Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 17den Mei 1573 werd hij burgemeester van Leiden en bewees aldaar vooral gedurende de beide harde belegeringen uitstekende diensten. Door zijn beradenheid en kalmte wist hij de muitende burgers in bedwang te houden en tot volharding aan te sporen. Na het opbreken van het beleg trad Van der Werf met kracht op voor de rechten en de vrijheden der stad. Dit bleek o. a., toen de prins als stadhouder den 14"611 October 1574 den magistraat wilde veranderen en het aantal leden der vroedschap verminderen. In laatstgenoemd jaar werd Van der Werf door de Staten van Holland en door den stadhouder benoemd tot commissaris-generaal om den benoodigden leeftocht voor het krijgsvolk te water en te lande te bezorgen. Bij de stichting van het college van gecommitteerde raden werd hij lid van dit lichaam, verder was hij tegenwoordig bij de aankomst van den graaf van Leicester te 's Gravenhage, vergezelde, op uitdrukkelijk verzoek der Staten, in 1587 prins Maurits op den tocht naar Geertruidenberg en werd in 1590 gemachtigd, om binnen de stad en het kwartier van Delft den hoofdelijken omslag en de verpachting der algemeene middelen te herzien. Nadat hij in 1574 zijn ontslag als burgemeester verkregen had, bekleedde hij nog tweemaal de burgemeesterlijke waardigheid en was tusschenbeide ook als schepen werkzaam. Hij overleed te Leiden den 1511"" Januari 1604. In 1661 verrees aldaar in de Hooglandsche kerk een marmeren gedenkteeken te zijner eere, terwijl men later ook twee gedenkpenningen vervaardigd heeft ter herinnering aan zijn verdiensten. Een nieuw monument werd in 1886 te Leiden op de Ruïne voor hem onthuld.

Werfdepot, Koloniaal, is de naam van een instelling, die in 1843 te Harderwijk opgericht en in 1909 naar Nijmegen verplaatst werd, tot aanvulling van de landmacht in onze overzeesche bezittingen en tot voorloopige opneming van de terug gezonden militairen. Haar taak werd verlicht door de instelling van de commissariaten van afmonstering in 1888 (zie Aanmonsteren) en door de instelling van de koloniale reserve (zie aldaar) in 1890. Het koloniaal werfdepöt is als zelfstandige afdeeling ontstaan uit het in 1815 opgerichte depöt-bataillon voor de koloniën no. 33. Tusschen 1816—1866 werden ten dienste van de koloniale werving in Zwitserland, Baden, Nassau en Holstein werfdepots op kleinere schaal opgericht, die in verband stonden met de instelling te Harderwijk, doch voor 1866 alle zijn opgeheven.

WerfF, Adriaan van der, een Hollandsch portret-, genre- en historieschilder, werd geboren te Kralingen bij Rotterdam in 1659 en overleed te Rotterdam in 1722. Hij was een leerling van Corn. Picolet en Eglon van der Neer. Bijna zijn geheele leven was hij te Rotterdam werkzaam. Hij was lid van het St. Lucasgilde aldaar. Sedert 1697 was hij hofschilder van keurvorst Johan Wilhelm van de Palts, die hem tot ridder verhief. Hij maakte verscheiden reizen naar Dusseldorp om door den keurvorst bestelde schilderijen af te leveren. Behalve als schilder, was hij als bouwmeester werkzaam. Van der Werff was tijdens zijn leven en tot zelfs in het begin der 19fle eeuw zeer beroemd. Zijn schilderwijze is uiterst fijn en zorgvuldig, doch zijn gladde portretten missen alle kracht en individualiteit: zij zijn in hooge mate décadent. Toch is zijn werk veel beter dan

dat van zijn broeder en navolger Pieter mn der Werff. Schilderijen van Adriaan van der Werff bevinden zich hier te lande in het Rijksmuseum te Amsterdam, het Mauritshuis te 's Gravenhage, het Museum Boymans te Rotterdam en in vele particuliere verzamelingen.

11 erff, Pieter van der, een Hollandsch portret-, genre- en historie-schilder, broeder, leerling en navolger van den voorgaande, werd geboren te Kralingen bij Rotterdam in 1665 en overleed te Rotterdam na 1731. Hij copieerde vaak het werk van zijn broeder. Tusschen 1703 en 1714 wordt hij herhaaldelijk vermeld als hoofdman van het St. Lucasgilde te Rotterdam. Werken van zijn ha-.d bevinden zich in het Museum Boymans te Rotterdam, het Rijksmuseum te Amsterdam en het Stedelijk Museum te 's Gravenhage.

Werg-eland, llemïk, een Noorweegsch dichter en schrijver, geboren den 17den Juni 1808 te Christiansand, studeerde te Christiauia in de godgeleerdheid, maar aanvaardde geen leeraarsambt. Hij trad aanvankelijk op met de kluchten „Ah" (1827) en „Irreparabile Tempus" (1828), die betrekking hadden op gebeurtenissen van den dag en die hij met 11 andere stukken onder het pseudoniem 8ijid Sifadda uitgaf. Zijn talrijke geschriften uit deze periode, o. a. de dichtbundels uit de jaren 1829 en 1833 legden getuigenis af van een buitengewoon talent, doch stootten velen af door hun woeste fantasie en ruwen vorm. Des te grooter werd zijn populariteit als leider van de nationalistische partij, die in aansluiting met de ideeën van het Engelsche rat;onalisme en de Julirevolutie voor vrijheid en volksregeering streed. Toen hij in 1830 het gedicht „Skabelsen, Mennesket, of Messias" uitgaf, waarin hij in rationalistisch-republikeinschen geest de gewichtigste ontwikkelingstijdperken dermenschheid schetste, verscheen van de hand van Weihaven, die voor een gemeenschappelijke Deensch Noorweegsche cultuur ijverde, een zeer ongunstig oordeel in het geschrift: „Hendrik Wergelands digtekunst og charakter" (1832). Daardoor ontstond een geweldige strijd tusschen de aanhangers van beide partijen. Wergeland trachtte door zijn couranten „Statsborgeren" (1835—1837) en „For Arbeidsklassen" (1840—1845), door volksgeschriften, reizen, redevoeringen enz. het volk te ontwikkelen. Li 1838 nam hij van koning Karei Johan, die den dichter zeer hoog stelde, een jaargeld aan en werd tevens tot rijksarchivaris benoemd, wat door velen alsverraad aan de zaak vanhetvolk werd beschouwd. Na dezen tijd kwam zijn kunst tot steeds grooter ontwikkeling. Zijn dramatisch gedicht: „Barnemordersken"f£(de kindermoordenares, 1835), het zangspel „Campbellerne" en het tooneelspel „Venetianerne'" geven reeds blijk van grooter beheersching van stof en vorm. Tot zijn meesterwerken behooren „Jan van Huysums blomstertykke" (1840), „Jöden", „Jödinden", en „Den Engelske lods". Hij overleed den 12a«° Juli 1845 te Christiania. Zijn geschriften zijnjvan 1852—1857 in 9 deelen uitgegeven door Lassen-, een bloemlezing daaruit verscheen van 1882—1884 in 9 deelen. In 1881 werd te Christiania zijn standbeeld onthuld.

Werkendam, een gemeente in de provincie Noord-Brabant, 3843 H. A. groot met (1910) 3466 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten De Werken-en-Sleeuwijk, Dussen en Made c. a. in

Sluiten