Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derde de Duitsche beschaving en heeft zich ook als minnezanger bekend gemaakt. Verder zorgde hij voor de verbetering van het Boheemsch recht, regelde het muntwezen en bevorderde de welvaart van zijn land.

Wenceslaus III, geboren in 1289, een zoon van Wenceslaus II, werd in 1302 te Stuhlweiszenburg tot koning van Hongarije gekroond, maar kon zijn gezag tegen Karei Bobert van Napels niet handhaven, zoodat hij zijn vader in 1305 naar Bohemen volgde. Hij werd den 4den Augustus 1306 te Olmütz door een Thüringschen ridder, Konrad von Bodenstein, vermoord. Met hem is de stam der Premysliden in de mannelijke lijn geëindigd.

Wenceslaus of Wenzel, Duitsch koning, als koning van Bohemen Wenceslaus IV, oudste zoon van keizer Karei IV, geboren den 26sten Februari 1361, werd reeds als driejarig kind tot koning van Bohemen gekroond en op zijn tiende jaar met Johanna, een dochter van hertog Albrecht I van Beieren, in het huwelijk verbonden. In 1373 werd hij beleend met de mark Brandenburg. Den 12den Juli 1376 werd hij tot Roomsch koning gekozen en den 6den Juli daaraanvolgende te Aken gekroond, in 1378 werd hij opvolger van Karei IV op den Boheemschen en Duitschen koningstroon. Ofschoon goed onderwezen, rijk begaafd en reeds op twaalfjarigen leeftijd tot deelneming aan de staatsaangelegenheden geroepen, was hij niet opgewassen tegen zijn moeilijke taak. Aanvankelijk trachtte hij aan de veeten tusschen vorsten, ridders en steden door de afkondiging van den landvrede op den Rijksdag te Neurenberg in 1383 een einde te maken, maar noch deze aankondiging, noch zijn herhaalde pogingen te Heidelberg (1384) en te Mergentheim (1387) hadden het gewenschte gevolg. Hierdoor ontmoedigd, begaf hij zich naar Bohemen. In 1389 liet hij zich overhalen, te Eger een Vorstendag te beleggen om een landvrede tot stand te brengen en liet de zaak der steden, welke hij vroeger tot verzet had aangespoord, varen. Daarenboven had hij in Bohemen zelf met de wederspannigheid van den adel en de aanmatiging der geestelijkheid te kampen. Toen hij in botsing kwam met den aartsbisschop van Praag, deed hij diens vicaris-generaal Von Pomuk (Nepomuk), die volgens zijn meening den aartsbisschop tegen hem opstookte, in 1393 in de Moldau werpen, en de leden van den adel, die de domeingoederen niet vrijwillig teruggaven, werden zonder vorm van proces gedood. Tengevolge van het zwak, doch tevens wreed en tyranniek bestuur van Wenceslaus kwamen de aanzienlijken in Bohemen tot het besluit, zich met den broeder van Wenceslaus, koning Sigismund van Hongarije, en zijn neef, markgraaf Jobst van Moravië, te verbinden. Door toedoen van dezen werd Wenceslaus in 1394 overvallen en op het kasteel te Praag maanden lang gevangen gehouden, totdat door tusschenkomst van zijn broeder, hertog.Johann von Görlitz, de Duitsche vorsten door bedreiging zijn vrijlating bewerkten. Niettemin moest hij een overeenkomst sluiten, die zijn koninklijk gezag in Bohemen zeer beperkte. Toen Wenceslaus aan de Visconti het hertogdom Milaan, een rijksleen, opdroeg en ter wille van Frankrijk de afzetting der beide tegenpausen Boni/adus IX en Benedictus XIII goedkeurde, besloten de vier keurvorsten van Mainz, Trier, Keulen en de Palts in 1400 Wenceslaus af te zetten. In¬

middels was Wenceslaus met zijn onderdanen in Bohemen opnieuw in botsing geraakt en Sigismund maakte hiervan gebruik, om hem gevangen te nemen en gedurende 19 maanden te Weenen op te sluiten. Daar paus Bonifacius IX in 1403 de afzetting van Wenceslaus met alle plechtigheid afkondigde, begunstigde laatstgenoemde uit haat tegen de R. Katholieke geestelijkheid de aanhangers van Huss. Toen in 1410, na den dood van Ruprecht, Sigismund tot Roomsch keizer gekozen was, deed Wenceslaus in een minnelijke schikking ten gunste van laatstgenoemde in 1411 afstand van zijn rechten op het keizerschap, behield alleen den keizerlijken titel, liet de regeering van Bohemen voortaan over aan de vergaderng der Standen aldaar en vermaakte zich op zijn kasteelen met de jacht. Hij overleed den 16den Augustus 1419 te Praag ten gevolge van een beroerte, die hem bij het vernemen van den opstand der Hussieten aangreep.

Wenceslaus de Heilige. Zie Wenzel.

Wenckebach, Willem, een Nederlandsch natuurkundige, geboren in 1806, bezocht het gymnasium te Leiden en studeerde vervolgens in de wis- en natuurkunde. Op negentienjarigen leeftijd werd zijn verhandeling over de inrichting en het gebruik van den barometer ten behoeve van hoogtemetingen bekroond. Hij nam verder deel aan de proeven over het geluid, door Moll en Van Beek op de heide tusschen Naarden en Amersfoort genomen, werd op 22-jarigen leeftijd leeraar aan de militaire school te Delft en vertrok in 1828 naar de militaire academie te Breda. Hier werd hij reeds in 1830 in zijn werkzaamheden geschorst, en gedurende een zesjarig ambteloos leven, legde hij zich toe op de meteorologie. Van 1836 tot 1842 was hij opnieuw werkzaam aan laatstgenoemde academie, bleef vervolgens anderhalf jaar zonder betrekking en werd in 1845 benoemd tot hoogleeraar aan de hoogeschool te Utrecht. Hij overleed den 2den Januari 1847. Hij schreef verschillende opstellen in het „Bulletin des sciences physiques et naturelles en Néerlande", in het „Natuur- en scheikundig Archief", in het „Tijdschrift van het Instituut" en in de „Verhandelingen en stukken", uitgegeven door het Provinciaal Utrechtsch Genootschap. Verder leverde hij: „Natuurkundige leercursus ten gebruike der Koninklijke Militaire Academie" (3de druk, 1840), „Uittreksel uit de meteorologische waarnemingen, gedaan aan boord van Z. M. Korvet Boreas enz." (1844) en „Uitkomsten der meteorologische waarnemingen, gedaan te Breda van 1831 tot 1846 enz." in 1848 uitgegeven door den hoogleeraar Buys Ballot.

Wenckebach, L. W. R., een Hollandsch schilder en etser, vooral illustrator, werd geboren te 's Gravenhage den 12den Januari 1860 en is thans te Amsterdam woonachtig. Hij begon zijn loopbaan als tuin-architect, daarna ging hij werken in Drenthe, Gelderland en Noord-Brabant. Hij maakte talrijke illustraties. In 1898 ging hij naar Santpoort, waar hij veel schilderde. Veel opgang maakten zijn Amsterdamsche stadsgezichten.

Wenckebach, dr. Iiarel Frederik, den 24Bten Maartl864te'sGravenhage geboren,studeerde sedert 1881 in de geneeskunde te Utrecht, promoveerde aldaar tot doctor in de geneeskunde in 1888 en werd arts in het volgende jaar. In 1885 bezocht hij het zoölogische station te Napels, in 1887 werd hij

Sluiten