Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(1894) en „Molière" (1900), gedeeltelijk na zijn dood verschenen.

Weisz, Edmund, een Oostenrijksch sterrenkundige, geboren den 20ten Augustus 1837 te Freiwaldau in Oostenrijksch Silezië, studeerde sedert 1855 te Weenen, werd in 1858 adsistent en in 1862 adjunct van de sterrenwacht te Weenen, in 1879 hoogleeraar in de sterrenkunde aan de universiteit en in 1875 directeur van de sterrenwacht aldaar. In 1908 nam hij zijn ontslag. Hij schreef: „Über den Zustand der Astronomie beim Beginn der historischen Zeit" (1864), „Beitrage zur Kenntnis der Sternschnuppen" (2 dln., 1868—1870), „Sternkarten vom nördlichen und südlichen Himmel" (1874), „Bilderatlas der Sternenwelt" (2de druk, 1892) en „Über die Oberflachenbeschaffenheit der Planeten unseres Sonnensystems" (1891). Verder gaf hij de „Neue Annalen der kaiserlich-königlichen Sternwarte zu Wien-Wahring" (17 dln.) en „Littrows Wunder des Himmels" (8ste druk, 1897) uit.

Weisze, Christian Felix, een Duitsch dichter en schrijver, geboren den 8Bten Februari 1726 te Annaberg, studeerde te Leipzig tegelijk met Lessing en werd in 1750 leermeester van graaf Geiersberg, die eveneens te Leipzig studeerde. Nadat hij in vriendschappelijke betrekking was gekomen met Eckhof, Rabener en Gellert, liet hij de godgeleerdheid varen en bepaalde zich bij de fraaie letteren. Zijn eerste werk, het blijspel: „Die Matrone von Ephesus", werd met bijval ontvangen, een ander blijspel: „Der Teufel ist los" wikkelde hem in een pennestrijd met Gottsched, die voor goed een einde maakte aan den invloed van Gottsched op het tooneel. Een door Nieolai in 1757 uitgeschreven prijs voor het beste Duitsche treurspel werd door Cronegk behaald, maar spoorde ook Weisz aan om zijn krachten aan het treurspel te beproeven; hij vervaardigde voor den tweeden prijsvraag (1759) zijn „Eduard III", gevolgd door „Richard III". Op verlangen van Nieolai belastte hij zich met de voortzetting van de „Bibliothek der schonen Wissenschaften", maar hij eindigde dit werk wegens een reis, welke hij met zijn kweekeling ondernam naar Parijs, waar een ijverig schouwburgbezoek hem op nieuw tot het schrijven van drama's opwekte. Na zijn terugkeer in 1760 liet hij zijn leermeestersbetrekking varen. Daarop vertoefde hij eenigen tijd bij graaf Schulenburg te Burgscheidungen in Thüringen en werd vervolgens distriktsbelastinggaarder te Leipzig. Gedurende zijn verblijf bij graaf Schulenburg schreef hij de treurspelen: „Crispus", „Mustapha und Zeangir" en „Rosamunde", benevens de blijspelen: „Der Mistrauische gegen sichselbst" en „Die neue Weiberschule", verder een vertaling van Tyrtaeus en de „Amazonenlieder" (1760). Nadat hij bij de belastingen was geplaatst, vervaardigde hij nog een reeks van treuren büjspelen en de door Uilier gecomponeerde zangspelen: „Lottchen am Hof', „Die Jagd", „Die Liebe auf dem Land" en „Der Erntekranz". Voor zijn gezin had hij sedert 1765 „Lieder für Kinder" gedicht, welke algemeenen bijval vonden. Dit voorrecht viel ook ten deel aan zijn opvoedkundig tijdschrift: „Der Kinderfreund" (24 dln., 1776— 1782), waarmede hij een„BriefweehselderFajmiliedes Kinderfreunds"(12dln.,1783—1792)verbond. Sedert 1790 woonde hij op het riddergoed Stötteritz, hem als erfdeel toegewezen. Hij overleed den 16deu De¬

cember 1804. Weisze heeft door zijn werkzaamheid als dramatisch schrijver veel invloed uitgeoefend op het Duitsche tooneel. De vroeger hooggeprezen „Kinderlieder" onderscheiden zich geenszins door dichterlijke verheffing, maar zijn overige opvoedkundige geschriften zijn niet onverdienstelijk. Zijn „Selbstbiographie" is in 1807 te Leipzig in het licht verschenen.

