Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereenigingspunt werd van de voornaamste en meest ontwikkelde personen van de stad. Hij schreef: „Operations of the allies in Portugal" (1818), „Memoris of the early campaigns of the duke of Wellington in Portugal and Spain" (1820) en „Operations of the allied armies in 1814" (1822). Ook componeerde hij onderscheiden muziekstukken, symfonieën, cantates en missen, benevens 7 opera's. Na zijn terugkeer in Engeland werd hij lid van den Geheimen Raad (1822). Van 1841—1851 was hij Britsch gezant te Berlijn en vervolgens tot 1865 te Weenen. In 1854 verkreeg hij den rang van generaal in werkt'lijken dienst. Hij overleed den 16den October 1850.

Weston-super-Mare, een plaats in het Engelsche graafschap Somerset, gelegen aan het Kar naai van Bristol, heeft zich in de 19de eeuw van een visschersdorp tot een van de drukst bezochte zeebadplaatsen ontwikkeld. Het bezit een museum, een aardige esplanade, een ijzeren pier naar het eilandje Birnbeck, aardewerkfabrieken, sprot- en haringvisscherij en telt (1901) 19048 inwoners.

Westphal, Rudolf, een Duitsch geleerde, geboren den 3dcnJuli 1826 te Oberkirchen in het graafschap Schaumburg, studeerde te Marburg eerst in de Oostersche en klassieke talen, daarna in de wisen scheikunde, vestigde zich in 1850 te Tübingen, werd er in 1852 privaatdocent in de oude letteren en was van 1858—1862 buitengewoon hoogleeraar,te Breslau. Na dien tijd was hij er werkzaam als privaatdocent, woonde daarop eenige jaren te Jena, vertrok in 1873 naar Rusland en was van 1875— 1879 hoogleeraar aan het Museum Katkow te Moskou. Daarna vestigde hij zich te Bückeburg. Hij overleed te Stadthagen in het vorstendom Schaumburg-Lippe den Uien Augustus 1892. Hij schreef: „Metrik der griechischen Dramatiker und Lyriker" (met Roszbach, 2 dln., 1854—1865; 3de druk onder den titel „Theorie der musischen Künste der Hellenen", met Roszbach en Gleditsch, 3 dln., 1885—1889), „Die Fragmente und die Lehrsatze der griechischen Rythmiker" (1861), „System der antiken Rythmik" (1865), „Geschichte der alten und mittelalterlichen Musik" (1865), „Catulls Gedichte übersetzt und erlautert" (1867), „Philosophisch-historische Grammatik der deutschen Sprache" (1869), „Prolegomena zu Aeschylos Tragédiën" (1869), „Theorie der neuhochdeutschen Metrik" (1870; 2d° druk, 1877), „Methodische Grammatik der griechischen Sprache" (2 dl., 1870 —1872), „Die Verbalflexion der lateinischen Sprache" (1873), „Vergleichende Grammatik der indogermanischen Sprachen" (1863), „Allgemeine Theorie der musikal ischen Rythmik seit Johann Sebastian Bach" (1880), „Die Musik des griechischen Altertums" (1883), „Übersetzung und Erlauterung von Aristoxenus von Tarent" (1883) en „Allgemeine Metrik der indogermanischen und semitischen Völker als Grundlage der vergleichenden Sprachwissenschaft" (1893).

Westphal, Iiarl, een Duitsch geneeskundige, geboren te Berlijn den 23»tcn Maart 1833, studeerde aldaar, te Heidelberg en te Zürich en vervolgens weder te Berlijn en deed in 1850 zijn artsexamen. Na een wetenschappelijke reis naar Weenen en Parijs werd hij assistent aan de Koninklijke Charité te Berlijn en in 1858 aan de afdeeling voor krankzinnigen aan dit ziekenhuis. In 1861 vestigde hij

zich als privaatdocentJaan de universiteit aldaar en hield voorlezingen over zielsziekten. In 1869 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleeraar en verkreeg tevens de betrekking van dirigeerend arts der kliniek in het gesticht voor krankzinnigen en zenuwlijders. In 1873 werd hij lid der wetenschappelijke commissie voor geneeskunde en in 1874 gewoon hoogleeraar. Hij schreef een aantal belangrijke artikelen over ziekten van het ruggemerg in verband met krankzinnigheid, over eenige vormen van spinale verlammingen, over bewegingsverschijnselen, voortgebracht door kloppen op de zenuwen, over contraire sexueele gevoelens, over ruimtevrees, dwangvoorstellingen enz. Sedert 1869 redigeerde hij het „Archiv für Psychiatrie und Nervenkrankheiten." Hij overleed den 27sten Januari 1890 te Kreuzlingen bij Konstanz. ™! "1

Westpoint is de eenige militaire academie der Vereenigde Staten van Noord-Amerika; zij ligt in Orange-county van den staat New-York op den rechter oever van de Hudson, werd gesticht in 1802, telt 83 leeraren en 475 leerlingen. De leerlingen doorloopen een vierjarigen cursus. Ieder afgevaardigde naar het Congres heeft de beschikking over een plaats, terwijl de president elke 4 jaar tien kadetten benoemt. Zij bezit een bibliotheek van 66 000 deelen. Alleen zij, die aan deze academie zijn gevormd, worden tot officieren bij het leger bevorderd.

West-Pruisen (zie de kaart Oost- en WestPruisen bij het artikel Oost-Pruisen), een provincie van het koninkrijk Pruisen, vormde van 1824— 1878 met Oost-Pruisen de provincie Pruisen en werd in laatstgenoemd jaar tot een zelfstandige provincie verheven. Zij omvat, met uitzondering der beide zuidwestelijke arrondissementen DeutschKrone en Flatow, die tot het Poolsche landschap Kujavië behoorden, slechts landschappen, die korteren of langeren tijd onderworpen waren aan de Orde der Duitsche Ridders, namelijk: Pommerellen (het land der Kassoeben) op den linker en Kullmerland en Pomesanië (ten noorden van de Ossa) op den rechter oever van de Weichsel. West-Pruisen grenst in het noorden aan de Oostzee, in het oosten aan Oost-Pruisen, in het zuiden aan Russisch Polen en de provincie Posen en in het westen aan Brandenburg en Pommeren en beslaat een oppervlakte van 25 542 v. km. De provincie is gelegen in de NoordDuitsche Laagvlakte en draagt van het westen naar het oosten den Baltischen landrug, waar de Weichsel doorheen breekt met een diep dal, dat van de zuidelijke grenzen tot aan de Montauer Spits,waar de Nogat de Weichsel verlaat, gemiddeld 7—8 km. breed is en verder naar de zijde der Weichseldelta nog breeder wordt. Deze delta is zeer vruchtbaar, ligt op sommige plaatsen beneden de oppervlakte der zee en wordt door dijken en duinen tegen des vloed beveiligd. Ten westen van de Weichsel nadert de landrug tot de Oostzee. Zijn hoogste gedeelte is het Plateau van Karthaus met den Turmberg (331 m.), die zuidwaarts tot een hoogvlakte afdaalt, waar de Tuchelsche Heide zich langs het Schwarzwasser en de Brahe uitstrekt. Ten oosten van de Weichsel heeft de landrug eveneens een aanmerkelijke breedte met een gemiddelde hoogte van 80— 130 m. boven de oppervlakte der zee. De Elbinger Hoogte, die in den Butterberg 198 m. hoog wordt, hangt eenigszins samen met den landrug in Oost-

Sluiten