Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekroond voor de beantwoording der door de wisen natuurkundige faculteit der Amsterdamsche universiteit uitgeschreven prijsvraag over „den bouw en de ontwikkeling der Bursa Fabricii bij vogels", op welk geschrift hij in 1888 promoveerde. In 1888 werd hij assistent bij de pathologische anatomie, in 1889 bij de anatomie, in 1891 bezocht hij andermaal het zoölogisch station te Napels. In 1892 vestigde hij zich als arts te Heerlen en in 1896 te Utrecht, waar hij werkzaam bleef tot zijn benoeming tot hoogleeraar te Groningen. Dit ambt aanvaardde [hij in 1901 met een rede, getiteld: „Experiment en kliniek." In verschillende tijdschriften publiceerde hij onderzoekingen op embryologisch gebied en artikelen over de analyse van den onregelmatigen pols, alsook (1894) een artikel over de serum-therapie bij diphtherie. Voorts verschenen van hem: „Die Arhythmie als Ausdruck bestimmter Funktionsstörungen" (1903), „Levensverzekering zonder geneeskundig onderzoek, een algemeen belang" („Geneeskundige Bladen", XIde reeks, nr. 3, 1904), „Über pathologische Beziehungen zwischen Atmung und Kreislauf beim Menschen" („Sammlung klinischer Vortrage", n. 465—466,1907). WenkebacWs wetenschappelijke verdiensten bestaan vooral in de toepassing van de resultaten door physiologen, vooral door Engelmann, verkregen, bij het onderzoek van het hart van dieren op het zieke menschenhart, alsook in zelfstandige onderzoekingen van het menschenhart, vooral van het zieke. Zijn genialiteit schitterde het sterkst in de vele sub. 1°. bedoelde toepassingen zonder laboratorium-hulpmiddelen. De geneeskundigen van de geheele wereld hebben hem dan ook met woord en daad gehuldigd voor zijn studiën over de physiologie en de pathologie van het menschenhart. De erkenning van zijn groote verdiensten bleek uit zijn benoeming in Juli 1911 tot hoogleeraar aan de hoogeschool te Straatsburg, welk ambt hij in October van genoemd jaar aanvaardde.

Wenden is oorspronkelijk de Duitsche naam voor Slaven in het algemeen, tegenwoordig verstaat men onder dezen naam de Slavische bevolking, die in de Opper- en de Neder-Lausitz woont. Zelf noemen zij zich Serbjo, waaruit de naam Sorben ontstond. Het gebied van de Sorben strekte zich vroeger in het W. tot aan de Saaie, in het O. tot aan de Bober, in het N. tot aan de Havel en in het Z. tot aan het Ertsgebergte uit. Thans beslaat het een oppervlakte van ongeveer 3500 v. km. In de Saksische Opper-Lausitz bedraagt hun aantal ongeveer 47 000, in de Pruisische Opper-Lausitz 28 000 en in de Pruisische Neder-Lausitz 40 000. Bij de volkstelling van 1900 werd hun aantal op 116 821 opgegeven. Zij belijden voor het grootste deel den Lutherschen godsdienst.

Wenermeer, het grootste meer van Zweden, in het zuidwestelijk gedeelte van het land tusschen de lans Wermland, Skaraborg en Elfsborg, 44 m. boven de oppervlakte der zee gelegen, heeft bij een grootste diepte van 90 m. een lengte van 143 en een grootste breedte van 80 km. De oppervlakte bedraagt volgens de laatste opmetingen 5568 v. km. Het meer bestaat uit twee deelen, het eigenlijke Wenermeer en het Dalbomeer, het kleinere zuidwestelijke gedeelte, dat door Wermlands Nas, een van het noorden in het meer zich uitstrekkend schiereiland, het eiland Kallandsö en onderscheiden klei¬

ne eilanden van het andere gedeelte gescheiden is; In het meer vindt men daarenboven nog andere eilanden, van welke Hammarö in het noorden, Thorsö en Bromö in het zuidoosten de voornaamste zijn. Het bevat een groot aantal baaien en ontvangt meer dan 30 rivieren, zooals de afvloeiing van het Dalslandsche stelsel en de Byelf, de gekanaliseerde afvloeiing van een reeks meren, waarvan de Glafsfjord en de Elgafjord de grootste zijn; verder de Norself, de Klara»lf, de Letelf enz. Het meer ontlast zich aan de zuidzijde door middel der Götaelf. Zijn spiegel verheft zich wel eens 3 m. boven den gewonen waterstand. De oevers zijn meest vlak. Aan dit vischrijke meer verheffen zich 6 steden: Wenersborg, Am&l, Karlstad, Christianhamn, Mariestad en Lidköping, alsmede de berg Kinnekulle. Men heeft op dit meer een drukke scheep- en stoombootvaart, vooral nadat het door het Götakanaal en het Trollhattakanaal in gemeenschap is gebracht met de Noordzee.

Wengernalp, een van de meest beroemde uitzichtspunten in het Berner Oberland, ligt tegenover de Jungfrau, aan den buitengewoon druk bezochten Wengernalpspoorweg, die Lauterbrunnen met Grindelwald verbindt. Hij is 1877 m. hoog. Op den top ligt een hotel, waar Byron de Alpenscenen van zijn „Manfred" dichtte. Nog drukker bezocht wordt het dorp Wengen, aan denzelfden tandradspoorweg gelegen, op een zonnig terras aan de linkerafhelling van Lauterbrunnen.

Wen-hien-tong-kao is de naam van een groote Chineesche encyclopaedie, bestaande uit 348 deelen, die vervaardigd werd door Ma Touan Lin. Het bevat artikelen over de canonnieke boeken, over de oude Chineesche letterkunde, de stamboomen van de keizers, de sterrenkunde enz. Het eindigt met de regeering van keizer Ming Tsong.

Wenkbrauwen (Supercilia) noemt men de boogvormige haarbundels, die de grens tusschen het voorhoofd en de oogstreek vormen. De haren zijn dik, kort, staan schuin naar buiten en worden het laatst grijs; zij beschaduwen het oog en vangen het zweet van het voorhoofd op. Twee kleine wenkbrauwspieren bewegen de huid, waarop de wenkbrauwen staan, binnenwaarts; de voorhoofdspier trekt zij naar boven, de ringvormige ooglidspier naar beneden.

Wennerberg', Gunnar, een Zweedsch dichter en staatsman, geboren te Lidköping in 1817, studeerde te Upsala en schreef een aantal gedichten, hymnen, koren enz, die hem in Zweden zeer populair maakten. In zijn bundel duetten „Gluntarne" (1847—1850) heeft hij op voortreffelijke wijze tafereelen uit het studentenleven te Upsala geteekend. In 1846 werd hij leeraar in de aesthetica aan de universiteit te Upsala, in 1849 in de wijsbegeerte aan het lyceum te Skara, in 1865 werd hij chef van een afdeeling in het ministerie van onderwijs. In hetzelfde jaar werd hij lid van de academie. Van 1870— 1875 werd hij minister van openbaar onderwijs. Daarna werd hij gouverneur van het lan Kronoborg en lid van de Eerste Kamer. Van 1888—1891 was hij opnieuw minister. Zijn verzamelde werken verschenen van 1881—1885. Hij overleed in 1902 te Stockholm.

Went, dr. August Ferdinand Christian, in 1863 geboren te Amsterdam, promoveerde aldaar op een proefschrift, getiteld: „De jongste toestanden der

Sluiten