Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

guur van den Olympischen Zeus van I'heidias, het mausoleum te Halikamassus, gedeeltelijk nog bewaard gebleven, de kolossus van Rhodus en de vuurtoren op het eiland Pharus bij Alexandrië.

Wereldwijzen, De onbekende, was de naam van een vereeniging, die omstreeks 1780 in Frankrijk en Duitscliland bestond en waarvan de leden naar hun voorgeven onderwijs in de alchemie konden geven, waarvoor zij zich met enorme sommen lieten betalen. Bovendien moesten zij, die tot de vereeniging toetraden, een hooge contributie betalen; zij ontvingen als bewijs van lidmaatschap, wederom voor veel geld, een blauwe kaart met Latijnsche opschriften.

Wereldzee. Zie Oceaan.

Wereldziel (Wereldgeest, Anima mundi) noemt men den geestelijken, ofschoon onbewusten en onpersoonlijken grond van het wereldproces, welke door enkele wijsgeeren, zooals Giordano Bruno, Schelling, Fechner en v. Harlmann, wordt aangenomen. Dit sluit een monistische opvatting van het geheele wereldstelsel in zich, daar alle op zich zelf staande bestanddeelen en processen daarin, door hun verhouding tot de wereldziel als alles beheerschend beginsel, ook tot elkander in innige betrekking komen te staan. Omgekeerd wijzen de aanhangers van deze leer op den samenhang en het onderling verband der bestanddeelen van het geheel der natuur als een bewijs voor de juistheid hunner opvatting.

Werenskiold, Erik, een Noorweegsch schilder, geboren den lldcn Februari 1855 te Vinger, bezocht aanvankelijk de universiteit te Christiania, doch legde zich daarna in dezelfde stad op de schilderkunst toe en vertoefde van 1876—1881 te München, waar hij onderricht ontving van Loefjtz en Lindenschmit. Daarna vertrok hij naar Parijs, in 1883 naar Christiania en in 1896 naar Lysacker. Van zijn werken noemen wij: „Spelende kinderen", „Een ontmoeting", „Een verloren zoon", „Meisje uit Telemarken" en „Een boerenbegrafenis." In deze werken vertoont hij zich als een fijngevoelig kunstenaar. Ook als portretschilder heeft hij uitstekende werken vervaardigd, zooals de portretten van Ibsen, Björnson, Grieg en mevrouw Lie—Nissen. Verder illustreerde hij desprookjes van Asbjörnsen, „De geschiedenis van deNoorweegsche koningen" van Snorre en de „Familie op Gilje" van Jonas Lie.

Werestsjagin, Wasilii Wasiljtwilsj, een Russisch historieschilder, geboren te Tsjerepovets (gouvernement Nowgorod) den 26BteR October 1842, bezocht het marine-instituut te Petersburg en werd officier, maar legde zich daarna op de schilderkunst toe, waarvoor hij de academie te Petersburg bezocht. Nadat hij eenigen tijd te Tiflis doorgebracht had en Frankrijk en de Pyreneeën had bereisd, vertrok hij naar Parijs, waar hij in het atelier van Geromes opgenomen werd. In 1867 vergezelde hij de expeditie van generaalKaufmann naar Turkestan en verkreeg aldaar door zijn militaire verdiensten het Georgskruis. Hij vestigde zich in 1870 te München, waar hij het atelier van Horschelt bezocht. Hier vervaardigde hij, naar de meegebrachte studiën en schetsen, een aantal schilderijen, meest interessante stadsgezichten en tafereeltjes uit het volksleven. Grooteren bijval nog hadden de landschappen en architectuurstukken, die ten¬

gevolge van een reis naar Indië (1874) ontstonden« In 1877 nam hij aan den Russisch-Turkschen winterveldtocht deel, waarvan de gruwelen zulk een indruk op hem maakten, dat hij besloot oorlogstafereelen als propagandamiddel voor den vrede te schilderen. In 1881—1882 werden deze schilderijen tentoongesteld te Parijs, Weenen, Berlijn en andere steden. Hij deed in 1874 een tweede reis naar Indië en bezocht ook Syrië en Palestina, waarna een aantal tafereelen uit het leven van Christus ontstonden, naturalistisch-ethnografisch van opvatting met een nauwkeurige verzorging van het landschap. In dezen tijd schilderde hij buitendien twee groote schilderijen, n. 1.: „Terechtstelling van Indische opstandelingen door de Engelschen" en „Terechtstelling van Russische nihilisten"; verder een aantal voorstellingen van het Kreml te Moskou. In de laatste jaren schilderde hij een aantal tafereelen uit het volksleven, interieurs, landschappen enz. uit Moskou, den Krim en het gouvernement Wologda, verder een cyclus van 11 tafereelen, die den veldtocht van Napoleon I naar Rusland behandelen. Werestsjagin is ook als schrijver opgetreden. Van hem verschenen: „Schetsen uit Indië" (met zijn echtgenoote), „Schetsen en herinneringen", „Van het oorlogstooneel in Azië en Europa" en „Herinneringen. Mijn jeugd." Hij overleed den 13aen April 1804 op het schip Petropawlowsk voor Port Arthnr.

Werf is de naam van een inrichting, waar schepen vervaardigd, uitgerust of hersteld worden. Men onderscheidt oorlogs- of marinewerven en particuliere werven, alsook staats- (rijks-) enparticuliere werven. Oorlogsschepen worden echter ook wel op particuliere werven gebouwd. De schepen worden vervaardigd op een helling (zie aldaar) of in een dok (zie aldaar). Zie verder Scheepsbouw.

Werf, Pieter Adriaansz. van der, een Nederlander uit den tijd van den Tachtigjarigen Oorlog, geboren in 1529 te Leiden, bekleedde aldaar meermalen de waardigheid van burgemeester. Zijn vader, Adriaan Laurens Maartensz. Vermeer, had drie zonen en een dochter, die later den naam Van der Werf aannamen; hij was zeemtouwer te Leiden en werd in 1537 bij de vervolging der Doopsgezinden, bij welke hij vermaner was, te Haarlem onthoofd. Pieter Adriaansz. nam in 1568 na de komst van Alva de wijk naar Bmden, maar keerde in Juni van dat jaar naar Holland terug, om de zaak der vrijheid te bevorderen. Na vruchtelooze pogingen verliet hij weldra weder zijn vaderland, waaruit hij bij vonnis van den Bloedraad van den 31s"-n Augustus 1668 met verbeurdverklaring van zijn goederen gebannen was. Hij ontving van den prins van Oranje, die te Dillenburg vertoefde, den last om onderscheiden zaken in Holland te regelen, gelden bijeen te brengen en uitgeweken regenten aan te moedigen, om zich naar Dillenburg te begeven. Van der Werf, vestigde zich in 1570 te Wesel en verschafte aan gezanten, boden, commissarissen enz. van den prins een onderkomen. Nadat zich de Hollandsche steden, met uitzondering van Amsterdam, onder het stadhouderschap van den prins hadden begeven, werd Van der Werf door dezen afgezonden, om met mr. P. de Rijke en Adriaan Manmaaher een aanslag op het graafschap Zutfen te ondernemen, welke naar wensch slaagde. Vervolgens werd hij met verschillende belangrijke zendingen belast.

Sluiten