Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine paviljoens toestaan, uitsluitend met gezinsverpleging bezig. De Weezenstichting der Gereior- ] meerde kerk te Amsterdam past sinds 1902 de ver- | pleging in kleine paviljoens toe. Ook de weesinrichting Huisduinen volgt het palviljoenstelsel. Andere inrichtingen houden er een gemengd stelsel op na; in sommige worden bijv. de kinderen tot het 14J16 jaar in het gesticht verpleegd, terwijl zij daarna in een gezin worden gebracht. Ofschoon het stelsel van zeer groote gestichten steeds minder aanhangers vindt, wordt het in ons land nog veel toegepast.

Weesp, een gemeente in de provincie NoordHolland, 273 H. A. groot met (1910) 7190 inwoners, ligt op de beide oevers van de Vecht en de SmalWeesp en wordt begrensd door de gemeenten Muiden en Weesperkarspel. De bodem bestaat voor het grootste deel uit klei. Tot de gemeente behooren de stad Weesp en eenige verstrooide huizen.

De stad Weesp, aan beide oevers van de Vecht, heeft een bevallige ligging en een regelmatigen aanleg. In het O. en Z. bezit zij belangrijke vestingwerken. De fraaiste gedeelten van Weesp zijn: de Hoogstraat, de Heerengracht, de Nieuwstraat en de Nieuwstad. Men vindt er: een stadhuis, een Hervormde kerk, een Luthersche kerk, een RoomschKatholieke kerk, een Gereformeerde kerk, een synagoge, een station van den Oosterspoorweg enz. Rondom de algemeene begraafplaats ligt een fraai wandelpark. De voornaamste middelen van bestaan zijn veeteelt, zuivelbereiding en nijverheid. Beroemd is de cacaofabriek van Van Houten. Er worden wekelijks markten gehouden. In een oorkonde van het jaar 1156 komt de stad als Wisepe voor. In 1355 ontving zij stedelijke rechten van graaf Willem V. Zij werd o. a. veroverd door bisschop Jan van Arkel (1356), bisschop Arnold van Home (± 1373),de Gelderschen (1508) en de Pniisen (1787).

Weesperkarspel, een gemeente in de provincie Noord-Holland, 4633 H. A. groot met (1910) 2590 inwoners, wordt begrensd door de Noord-Hollandsche gemeenten Ouderamstel, Diemen, Muiden, Weesp, Naarden, Hilversum, 's Gravenland, Ankeveen en Nederhorst-den-Berg en door de Utrechtsche gemeenten Nichtevecht en Abkoude-Proostdij. De bodem bestaat uit laag veen, klei en zand. Het gebied wordt door de Vecht, het Gein, de Gaasp en de Smal-Weesp doorsneden. Veeteelt en zuivelbereiding zijn de voornaamste middelen van bestaan. Tot de gemeente behoort het noorderdeel van het dorp Ankeveen, de buurt Geinbrug, het fort en gehucht Uitermeer, benevens een aantal verstrooide woningen. In 1846 is de gemeente Bijlermeer bij Weesperkarspel ingelijfd. De gemeenteraad vergadert op het stadhuis van Weesp.

Weenwen of Weeuwenplanten noemt men in den herfst gezaaide en op kunstmatige wijze overwinterende planten van salade, kool enz. Deze planten worden in 't voorjaar vroeg uitgeplant en geven eer een opbrengst, dan de in het voorjaar gezaaide.

Weezenkas is de naam van een te Amsterdam gevestigde vereeniging, die ten doel heeft weezen, overeenkomstig de beginselen van de vrije gedachte, op te voeden. Zij werd in 1896 op initiatief van het Nederlandsche Vrijdenkersfonds opgericht. Aan het hoofd van de Weezenkas staat een bestuur van 7 leden, gekozen door het fonds, en een commissie voor opvoeding van 7 leden, gekozen uit de leden van de Weezenkas. De commissie beslist

voor elk bijzonder geval, hoe de verpleging zaï plaats hebben, kiest de gezinnen voor de verpleging uit, of benoemt de personen, die zich uitsluitend aan de verpleging van een aantal weezen zullen wijden. In 1906 werd door de vereeniging een weezenpaviljoen gebouwd. De Weezenkas verzorgt in de eerste plaats kinderen, voor wie door lidmaatschap het recht van verpleging is verkregen, verder kinderen, wier lot het bestuur zich om bijzondere reden heeft aangetrokken, en kinderen, met wier verpleging zij, overeenkomstig de wet van den 12den Februari 1901 is belast, wanneer het bestuur zich bereid verklaart deze last te aanvaarden. Door de vereeniging werden de geschriften „De alzijdige opvoeding of het weeshuis Prévost te Cempuis" en „Hebt ge voor uw weezen gezorgd?" uitgegeven.

Weezenverpleging. Zie Weeshuizen.

Wega is de naam van een ster van de eerste grootte in het sterrenbeeld de Lier. Haar afstand bedraagt meer dan 1 millioen maal den halven straal van de aardbaan, het licht heeft 20 jaar noodig om van de ster op de aarde te komen.

Wegdistel. Zie Distel.

Weg-edoorn. Zie Rhamnus.

Wegele, Fram Xaver, een Duitsch geschiedschrijver, geboren den 28stel1 October 1823 te Landsberg in Ópper-Beieren, studeerde te München en te Heidelberg, vestigde zich in 1849 als privaatdocent in de geschiedenis te Jena, werd in 1851 hoogleeraar aldaar, in 1857 te Würzburg en in 1858 lid van de historische commissie te München. Als zoodanig bezorgde hij met R. von Liliencron de uitgave van de „AUgemeine deutsche Biographie"(sedert 1875).Verder schreef hij: „Karl August, Groszherzog von Sachsen-Weimar" (1850), „Dante Alighieres Leben und Werke" (3de druk, 1879), „Thüringische Geschichtsquellen" (dl. 1 en 2,1854—1855), „Monumenta Eberacencia" (1863), „Zur Literatur und Kritik der frankischen Nekrologien" (1864), „Friedrich der Freidige, Markgraf von Meiszen"(1870), „Goethe als Historiker" (1876), „Graf Otto von HennebergBotenlauben und sein Geschlecht" (1875), „Geschichte der Universitat Würzburg" (2 dln., 1888), „Geschichte der deutschen Historiographie seit dem Auftreten des Humanismus" (1885), en „Johannes Aventin" (1890). Zijn „Gesammelte Vortrage und Abhandlungen" gaf Du Moulin Eckart uit. Hij overleed den 16den October 1897 te Würzburg.

Wegen dienen om in een land het onderling verkeer gemakkelijk te maken. Groote wegen, die de provinciën verbinden, worden gewoonlijk door het rijk, provinciale wegen door de gemeenten met provinciale subsidie aangelegd, terwijl gemeentelijke wegen en voetpaden door de gemeenten worden gelegd en onderhouden. Men heeft zandwegen, kleiwegen en harde wegen, en deze laatste kunnen klinkerwegen (straatwegen), macadamwegen en grindwegen zijn. Alle wegen, die volgens de technische regels voor den wegbouw aangelegd worden, noemt men ook wel kunstwegen. Om een kunstweg aan te leggen begint men met de traceering van de lijn tusschen de verschillende punten, die de weg zal verbinden. De beginselen, waarvan men uitgaat, zijn. zooveel mogelijk gebruik te maken van rechte verbindingen, sterke bochten en groote hellingen te vermijden. Voor de breedte van den weg neemt men minstens een ruimte aan, waarop twee beladen vrachtwagens gemakkelijk voor elkander kunnen

Sluiten