand in veel grootere mate af van de snelheid, van den vorm van den scheepsromp en van dien der schroef.

Voor het begrip weerstand in de electriciteit raadplege men het artikel Electrische weerstand.

Weerstand van bouwmaterialen, ook vastheid geheeten, noemt men de kracht, waarmede zulke materialen zich tegen de scheiding of onderlinge verschuiving van hun deelen onder den invloed van uitwendige krachten (belastingen) verzetten. Onder de inwerking van uitwendige krachten ondergaat een vast lichaam steeds een vormverandering. Zoo lang daarbij de grens van veerkracht (zie Veerkracht), hier draagvastheid geheeten, niet wordt overschreden, zijn deze vormveranderingen van voorbijgaanden aard. Wordt die grens echter wel overschreden, dan worden zij blijvend, totdat ten slotte, bij verdere vergrooting van de uitwendige krachten tot aan de breukgrens de samenhang van het materiaal wordt verbroken. De kracht, welke daarvoor noodig is, noemt men breukbelasting, den weerstand, dien het materiaal bij deze grens biedt, vastheidscoëfficiënt.

Een lichaam kan door uitwendige krachten getrokken, gedrukt, afgeschoven, geknikt, gebogen en gedraaid worden. Den weerstand, dien het aan deze vormveranderingen biedt, noemt men resp. trék-, druk-, schuif-, knik-, buigings- en wringingsvastheid. Eindelijk spreekt men nog van same.ngestelde vastheid, als een lichaam aan verschillende vormveranderingen gelijktijdig is blootgesteld. Van grooten invloed op de vastheid is de temperatuur. Smeedijzer bijv. wordt bij hooge temperaturen week en verliest dan zijn vastheid bijna geheel. De nadeelige gevolgen van deze verminderde vastheid openbaren zich bijv. bij het springen van stoomketels, welke door watergebrek gloeiend zijn gestookt, en bij het instorten van niet vuurvast ommantelde ijzerconstructies in geval van brand.

Statische constructies (gebouwen, bruggen, schepen enz.) moeten de noodige vastheid bezitten. Haar deelen moeten in staat zijn om aan de op hen werkende uitwendige krachten op den duur weerstand te bieden. Daartoe mag het materiaal niet alleen niet boven de breukvastheid, maar zelfs niet boven de draagvastheid belast worden, omdat al¬

leen beneden deze grens de vormverandering, nadat de uitwendige krachten hebben opgehouden te werken, weder wordt te niet gedaan. De spanning, welke het materiaal duurzaam en zonder gevaar kan ondergaan, noemt men de toelaatbare spanning. De verhouding van deze tot de breukvastheid heet de zekerheidsgraad; hij bedraagt bij bouwconstructies voor ijzer ongeveer 1U—[t< voor hout en steen i/„—-i/l0. Omgekeerd moet in gevallen, waarin men, zooals bij het smeden, walsen enz. een duurzame vormverandering beoogt, de aangewende kracht de draagvastheid overtreffen, maar beneden de breukvastheid blijven, terwijl eindelijk, wanneer de sar menhang van het materiaal moet worden verbroken (schaaf- en draaibanken, boor- en freesmachines enz.) de uitwendige krachten zoowel grooter dan de draag- als breukvastheid moeten zijn.

Weert, Werdt of Werth, Janyan, Jean de oi Johann von, een cavaleriegeneraal uit den Dertigjarigen Oorlog, werd geboren omstreeks 1600 te Büttgen in de omgeving van Julich, trad in 1622 in dienst bij de troepen van Spinola, vervolgens bij de Ligue en werd in 1632 als kolonel in den adelstand opgenomen en voerde bevel over verschillenderegimenten ruiterij, waarmede hij in Beieren en in de Palts vele overwinningen behaalde. In December van laatstgenoemd jaar versloeg hij een Zweedsch korps bij Hervieden en werd tot generaal bevorderd. Na den Slag bij Nördlingen van den 5dsn en den 6d™ September 1634 werd hij door den keizer tot veldmaarschalk en vrijheer verheven, in 1635 deed hij strooptochten tot in den Elzas en maakte zich meester van Spiers en Toul. In 1636 belegerde hij Luik tevergeefs, drong daarna Frankrijk binnen en trok met zijn gevreesde ruiters tot voor Parijs. In 1637 veroverde hij de vesting Hermannstein in KeurTrier, trok vervolgens aan den Boven-Rijn op tegen Bernhard van Weimar en vernietigde diens leger bijna geheel. Den 28sten Februari 1638 beschermde hij Rheinfelden tegen den vijand, doch werd den 3aen Maart door een overval van Bernhard gevangen genomen. Men bracht hem naar Parijs en eerst m 1642 werd hij tegen generaal Hom uitgewisseld. !Sa i zijn terugkeer volbracht hij weder stoute strooptochten tegen de Zweden, de Hessen en de Fran. schen in de geestelijke vorstendommen. In 1643 i streed hij onder het opperbevel van Mercy en ver! nielde bij Tuttlingen nagenoeg de geheele vijande, lijke krijgsmacht. In 1644 sloeg hij met Mercy de . aanvallen van de Franschen op de Freiburger schan-

- sen af, in 1645 nam hij deel aan den ongelukkigen

- slag bij Jankau, behaalde met Mercy een overwin-

- ning bij Mergentheim, streed gelukkig bi] Allersheim r en werd na Mercy' s-AooUl met het opperbevel belast, t Nadat Maximiliaan van Beieren den 14den Maart

- 1647 met Frankrijk en Zweden een wapenstilstand ï had gesloten, trachtte Weert tezamen met Spork, 3 het Beiersche leger afvallig te maken en tot den t keizer te brengen. Hij werd echter door het leger

- verlaten en door den keurvorst in den ban gedaan, waarop hij naar den keizer vluchtte. De keizer ver-

- hief hem tot graaf en zond hem als generaal van de . cavalerie tegen de Zweden naar Bohemen. In 1648 i werd hij door den keurvorst teruggeroepen en be-

- werkte den 6den October den terugtocht van de t Franschen en de Zweden. Na den vrede trok hij zich t naar Benatek in Bohemen terug, waar hij den 16dea .- September 1652 overleed.

Sluiten