Weisze, Christian Hermann, een Duitsch wijsgeer, een kleinzoon van den voorgaande, geboren te Leipzig den 10den Augustus 1801, studeerde aldaar, sloot zich aanvankelijk bij de wijsbegeerte van Hegel aan, waarbij hij later het Theïstisch element van de positieve pliilosofie van Schelling voegde, en werd met J. H. Fichte een van de grondleggers van het nieuwe speculatieve Theïsme en bestreed het Pantheistisch idealisme van Hegel. In 1846 werd hij benoemd tot gewoon hoogleeraar in de wijsbegeerte in zijn geboortestad, waar hij den 19den September 1866 overleed. Van zijn geschriften vermelden wij: „System der Aesthetik als Wissenschaft von der Idee der Schönheit" (2 dln., 1830), „Kleine Schriften zur Aesthetik" (1867), „Kritik und Erlauterung des Goetheschen Faust" (1837), „Die Idee der Gottheit" (1833), „Die philosophische Geheimlehre von der Unsterblichkeit des menschlichen Individuums" (1834), „Theodicee" (1834), „Von der Auferstehung" (1836), „Grundzüge der Metaphysik" (1835), „Die evangelische Geschichte, kritisch und philosophisch bearbeitet" (2 dln., 1838), „Üeber die Zukunft der evangelischen Kirche" (1849), „Christologie Luthers (1852)", „Philosophische Dogmatüi oder Philosophie des Christentums" (3 dln., 1845— 1862), „Die Evangelienfrage" (1856) en „Psychologie und Unsterbüchkeitslehre" (1869).

Weiszenburg of Weiszenburg am Sand, een stad in het Beiersche distrikt Mittelfranken, ligt aan den spoorweg en bezit 3 Protestantsche kerken, een Roomsch-Katholieke kerk, een Gotisch stadhuis, 2 monumentale fonteinen, een met een gedenkteeken voor Schweppermann en een met een gedenkteeken voor keizer Lodewijk van Beieren, een oud Romeinsch kasteel, een progymnasium, een hoogere burgerschool, een landbouwwinterschool, en een rechtbank. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 6709. De voornaamste middelen van bestaan zijn nijverheid en handel. Ten O. van de plaats vindt men de ruïne Wülzburg.

Weiszenburg- of Kron-Weiszenburg, een stad in het Duitsche distrikt Beneden-Elzas aan de Lauter en aan 3 spoorwegen, bezit een Protestantsche en een R. Katholieke kerk, een gymnasium, een landbouwschool, een rechtbank, nijverheid en wijnbouw en 6788 inwoners. De stad is haar oorsprong verschuldigd aan een abdij der Benedictijnen, welke in de 7de eeuw werd gesticht en een beroemde school bezat, waar Olfried omstreeks 168 zijn Evangelienharmonie vervaardigde. Zij behoorde tot de vrije tien steden van den Elzas, voerde in 1634 de Hervorming in, werd in 1677 door de Franschen veroverd en verbrand en in 1697 aan Frankrijk toegevoegd. Den 4den Augustus 1870 behaalden de Duitschers er de overwinning op de Franschen.

Weiszenburger Liniën is de naam van een voormalige reeks versterkingen in het arrondissement Weiszenburg in den Beneden-Elzas. Zij werden in 1706 door den maarschalk Villars aange-

Sluiten