Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedkundige gebeurtenissen en voortreffelijke borstbeelden, verder een prachtig gedenkteeken ter eere van den aartsbisschop Howley in spitsboogstijl in den Dom te Canterbury. In 1849 werd hij lid der Academie en in 1867 professor in de beeldhouwkunst. Hij overleed te Kensington den 19den April 1872. Hij schreef o. a.: „Handbook of ancient and modern sculpture" (1864).

Westmanland, een landschap in MiddenZweden, grenst in het noorden aan Dalarne, in het oosten aan Upland, in het zuiden aan het Malarmeer, Södermanland en Nerike en in het westen aan Wermland. Het is in het midden een vruchtbare vlakte, maar in het noorden bergachtig en boschrijk, de oevers van het Malarmeer zijn over het geheel vruchtbaar, doch met klippen en kleine eilanden bezet. De voornaamste rivieren zijn: de Sagè,, de Svarta, de Hedströmmen, de Ramnas- of Kolbacks&, en de ArbogaA, die alle uitmonden in het Malarmeer. Men vindt er onderscheiden metalen, vooral veel ijzer. Het westelijk gedeelte behoort tot het lan Oerebro. Het lan Westmanland, ook Wester&slan geheeten, bestaat uit het oostelijk gedeelte van dit landschap en uit den noordwesthoek van Upland en telt op 6 740 v. km. (1906) 149 029 inwoners, die zich vooral met landbouw en veeteelt, in het noordelijk gedeelte ook met boschcultuur, verder met mijnontginning en nijverheid bezighouden. De hoofdstad is Werter&s (zie aldaar).

Westmannen-Ellanden (Weslmanna eyjar), een eilandengroep op 20 km. afstand van de Z. W. kust van IJsland gelegen, bestaat uit een aantal kleine, steile en rotsachtige eilanden, welke uit vulkanisch gesteente zijn opgebouwd. Alleen het grootste, Heimaey, wordt door menschen bewoond. De andere herbergen reusachtige scharen zeevogels of worden door schapen beweid. De Westmanneneilanden behooren tot IJsland en vormen een afzonderlijk ambt. De bewoners (ongeveer 660) houden zich met visch- en vogelvangst, alsmede met schapenteelt bezig. De eenige plaats is Kaupstadir. De naam is ontleend aan de Ieren, de eerste bewoners, die door de later geïmnjigreerde Noren Westmannen genoemd werden.

Westmeath, een graafschap in de Iersche provincie Leinster, telt op 1836 v. km. (1901) 61 629 inwoners. De bevaarbare Shannon vormt met het Lough Ree de westelijke grens, de River Inny doorstroomt het Lough Sheelin en het Lough Derravaragh. Verder wordt het land doorsneden door het Royalkanaal en door den Midland- Great Westernspoorweg. De oppervlakte is voor de grootste helft met bosch bedekt, nog geen derde deel is als bouw- en weiland Li gebruik. De voornaamste middelen van bestaan zijn veeteelt, linnenweverij, veenderij en handel De hoofdstad is Mullingar.

Westminster, een wijk (meiropolitan borough) in het W. van Londen, strekt zich langs de Theems van de City tot Kensington uit en telt (1901) 183 011, als kiesdistrikt 60 790, inwoners. Het Éngelsche volk beschouwt echter dat deel van Londen, dat om en ten W. van de Westminsterabdij en het parlementsgebouw ligt, als Westminster. In 1896 werd in deze wijk een prachtige kathedraal voor den Roomsch-Katholieken eeredienst gebouwd. De geschiedenis van dit stadsgedeelte staat in het nauwste verband met de kerk, door Sëbert, koning der Saksers, op Thorney, een voor¬

malig eiland in de Theems, gesticht, waaruit later de Westminsterabdij ontstond.

W estminsterabdij.

Westminster College, het meest beroemde van de Éngelsche Public Schools, werd in 1660 door koningin Elizabeth gesticht en was tot 1868 met de Westminster Abdij verbonden. Het is vooral bekend door de jaarlijksche opvoeringen van Latijnsche blijspelen (Westminster Plays).

Westminster Gazette is een vrijzinnig dagblad, in 1893 te Londen opgericht. Het staat onder redactie van J. A. Spender en kenmerkt zich door een voorname houding en gezond staatkundig oordeel.

Westmoreland, een Engelsch graafschap, grenst in het noordwesten en noorden aan het graaischap Cumberland, in het noordoosten aan Durham, in het oosten en zuidoosten aan York en in het zuiden en westen aan Lancashire, terwijl het in het zuidwesten met den mond der Kent de Morecombebaai der Iersche Zee bereikt. Het telt op 2036 v. km. (1901) 64 303 inwoners. Het dal der Eden verdeelt Westmoreland in twee bergstreken; de oostelijke van deze is bedekt met kale uitloopers van het Penninisch gebergte, in de westelijke verheffen zich de schilderachtige toppen van het Cumbrisch Gebergte in den Helvellyn tot een hoogte van 962 m. Hier liggen de fraaie bergmeren Windermere en Ulleswater. Het klimaat is vochtig en meer voor de veeteelt dan voor den landbouw geschikt. De mijnontginning levert lood, zilver en steenkolen; ook vindt men er koper, ijzer en grafiet. De nijverheid is er weinig ontwikkeld. De hoofdplaats is Appleby, de voornaamsce stad Kendal.

Westmorland, John Fane, graaf van, een Britsch staatsman, geboren den 3den Februari 1784, droeg tot aan den dood van zijn evenzoo genoemden vader (geboren 1769, tot 1827 groot zegelbewaarder en overleden in 1841) den naam van lord Burghersh, trad reeds vroeg in militairen dienst en nam deel aan de veldtochten in Portugal en Spanje onder Wellington, met wiens nicht hij in het huwelijk trad. Hij klom op tot kolonel en zag zich in 1816 benoemd tot Britsch gezant te Florence, waar zijn huis het

Sluiten