Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 1165 en aan de grens van Maissoer op de hoogvlakte van Koedare Moekha van 1894 m. Naar de kust helt het steil en terrasvormig af. De wegen over het gebergte zijn moeilijk. Door het dal Ghat (692 m.) loopt de spoorweg Bombay—AUahabad, door het Bhor Ghat (650 m.) die naar Madras, terwijl een derde van uit Goa het gebergte overschrijdt.

West-Goten was dat deel van den grooten Germaanschen stam der Goten (zie aldaar), dat in 382 n. Chr. na herhaalde oorlogen met de Romeinen in dienst van dit volk trad. De Romeinen schonken hun gedeeltelijk kleinere stukken gronds, waarop sommige afdeelingen zich vestigden, gedeeltelijk werden zij direct door de keizerlijke magazijnen verzorgd. Na den dood van keizer Theodosius maakten de West-Goten een einde aan deze verhouding en verhieven Alarik tot koning, die een afzonderlijke provincie als rijk verlangde. Hij veroverde in 410 Rome, doch overleed, voordat hij zijn doel had bereikt. Zijn opvolger Athaulf voerde de West-Goten naar Gallië en Spanje. In 415 traden zij onder hun koning Wallia weder in Romeinschen dienst en ontvingen in 419, tengevolge van een verdrag met den keizer, een gedeelte van Aquitanië met de hoofdstad Toulouse. Dit rijk van Toulouse was aanvankelijk een deel van het Romeinsche rijk, weldra echter werd deze verhouding gewijzigd. TheodorikI, de opvolger van Wallia, droeg veel bij tot de nederlaag van Attila op de Catalaunische Velden. Zijn zoons breidden het rijk uit over het Z. van Gallië en Spanje, zijn kleinzoon Alarik 11 verloor echter in 607 Gallië aan de Franken en werd bij Vouglé gedood. Provence en Septimanië werd heroverd door den Oost-Gotischen koning Theodorik, die de voogdij aanvaardde over zijn kleinzoon Amalarik, den zoon van Alarik 11. In 526 nam deze zelf de regeering in handen over het rijk, dat tot Spanje en Septimanië was beperkt. Het rijk bleef bestaan tot 711, toen het door de Mooren na den slag bij Jeres de la Frontera werd veroverd. Tot de voornaamste koningen behooren nog: Leovigild, Wamba en Chindaswinth. Zij hadden allen voortdurend te kampen met oproerlingen en tegenstanders, daar het na het uitsterven van het geslacht van Theodorik geen dynastie gelukte den troon duurzaam in haar mach t te krijgen. In 586 traden de West-Goten, die tot aan dien tijd Ariaansch waren geweest, onder koning Rekkared tot het Katholicisme over, waardoor de toenadering tot de Romeinen werd bevorderd. Omstreeks 650 werden de verschillende wetboeken van de Goten en de Romeinen afgeschaft en schonken de koningen aan het geheele volk één gemeenschappelijk wetboek, dat voornamelijk op Germaanschen grondslag rustte. Ook de overige staatsinstellingen waren hoofdzakelijk Germaansch. Na de verovering door de Arabieren hield alleen een rest van de West-Goten zich in de noordelijke gebergten staande; hun strijd met de Mooren vormt het begin van de geschiedenis van Spanje.

West-Gothland of Wester-götland is de naam van een Zweedsch landschap tusschen het Wener- en Wettermeer, met eenig kustland aan den mondderGöta-elf. Het behoort tot drie lans, namelijk tot Skaraboig, Elfsborg en Gotenburg, van welke echter deze laatste enkel het kleine zuidelijke kustgewest en het tusschen de beide armen der Göta-elf gelegen eiland Hiesingen bevat. Zie Skaraborg, Elfsborg en Golenburg-en Bohuslan.

West-Griqualand. Zie Griqua.

West-Ham, een voorstad in hetN. O. van Londen, gelegen op den linker oever van de Lea, een zijrivier van de Theems, strekt zich uit van Stratford le Bow tot tegenover Woolwich en telt (1901) 267 358 inwoners. Behalve een oude Allerheiligenkerk bezit het enkele nieuwe kerken, eenige kloosters, groote ziekenhuizen en een park. In het Z. loopen de Victoria- en Albert-dokken over een lengte van 4400 m. over het gebied van West-Ham. Het is de zetel van een omvangrijke nijverheid, welke wasdoek, chemicaliën, kunstmeststoffen, machines en stoomketels (1901: 8200 arbeiders) levert. De scheepsbouw gaat achteruit.

West-Hartlepool. Zie Hartlepool.

West-Indië of West-Indische eilanden is feitelijk een andere naam voor de Antillen (zie aldaar); gewoonlijk echter gebruikt men den naam Antillen meer in geografischen, den naam West-Indië in staatkundigen zin. Men beschouwde deze eilanden aanvankelijk als een deel van Indië, waarom men hun den naam van West-Indië gaf. Door sommigen wordt ook wel een deel van het vasteland tot WestIndië gerekend; zoo wordt Suriname wel beschouwd als een West-Indische bezitting.

Toen Columbus in 1492 de West-Indische eilanden ontdekte, waren zij hoofdzakelijk door twee stammen bewoond, de Arowaken en de Cariben* Van de eersten, die bij een monarchalen regeeringsvorm en een erfelijk bewind aan Kaziken onderworpen en reeds tot een zekeren trap van beschaving opgeklommen waren, is tengevolge van de onmenschelijke wreedheid der Spanjaarden geen spoor meer te vinden, hoewel zij bij de ontdekking van Amerika waarschijnlijk omstreeks 3 millioen zielen telden. De Cariben, een woest en krijgshaftig volk, boden aan de Spanjaarden een hardnekkigen tegenstand, maar moesten tenslotte het onderspit delven, zoodat van hen slechts geringe overblijfselen te vinden zijn. De Spanjaarden waren de eersten, die koloniën vestigden op Cuba, daarop volgden de Franschen, Engelschen, Nederlanders, Denen en Zweden. Toen de inlandsche arbeidskrachten uitgeput waren, begon men sedert 1524 Negers uit Afrika als slaven in te voeren (zie Slavernij). Nadat door de afschaffing van de slavernij, het eerst in de Britsche koloniën (1833), het laatst op Cuba (1880), opnieuw gebrek aan werkkrachten ontstond, daar de vrije Negers weigerden voor loon te werken, heeft men sedert 1844 koelies uit Indië en China ingevoerd. Tegenwoordig bestaat ongeveer 30% van de geheele bevolking uit blanken of bijna-blanken. Op Cuba en Porto Rico vormen de blanken verreweg de grootste helft, op alle andere eilanden nog geen 8%. Van de Europeanen en him nakomelingen zijn 89% Spanjaarden, 5% Franschen en 6% Engelschen. De geheele bevolking belijdt in naam den Christelijken godsdienst, vele Negers zijn echter inderdaad nog aanhangers van den fetisjdienst; ook menschenoffers komen voor. Met uitzondering van Haïti en Cuba behooren de eilanden aan Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Denemarken en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. De staatkundige verdeeling is als volgt:

Sluiten