Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond van de verhouding tusschen bewustzijn en zijn een materialistische, die het geestelijke afleidt uit het materieele, en een spiritistische, welke juist omgekeerd handelt, terwijl de historisch-matcrialistische den inhoud van het bewustzijn in laatste instantie door de productie-verhoudingen bepaald acht. Een verdere onderscheiding hangt samen met de vraag, of men zich het wereldproces denkt als het spel van blinde krachten, zonder doel en leiding (mechanische wereldbeschouwing), dan wel als gevolg van een buiten of in de wereld werkzame rede (teleologische wereldbeschouwing). Deze laatste kan dan weder negatief, d. i. als opheffing van het bestaande (metaphysisch pessimisme), of positief, d. i. als verdere ontwikkeling naar een hoogeren bestaansvorm (metaphysisch optimisme) gedacht worden. Ten slotte moet in een bevredigende wereldbeschouwing ook de menschheid haar plaats vinden. Al naarmate men den mensch als schakel in het wereldgeheel, dan wel omgekeerd de wereld alleen als tournooiveld van de menschelijke werkzaamheid opvat, spreekt men van een kosmocentrische en een anthropocentrische wereldbeschouwing. In de eerste is dan nog ruimte om den mensch als toevallig natuurproduct of als eindproduct van een universeele ontwikkeling te doen gelden. In de anthropocentrische wereldbeschouwing worden het leven van de menschheid en dat der natuur meestal als specifiek verschillend van elkander onderscheiden (dualisme).

In engeren zin verstaat men onder wereldbeschouwing ook de opvatting omtrent de zuiver menschelijke dingen. Hier staat de godsdienstige, welke den mensch in betrekking tot God beschouwt, tegenover de ongodsdienstige wereldbeschouwing, die hem zelfstandig opvat; de individualistische, waarbij het afzonderlijk individu als hoogste, tegenover de socialistische, voor welke de gemeenschap als voornaamste element geldt. Verder onderscheidt men de idealistische, welke aan de inwerking van ideale machten op het menschenleven gelooft, van de realistische wereldbeschouwing, die alles verklaart uit natuurlijke instincten en belangenconflicten; de optimistische, die gelooft aan een voortgaande ontwikkeling der cultuur, van de pessimistische, welke deze ontkent.

Wereldbol. Zie Globe.

Wereldboom, een heilige boom, die in den godsdienst van de Arische volkeren een belangrijke rol speelt, wortelt in de onderwereld, terwijl zijn kruin tot den hemel reikt; hij steunt den wereldbol; zijn uitgespreide takken vormen wolkenboomen, waarvan het hemelsche nat druppelt, zijn vruchten vormen de sterren of de verjongende „appels der Hesperiden." Het meest plastisch is deze gedachte uitgewerkt in de Wereldesch Yggdrasil van de „Edda". De Grieksche boom der Hesperiden, welke staat op de plaats, waar Atlas den wereldbol torst, is echter slechts een andere vorm van dezelfde gedachte. De Grieksche mythologie kent dan ook het ontstaan van den mensch uit esschenhout even goed als de Noorsche.

Wereldbrand (Grieksch= ETcpyrose) is het dogma van den ondergang der wereld door het verbranden van haar bestanddeelen; daarna zou dan opnieuw een schepping der dingen beginnen. Deze leer komt vooral bij verschillende Grieksche wijsgeeren, zooals Herakleiios, de stoïcijnen enz., voor.

Ook in de Noorsche mythologie is het bekend (zie Godenschemering).

Werelddeel noemt men een min of meer samenhangend gedeelte van het vasteland der aarde, dat door zijn grootte en den aard van zijn natuurlijke verhoudingen zich van ieder der andere deelen onderscheidt. Men neemt er gewoonlijk 5 aan, n. L Europa, Azië, Afrika, Amerika en Australië. Europa en Azië vormen op grond van de gegeven omschrijving, volgens v. Humboldt en Peschel, eigenlijk slechts één werelddeel, dat men wel Eurazië heeft genoemd; Amerika daarentegen moet beschouwd worden als uit 2 werelddeelen te bestaan. Intusschen kan het eenmaal ingeburgerde spraakgebruik niet meer worden te niet gedaan. Men moet echter aan onze tegenwoordige werelddeelen niet meer de beteekenis van een afzonderlijke eenheid toekennen.

Het aantal werelddeelen is in den loop der geschiedenis verschillend geweest. De Ouden onderscheidden er 2 of 3, al naar mate zij de ronde wereldschijf door de Middellandsche Zee in 2, of door deze en de lijn Tanais (Don)-Nijl in 3 stukken verdeelden. Toen men de Roode Zee had leeren kennen, nam men deze aan als grens tusschen Afrika en Azië. De Don werd echter tot in de 18ae eeuw beschouwd als de scheiding van Europa en Azië; eerst in 1730 nam men daarvoor den Oeral aan. In tusschen waren Amerika en Australië ontdekt. Het eerste werd langen tijd beschouwd als de O. lijke rand van Azië. Eerst in de 2de helft van de 16de eeuw trad het als zelfstandig werelddeel in de rij der anderen. Australië volgde in het midden der 17de eeuw als vijfde.

Werelden, Lagere en Hoogere, zijn volgens de Occultisten en de Kabbalisten, twee deelen van het heelal. De lagere wereld is de wereld van de stof, de hoogere wereld die van de gedachte. Elk ding in de lagere wereld is een weerkaatsing van de hoogere.

Werelden, Vier, zijn volgens de Kabbalisten vier afdeelingen, waarin het heelal is verdeeld. De hoogste, Atziluth, is de wereld van den reinen goddelijken geest, de laagste is het stoffelijk heelal. Daartusschen bevinden zich Briah, de scheppende wereld en Yetzirah, de vormende wereld. Volgens sommige schrijvers zijn deze vier afdeelingen de verstandelijke, zedelijke, zinnelijke en stoffelijke wereld.

Wereldhandel kan, als statistisch overzicht van den ruil van goederen, alleen gegevens verschaffen omtrent den buitenlandschen handeL De binnenlandsche ontsnapt hier, als overal elders, aan elke betrouwbare waarneming (zie Handel). Aan de berekeningen van Neumann-Spallart en Juraschek is de volgende tabel ontleend:

Uitvoer. Invoer. Totaal.

Jaar.

Miliioenen Mark.

1890 37 981 32 618 70 599

1891 40160 35 093 75 263

1892 38 093 32 450 70 543

1893 39 247 35 556 74 803

1894 37 007 31754 68 761

1895 38179 33 369 71 548

1896 39 960 34 247 74 207

1897 41284 35 752 77 036

Sluiten