Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rende schors, afwisselende hoofdtakken, meestal kransgewijs geplaatste bijtakken, naaldvormige, in scherpe spitsen uitloopende bladeren, in de bladoksels geplaatste mannelijke bloemen, vruchtkegels ter lengte van 4 cm. en eenigszins gevleugelde vruchten. W. giganiea Ldndl., ook de reuzenden en de mammouthsboom geheeten, de hoogste boom in Amerika, bereikt een hoogte van 110 m. en een zeer hoogen ouderdom, — volgens de jaarringen een van 1000 tot 3 000 jaren. De eerste mammouthsboomen werden in 1815 door Lobb op de Siërra Nevada ontdekt. Na dien tijd heeft men er onderscheidene in Californië aangetroffen en dezen boom ook overgeplant in Europa. Zie ook Sequoia.

Wellmann, Walter, een Amerikaansch Noordpoolvaarder, geboren in 1858 te Mentor (Ohio), werd journalist en trachtte in 1894 van uit Spitsbergen met sleden de Noordpool te bereiken. Daar echter het expeditieschip door het ijs was vernield, moest hij zich bepalen tot het doen van eenige opnamen aan de N. kust van Koning-KarelLand. Op een tweeden tocht bereikte hij met het stoomschip Frithjof Franz-Jozef-Land, overwinterde bij Kaap Tegethoff en drong in 1899 door tot den 82Bten breedtegraad. Na dien tijd vormde hij het plan om de Noordpool per luchtballon te bereiken. In 1906 begaf hij zich daartoe met een ballon naar het Deneneiland in hetN. van Spitsbergen. De ballontocht moest echter tot het volgend jaar worden uitgesteld, mislukte toen echter nogmaals, evenals een ballontocht over den Atlantischen Oceaan in 1910.

Wells, sir Thomas Sperwer, een Engelsch geneeskundige, geboren den 3den Februari 1818 te St. Albans, studeerde aan het Trinitycollege te Dublin, vervolgens aan de geneeskundige school te Leeds, aan de ontleedkundige school te Dublin en aan het St. Thomashospitaal te Londen. In 1841 werd hij lid en in 1844 fellow van het Royal college of surgeons. Een reeks van jaren was hij vervolgens werkzaam als arts op de Engelsche vloot. Gedurende den Krimoorlog deed hij dienst als eerste geneeskundige in de hospitalen te Smvrna en te Rankiri aan de Dardanellen. Na zijn terugkeer werd hij arts bij het Samaritan Hospital for women and chÜdren in Londen, waar hij vooral als ovariotomist grooten roem verwierf. In 1882 benoemde het College of Surgeons hem tot voorzitter en in 1883 verhief de koningin hem tot baronet. Hij overleed den 31sten Januari 1897 te Antibes. Van zijn geschriften noemen wij: „Ten series of 100 cases of ovariotomi" (1859—1880), „Diseases of the ovaries, their diagnosis and treatment" (1865, 2de druk, 1872), „On the radical cure of reducible inguinal hernia" (1854), „Cases of tetanus treated by woorara" (1860), „Cure of vaginal fistulae" (1870), „Relation of puerperal fever to infective diseases and pyaemia" (1875), „Lectures on the diagnosis and surgical treatment of abdominal tumours" (1878), „Ovarian and uterine tumours" (nieuwe druk, 1882), „Note book for cases of abdominal tumours" (6ae druk, 1881) en „Diagnosis and surgical treatment of abdominal tumours" (1885).

Wells, Herbert George, een Engelsch romanschrijver, geboren den 22eten September 1866 te Bromley, behoort tot de meest oorspronkelijke van de nieuwere Engelsche schrijvers, doordat hij natuurwetenschappelijke phantasterij en sociale

problematiek verbindt met humoristisch realisme, Wij noemen: „The time machine" (1895), „The wonderful visit" (1895), „The stolen bacillus" (1895), „The invisible man" (1897), „The war of the worlds" (1898), „Tales of space and tirve" (1899) en „When the sleeper wakes" (1899). Met „Love and Mr. Lewisham" (1900) begaf hij zich op het gebied der fijn-realistische psychologie van den modernen genreroman. Verder verschenen nog: „The first man in the moon" (1901), „Anticipations" (1901), „Mankind in the making" (1902), „A modern Utopia" (1905), „In the davs of comet" (1906), „The future in America" (19Ö6) en „The war in the air" (1908).

Welluidendheid of Euphonie is in de taal, den versbouw en de muziek de harmonische afwisseling van geluiden, die een aangenamen indruk maakt op het gehoor en den smaak voor het schoone bevredigt.

Wellust is een woord, dat vroeger geen ongunstige beteekenis had en bij dichters nog wel in een edele beteekenis wordt gebruikt. Gewoonlijk echter wordt het in ongunstigen zin gebruikt van zinnelijke genietingen, inzonderheid van geslachtsgenot.

Welplaat is de naam van een onbewoond eilandje, ongeveer 550 H. A. groot, gelegen in de provincie Z. Holland tusschen de Oude Maas en het Hartelsche Gat. Het is ontstaan als een deltaeiland in de vroegere uitmonding van de Oude Maas in de breede Nieuwe Maasmonding en omvat verscheiden kleine polders, in de 18Je en 19de eeuw ingedijkt. Door een dam in het Hartelsche Gat is het met Putten verbonden.

Wels of Meerval (Silwrus glanis). Zie Meervallen.

Wels, een stad in Opper-Oostenrijk, ligt 317 m. boven den zeespiegel, opden linkeroevervandeTraun en aan 4 spoorwegen. Zij is de zetel van een paar rechtbanken en heeft oude muren, een fraaie hoofdkerk met beschilderde glazen, een nieuwe Roomsche kerk van het Hart van Jezus, een Protestantsche kerk, een ouden burcht, waar Maximiliaan 1 den 12den Januari 1519 overleed, een fraai stadhuis, een standbeeld van Jozef 11, een volkstuin met een handelsschool, een groote cavaleriekazerne, een schouwburg enz. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 12 191. De plaats heeft nijverheid en handel. Sedert 1891 wordt door diepboringen brandbaar aardgas en aardolie verkregen, dat voor verlichting, verwarming en als drijfkracht wordt gebruikt.

Welsch, Welsh, Kymrisch of Cymrisch, de Keltische taal van Wales, wordt daar thans nog door ongeveer een millioen personen gesproken, die echter ook de Engelsche taal kennen. Zie Keltische talen en Kymrische taal- en letterkunde.

Welschinger, Henri, een Fransch schrijver, geboren den 2den Februari 1846 te Müttersholz in den Elsasz, werd archivaris van de Nationale Vergadering en secretaris van de groote, parlementaire enquête-commissies; terwijl hij thans chef van een bureau bij den Senaat is. Als schrijver trad hij op met eenige gedichten („André Chénier", „Charlotte Corday"), enkele romans („Ranza", „Sbarbaro" enz.) en een blijspel in verzen „La fille de 1'orfèvre", maar legde zich weldra uitsluitend toe op geschiedkundige en literair-historische studiën. Als vrucht daarvan verschenen o. a.: „Le théatre de la Révolution 1789—1799" (1880), „Les Almanachs de la

Sluiten