Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft zij nooit kunnen bereiken. In 1638 moest zij toelaten, dat de handel op Amerika, buiten haar bezittingen, voor ieder werd opengesteld. In Brazilië kreeg Portugal meer en meer macht, en in 1661 stond de Compagnie deze kolonie voor 8 millioen gulden aan het Portugeesche rijk af. Ook NieuwNederland ging verloren; in 1664 werd het, nog vóór het uitbreken van den Tweeden Engelschen Oorlog, door de Engelschen veroverd, die het in 1667 bij den Vrede van Breda behielden. De Compagnie bleef bij dezen Vrede in het bezit van Suriname, dat door Abraham Krijnsz. was veroverd.

In 1674 werd zij ontbonden. In het volgende jaar werd een nieuwe West-Indische Compagnie opgericht op veel bescheidener voet dan haar voorgangster. Het aantal bewindhebbers bedroeg 60, de generale vergadering telde 10 leden. Het ging ook deze vereeniging slecht. In 1683 stond zij een derde deel van haar voornaamste bezitting, Suriname, af aan Amsterdam en een ander derde aan Cornelis van Aerssen. Na dien tijd noemde men haar de Societeit van Suriname. Achtereenvolgens werden verschillende streken, waar zij het recht van alleenhandel bezat, voor de vrije vaart opengesteld. In 1791 werd de West-Indische Compagnie door de StatenGeneraal opgeheven, die het bestuur aan den Raad van Koloniën opdroegen.

Westing-house-rem. Zie Rem.

Westkapelle, een gemeente op het eiland Walcheren in Zeeland, 908 H. A. groot met (1910) 2011 inwoners, wordt begrensd door de Noordzee en door de gemeenten Domburg en Zoutelande. De bodem bestaat gedeeltelijk uit klei, gedeeltelijk uit alluviaal zand. Het gebied wordt gedeeltelijk door duinen, gedeeltelijk door den Westkapelschen dijk (zie aldaar) tegen de zee beschermd. Het werken aan dezen dijk is een van de middelen van bestaan van de inwoners. Verder wordt er landbouw uitgeoefend. Tot d ; gemeente behoort het vlek Westkapelle, het gehucht Poppekerke en eenige verstrooide huizen. Zij is gevormd uit de heerlijkheden Westkapelle, Westkapelle-Buiten en Sir-Poppekerke of Poppenkerke.

Het vlek Westkapelle ligt aan den voet van den Westkapelschen dijk op den uitersten westhoek van Walcheren. In den tijd van Willebrord, die er het Christendom predikte, was de plaats reeds wélbevolkt, in 1233 bezat zij reeds stedelijke rechten. Door scheepvaart, visscherij enz. kwam zij tot bloei. In 1470 werd zij verder landwaarts verplaatst. De toren van de toenmaals gebouwde kerk dient thans als kustlicht. Westkapelle bezit verder een stadhuis, een Hervormde kerk en een marechausseekazerne. In 1253 had er een veldslag plaats tusschen de Zeeuwen en de Vlamingen, waarin Givy en Jan van Dampierre gevangen werden genomen. In 1491 werd de plaats door de inwoners van Sluis geplunderd.

Westkapelsche dijk is een zware zeedijk bij het dorp Westkapelle op Walcheren, die dit eiland moet beschermen tegen de zee, omdat daar ter plaatse de duinen bijna geheel ontbreken. Eigenlijk is deze dijk een afgevlakt duin. De lengte bedraagt 3800 m., de kruinhoogte 6—5,25 m. boven hoogwater. Dat deze dijk reeds oud is, kan daaruit afgeleid worden, dat hij reeds in 1504 vermeld wordt.

Westkust van Sumatra. Zie Sumatra's Westkust.

Westland, Het, is de naam van het westelijk gedeelte van de Zuid-Hollandsche landstreek Delfland, dat zich van 's Gravenhage tot Hoek van Holland uitstrekt. Het is een vruchtbare en bekoorlijke streek, beroemd door haar groente-, ooft- en druiventeelt, terwijl er ook talrijke fabrieken voor jam, vruchtensappen en verduurzaamde groenten zijn. Er behooren 5 gemeenten toe, n. 1. Loosduinen, Monster, 's Gravenzande, Naaldwijk en Wateringen.

Westling', Fredrik, een Zweedsch geschiedkundige, geboren den lsten December 1840 te Linköping, was in 1897 gedurende korten tijd docent in de geschiedenis aan de hoogeschool te Upsala en daarna hoofdleeraar, resp. rector, aan de gymnasia te Sundsvall en te Nyköping. Hij schreef: „Det nordiska sju&rskrigets historia" (dl. 6 en 7 van de „Historisk Bibliotek", 1879—1880), „Hertig Karls furstendöme 1568—1592" (1883), „Biskop Joh. Rudbecks visitation i Estland 1627" (1890) en „Förarbeten till den estniska öfversattningen af Nya Testamentet 1715" (1892). Een reeks van studiën over de kerkgeschiedenis van Esthland en Lijfland verscheen in de „Verhandlungen der Gelehrten Estnischen Gesellschaft" (dl. 21, 1904).

Westlothian, Zie Linlithgow.

Westmacott, sir Richard, een Engelscli beeldhouwer, geboren den 15den Juli 1775 te Londen, ontving van 1793—1797 zijn opleiding te Rome en maakte na zijn terugkeer zich bekend door het standbeeld van Addison in de Westminsterabdij (1806). In 1815 werd hij lid van de Koninklijke Academie en in 1827 professor in de beeldhouwkunst aan die inrichting. Van zijn kunstwerken vermelden wij: de monumenten voor sir Ralph Abercromby en voor lord Collingwood, het standbeeld van admiraal Nelson op het eiland Barbados, de monumenten van William Pitt, van den hertog de Montpensier, van Fox en van Warren Hastings in de Westminsterabdij, het bronzen standbeeld van George Canning in St. Margarets Church, het reusachtig standbeeld van Fox in brons op Bloomsbury Square en een dergelijk standbeeld van den hertog van Bedford op Russel Square, het ruiterstandbeeld van koning George III op Snow Hill tegenover Windsor en het groote beeld van Achilles in Hyde Park. Van zijn onderwerpen uit de oude en de mythische geschiedenis vermelden wij: „Psyche", de reliefs „fiero enLeander" en „Hector, Paris berispend", een „Venus, na het bad zich aankleedend", en het relief: „Socrates zich verdedigend voor zijn rechters". Verder heeft hij een aantal borstbeelden gebeiteld, o. a. die van koning George IV en van Walter Scott. In 1837 werd hij in den ridderstand verheven. Hij overleed te Londen den lsten September 1856.

Westmacott, Richard, eveneens een Engelsch beeldhouwer, een zoon en leerling van den voorgaande, geboren te Londen in 1799, werd in 1818 een leerling van de Koninklijke Academie en begaf zich in 1820 naar Italië, waar hij tot 1826 vertoefde en inzonderheid de antieke kunstgewrochten bestudeerde. De Academie te Florence bezit van hem een „Pandora met de geopende doos" en het standbeeld van een Afrikaansche slavin. Van zijn vroegere kunstwerken vermelden wij: „Amor met een pijl" en „Venus, Ascanius beschermend'. Ook leverde hij onderscheiden bas-reliefs, teekeningen van ge-

Sluiten