Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tering van den economischen toestand van de loontrekkende klassen.

De werkstaking der loontrekkenden heeft als te- ] genmiddel tegenover zich staan de uitsluiting der patroons (zie daaronder). De Ned. wet van 13 Juli ; 1907 S. 193 regelt de gevolgen der staking niet. 1 Niettemin mag volgens de laatste opvattingen wor- : den aangenomen, dat de staking geen einde maakt < aan een bestaand arbeidscontract, doch alleen aan de tegenpartij recht geeft ontbinding daarvan te vragen en schadevergoeding te vorderen, welke gemakkelijk kan worden geëxecuteerd op het staanqeld, indien de werkgever dit heeft ingehouden. Doch meestal wordt bij het einde der staking bedongen, dat de werkgever van dit recht geen gebruik maakt. De staking wordt dus juridisch alleen als een ongeoorloofde onderbreking van den arbeid opgevat.

De verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden, welke de staking ten doel heeft, kunnen bestaan in verhooging van loon, verkorting van den arbeidstijd, wijziging van andere arbeidsvoorwaarden, terugneming van ontslagen arbeiders, ontslag van opzichters, opheffing of intrekking van straf of boete, vermindering van kinder- of vrouwenarbeid enz., waarvan de beide eerstgenoemde zeker de voornaamste

Z1JDe kracht van het economisch strijdmiddel is daarin gelegen, dat de werkgever niet in staat is om spoedig de stakers door nieuwe, even bekwame arbeiders of beambten te vervangen. Dit zal alleen dan de uitkomst zijn als inderdaad tot het verrichten van het werk der stakers eenige bijzondere vaardigheid of vakkennis benoodigd is, welke het reserveleger van den arbeid mist of als alle beschikbare vakbekwame werklooze arbeiders door toedoen van sterke vakorganisaties worden teruggehouden zich als werkwilligen (strike-brekers, blucklegs) aan te melden. Voor het slagen van een werkstaking is dan ook een goede vakvereeniging onmisbaar. Deze zal de leiding der staking moeten hebben. Ze zal de werkwilligen door overreding van aanmelding voor de open plaatsen moeten terughouden. Niet zelden wordt daarbij ook geweld gebruikt, dat aanleiding geeft tot het tusschenbeide komen van de overheid, die uit den aard der zaak niet kan dulden dat de vrijheid van den arbeid wordt aangerand. Op de vakvereeniging rust ook de taak om de stakers gedurende den tijd der staking, zoo noodig, te steunen. Hebben de leden der vakvereeniging recht op een uitkeering bij staking, dan zal deze staking niet mogen worden aangevangen zonder goedkeuring van de geheele vereeniging of van haar bestuur. Het bestuur zal dan hebben uit te maken, wanneer de otalHn<r als peeindied moet worden beschouwd, het¬

zij het doel is bereikt, hetzij de staking verloren isZonder gehoorzaamheid aan een ijzeren discipline is een eenigszins groote staking vruchteloos.

Door middel van de staking hebben de werklieden zich reeds vele voordeelen verzekerd. Het is aan twijfel onderhevig of de toestand der werklieden zoo zou zijn als die thans is, wanneer de staking een op straf verboden strijdmiddel ware. Vandaar, dat in Nederland zich vele stemmen hebben verheven tegen de in 1903 in het Wetboek van Strafrecht opgenomen artikels 358 bis-quater, die de staking van ambtenaren en spoorwegpersoneel strafbaar stellen. Aan den anderen kant behoort het tot de taak der overheid te zorgen, dat op dat gebied, waar deze een monopolie uitoefent (administratie van publieke lichamen, openbare bedrijven, spoorwegverkeer) de dienst niet wordt gestremd. Twijfelachtig is het evenwel of dat doel door dit middel wordt bereikt.

De werkstaking moet aan vele eischen voldoen, wil ze kunnen slagen. Het moet eerst zeker zijn, dat het gevraagde ook feitelijk kan worden verleend. Om"de vraag te beantwoorden of bv. hoogere looneischen kunnen worden ingewilligd, is dikwijls te voren een nauwgezet onderzoek noodig van de zijde der vakvereeniging. Dan moet deze laatste ook financieel in staat zijn om haar leden gedurende den vermoedelijken duur der werkstaking te ondersteunen. Ten slotte moet de band tusschen stakers en leiders zoo hecht zijn, dat de eersten stipt de bevelen der laatsten opvolgen. En als aan al die eischen is voldaan, levert de staking voor de werklieden nog die ongunstige kans, dat de werkgever meestal bemiddeld genoeg is om de rente- en winstderving langen tijd te dragen, terwijl de kassen der vakvereeniging in den regel niet op groote en aanhoudende uitkeeringen berekend zijn. Voor de arbeiders is derhalve de staking een tweesnijdend zwaard, dat alleen in uitersten nood mag gehanteerd worden. Staking beteekent voor de maatschappij verlies van kapitaal, voor de ondernemers en voor de arbeiders verlies van inkomen. Het ligt i dus voor de hand dat onpartijdigen getracht heb; ben werkstakingen te voorkomen door scheidsgeï rechten, arbeidsraden en kamers van arbeid. ) Meestal hebben deze instellingen meer succes gehad i in het beeindigen van conflicten, dan in het voor-

- komen daarvan. Voorshands is de sterke vakver. eeniging van arbeiders en patroons nog een werkï zamer middel gebleken om nuttelooze, slecht voor-

- bereide of roekelooze stakingen tegen te gaan.

ï Geven wij ten slotte een overzicht van de werkt stakingen in Nederland, in zooverre het aan het 3 Centraal Bureau voor de Statistiek gelukt is daar

- omtrent gegevens te verzamelen.

Onderne- Duur Verloren Uitslag.

Aantal mingen Aantal „emiddeid aJbelds-

stakingen. daarbij stakers. ^ jagen. dagen (jewonnen. Verloren. Geschikt,

■betrokken. ' perjstaker.

1904 85 ±125 ± 4500 17 19 26 % 40% 30%

1 905 126 + 320 4- 4700 16 11 17 % 37 /0 43 /o

1906 164 ± 875 + 11200 15 19 18% 35% 39%

5 138 ± 478 ± 11600 34 28 18 % 36% 40%

U08 S ± 604 1 5700 18 10 22% «% »%

1909 142 ± 329 ± 6400 18 31 30 /0 27/0 33 /„

1910 130 ± 194 ± 4500 ? ? 19 /o A° /o 61 /»

Sluiten