Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijkste deel van het Hessische berg- en heuvelland, dat den hoek tusschen de dalen van den Beneden-Werra en den Beneden-Fulda inneemt. De hoogste berg is de op een voetstuk van 490—620 m. geisoleerd staande Meisner (760 m.), die door kleine bazaltbergen wordt omgeven.

Werre, ook Westfaalsche of Lippesche Werra geheeten, is een rivier in het vorstendom Lippe en in de Pruisische provincie Westfalen; zij ontspringt in het Lippesche Woud bij Horn, stroomt aanvankelijk noordwestwaarts, daarop noordoostwaarts, besproeit Herfort, ontvangt de Bega, de Aa en de Else, is 96 km. lang en mondt bij Rehme uit in de Weser. Daar de Else tegelijk met de Haase in verbinding staat, heeft men hier een bifurcatie.

Werst is de naam van een Russische lengtemaat van 600 saschèn of 3600 Russische of Engelsche voet —1066,781 m. — lengte. Op één graad van den aequator gaan 104,33 wersten, 1 km. bevat 0,9374 werst, 1 vierkante werst is 1,138 v. km., 1 v. km. is 0,878 vierkante werst.

Werth, Johami von. Zie Weert, Jan van.

Wertheim, Abraham CareJ, bij zijn tijdgenooten kortweg bekend als A. C., chef van het bankiershuis Wertheim & Gompertz te Amsterdam, door hem tot grooten bloei gebracht, werd geboren den 12den December 1832, in een gezin, waarvan de vader met zijn smaak voor literatuur en kunst, de moeder met haar praktischen, degelijken aard, ongetwijfeld grooten invloed op zijn karaktervorming hebben uitgeoefend. Hij verliet de school op 14-jarigen leeftijd om de kantoorloopbaan eerst bij de firma Wertheim en Gompertz, vervolgens bij het huis Königswarter te aanvaarden. Hij was iemand van geniaal initiatief en moedig idealisme, dat hem al wat hij begon ten einde deed brengen, zij het ook meermalen ten koste van zijn persoonlijke belangen. Geestdriftig, keurig redenaar; daarbij èn in zijn godsdienstige (Israëlietische) èn in zijn staatkundige denkbeelden bezield met de zucht te verzoenen, te waardeeren bovenal de meening van anderen. Vol belangstelling deelnemend aan iedere beweging zoo op gebied van kunst en wetenschap als op staatkundigten maatschappelijk terrein; getuige — om slechts een paar voorbeelden te noemen — zijn bemoeiingen in zake de oprichting der Kon. Ver. „Het Nederlandsch Tooneel", waarbij hij veel steun vond in zijn jongeren broeder Jacob Leon, den smaakvollen dichter getuige ook zijn penningmeesterschap der Commissie van Bijstand van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (ond. red. v. Prof. M. de Vries); de medewerking van hem, den liberaal, den voorstander van het openbaar onderwijs, om meerdere billijkheid tegenover de bijzondere scholen te verkrijgen; zijn arbeid o. a. als voorzitter, ten behoeve van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen in al haar vertakkingen; zijn doortastend reddingswerk toen in 1884 de Ned. Ind. Handelsbank, en de Koloniale bank, tengevolge van een ernstige suikercrisis, op haar grondslagen wankelden; zijn bijna spreekwoordelijk geworden weldadigheid eindelijk, niet alleen waar het openbare instellingen (Kindervoeding, Prins Hendrik stichting te Egmond aan Zee voor oude Zeelieden en de Prins Alexander-Stichting voor blinde kinderen) gold, doch meest in stilte. Zeer vaderlandslievend, wijjke karaktertrek zich in 't bijzonder uitte door zijn vereering voor zijn ge¬

boorteplaats Amsterdam, waarvan hij met mannen als Den Tex en Sarphati, zijn boezemvriend, de wedergeboorte als machtige koopstad en haven, de uitbreiding tot moderne wereldstad hoopte te bevorderen en door zijn deelneming aan alles wat daartoe kon bijdragen, ook in menig opzicht bevorderd heeft (1874—1894).

Op financieel gebied was hij een vraagbaak, iemand wiens advies meermalen den doorslag gaf. Ook was hij van tal van instellingen en maatschappijen medeoprichter of commissaris (Amst. Bank, Ned. Bank, Ned. Hand. Mij., mij. tot Exploitatie van Staatsspoorwegen Ned. Ind. Spoorweg-Maatschappij, Stoomvaartmaatschappij „Nederland" enz.) Op staatkundig gebied was hij vooral werkzaam als lid van de Prov. Staten van N. Holland, tot 7 Juli 1886, toen hij tot lid der Eerste Kamer Stat. Gen. werd benoemd. Van regeeringswege werden zijn verdiensten erkend door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van den Ned. Leeuw; daarnaast ontving hij velerlei buitenlandsche onderscheidingen zooals: Officier Legioen v. Eer, Officier van den Leopoldsorde, Officier van de Vrouw van Italië, Officier d' Académie enz. Hij overleed den 30eten November 1897, betreurd als een der meest sympathieke, populaire, doch bovenal achtenswaardige mannen in den lande. Zijn denkbeelden zijn, behalve uit zijn verschillende redevoeringen, vooral te kennen uit C. K. Eloufs: „De Heer Wertheim aan het woord." Zie daarnaast de biografieën van H. P. G. Quack en J. A. Levy.

Wertheim, Jacob Leon, een Nederlandsch novellist en dichter, een broeder van den voorgaande geboren te Amsterdam den 22sten October 1839, schreef de novelle: „Evelina" in het tijdschrift „Nederland" (1866), „Tusschen licht en donker", drie oorspronkelijke verhalen (1870) en een bundel „Proza en poezië," waarin zich een metrische vertaling bevindt van de Fransche drama's: „De afwezige" door Eugène Manuel en „Jean Marie" door Theuriet en van het gedicht „Enoch Arden" door Alfred Tennyson. Ook als oorspronkelijk dichter heeft hij Fransche en Nederlandsche gedichten vervaart'igd. Hij overleed te Amsterdam den IS11 enAugustusl882<

Werumeus Buning-, Arnold, in 1846 geboren te Uithuizen, werd opgeleid tot officier der marine, was eenige jaren directeur der modelkamer bij het departement van Marine en verliet toen den zeedienst met pensioen. Na vervolgens werkzaam geweest te zijn als directeur van het Museum voor land- en volkenkunde en van het Maritiem Museum Prins Hendrik te Rotterdam, werd hij ambteloos burger. Het tooneel van zijn romans en novellen speelt meestal op zee; en vele ervan zijn classiek geworden, omdat zij het leven van den kloeken en ronden zeeman met zoo groote aanschouwelijkheid weergeven, zooals in zijn „Marine-schetsen" (1880), „Uit en thuis met de Tromp" (1887) en „Binnen en buiten boord" (1894). Hij was de eerste die in „Marinestudiën van de 17de eeuw" (1888) het zeewezen van onze heldeneeuw in een romantisch kleed stak.

WerveL Zie Wervelkolom.

Wervelkolom of Ruggegraat (columma vertebralis s. spinalis), uit holle en bewegelijk verbonden beenderen samengesteld, dient tot steun van den romp; Öe wervels, waaruit zij bestaat, dragen naar gelang hunner plaats den naam van hals-, borst-,

Sluiten