Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche rijk. Het werd vernieuwd door Karei dm Groote in 800 en in 962 door den Duitschen koning Otto I. Sedert dien tijd droeg het den naam van „Heilige Roomsche Rijk der Duitsche Natie" en bestond als zoodanig tot 1806.

Westrumiet, een olie, welke oplosbaar in water is gemaakt, wordt, met 3 of 4 maal zijn volume aan water verdund, gebruikt ter besproeiing van straten en wegen. Het heeft de eigenschap het stof veel langer vast te houden dan bij besproeiing met zuiver water. Westrumiet, dat door onzen landgenoot Van Westrum het eerst werd bereid, wordt ook gebruikt bij den aanleg van wegen om het dek te bevestigen en steenslag te binden.

Weststelling'werf of Stellingwerf-Westeinde, een gemeente in de provincie Friesland, 22 715 H. A. groot met (1910) 16 460 inwoners, wordt begrensd door de Friesche gemeenten Lemsterland, Schoterland en Ooststellingwerf, de Drentsche gemeente Vledder en de Overijselsche gemeenten Steenwijkerwold, Oldemarkt, Blankenham en Kuinre. De bodem bestaat uit diluviaal zand en hoogveen. De grenzen worden gedeeltelijk gevormd door de Tjonger of Kuinder en door de Linde. Tot de gemeente behoort een gedeelte van het Tjeukermeer. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veeteelt, zuivelbereiding en veenderij. Weststellingwerf omvat de dorpen Wolvega, Noordwolde, Stegg'erda, Blesdijke, Boil, Munnekeburen, Vinkega, Idzard, Scherpenzeel, Oldelamer, 01detrijne, Peperga, Oldeholtwolde, Nijeholtwolde en Nijeholtpa en de voormalige dorpen Oldeholtpa, Spanga, Sonnega, Nijelamer en Nijetrijne. In den Franschen tijd vormde Weststellingwerf de mairiën Wolvega, Sonnega en Noordwolde, terwijl Boil tot de mairie Oldeberkoop behoorde.

West-Virginia, een staat van de Noord-Amerikaansche Unie, ligt tusschen 37° 6'—40° 38' N. Br. en 77° 40'—82° 35' W. L., grenst aan Ohio, Pennsylvanië, Maryland, Virginia en Kentucky en telt op 64180 v. km. (1906) 1 076 406 inwoners. Do kleinste oostelijke helft wordt door evenwijdige ketens van de Alleghany's doorsneden, waardoor de Potomac en de New River dwarsdalen hebben gegraven, terwijl de bron- en zijrivieren van deze stroomen zich door lengtedalen bewegen. De westelijke helft behoort tot het Cumberlandplateau en wordt door een aantal rivieren, die alle in den Ohio uitmonden, in tallooze afzonderlijke blokken verdeeld. De Ohio vormt over een lengte van 480 km. de noordwestelijke grens van West-Virgin ia en is met de zijrivieren, die gedeeltelijk gekanaliseerd zijn, een belangrijk verkeersmiddel. De bodem bezit groote rijkdommen aan steenkool, petroleum, natuurgas en zout. De kolenbekkens hebben een gezamenlijke oppervlakte van 35 600 v. km., zij behooren tot het groote Appalachische steenkoolbekken. Er heerscht een vastelandsklimaat met groote uitersten, te Parkersburv is de gemiddelde jaartemperatuur 12,5°, de Julitemperatuur 24,2°, de Januaritemperatuur 1,1° C., de jaarlijksche regenhoeveelheid bedraagt 1021 mm. Landbouw is het voornaamste middel van bestaan; in 1900 hield zich 46,3% van de bevolking met landbouw, 20,8% met nijverheid bezig. In 190Ö waren er 92 874 farms met 2,2 millioen H. A. bebouwbaren grond, waarvan 854 000 H. A. werkelijk bebouwd waren. De voornaamste landbouwprodukten zijn maïs, tarwe, ta¬

bak, ooft en aardappelen. De veeteelt omvat paarden, runderen, schapen en varkens. De mijnbouw is zeer ontwikkeld. Ten opzichte van de steenkoolproductie volgt West-Virginia onmiddellijk op Pennsylvanië en Illinois, in 1906 leverde het 34 000 millioen kg. Verder wordt er veel natuurgas, zout en bouwsteen geproduceerd. In 1905 waren er 2 109 inrichtingen van nijverheid met 43 758 arbeiders, die voor 99 040 676 dollar produceerden, inzonderheid ijzer- en staalwaren, zaaghout, leer, spoorwegmateriaal, machines enz. De spoorlijnen hebben (1906) een lengte van 3235 km. Men is bezig de Ohio te kanaliseeren. De gouverneur en de 30 senatoren worden voor 4, de 86 vertegenwoordigers voor 2 jaren gekozen. West-Virginia zendt 2 leden naar den Senaat van de Unie, 5 leden naar het Huis van Afgevaardigden, bij de presidentskeuze heeft het 7 stemmen. Het belastbaar inkomen bedroeg in 1906: 875 089 593 dollar, de schuld van de graafschappen en steden 4 767 776 dollar, een staatsschuld is er niet. De staat is verdeeld in 55 graafschappen. Sedert 1885 is Charleston de hoofdstad; van meer belang zijn echter Wheeling, Huntington, Parkersburg en Martinsburg. West-Virginia scheidde zich in 1861 van oostelijk Virginia af en werd in 1862 als zelfstandige staat in de Unie opgenomen.

West-Vlaanderen. Zie Vlaanderen.

Westw. is bij namen van dieren de afkorting voor John Obadiah Westwood, een Engelsch entomoloog, geboren in 1805 en overleden den 2dea Januari 1893.

Westzaan, een gemeente in de provincie Noord-Holland, 1124 H. A. groot met (1910) 2 272 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Assendelft, Wormerveer, Zaandijk, Koog-aan-de-Zaan en Zaandam. In het Z. reikt zij tot het Noordzeekanaal, door welks aanleg zij naar de zijde van Haarlemmerliede en Sloten nieuwe IJgronden heeft gewonnen. De bodem, die door vele breede sloten en wateren wordt doorsneden, bestaat uit laagveen en klei. De voornaamste middplen van bestaan zijn handel en nijverheid. Tot de gemeente behoort het dorp Westzaan en een deel van de buurt Nauerna.

Het dorp Westzaan is grootendeelg van het Z„ naar het N. gebouwd, in het midden strekt zich een gedeelte van het O. naar het W. uit. Het is verdeeld in de wijken Westzaansche Overtoom, Zuideinde, Krabbelbuurt, Kerkbuurt en Noordeinde. Men vindt er een stadhuis, een Hervormde kerk, waarvan de 63 m. hooge toren in 1843 is ingestort, en 2 Doopsgezinde kerken. Misschien was het dorp in de 9de eeuw reeds als Westsaghem bekend. In 1573 en 1574 werd het door de Spanjaarden plat geschoten.

Wet, Wetg-eving-. Wetten noemt men in 't algemeen de vaste regelen, waardoor de werking van bepaalde krachten wordt uitgedrukt. In dien zin spreekt men van natuurwetten, economische wetten, statistische wetten. In engeren zin verstaat men onder wetten zekere wilsuitingen van het Staatsgezag en wel die wilsuitingen, welke uitgaan van het gezag dat de wetgevende macht heeft. Sinds Montesquieu in zijn „Esprit des lois" de leer ontvouwde, die men later de „trias politica" heeft genoemd, onderscheidt men in den Staat drie machten: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Het is niet wel mogelijk gebleken de grenzen van deze drie machten

Sluiten