Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds af, om zich weder als gezant naar Londen te begeven, waar hij tot 1867 werkzaam bleef. Van zijn hand verscheen: „Choix d'opuscules philosophiques" (5 dln., 1863 en later). Hij overleed den 23sten Mei 1874 ts Londen. De stad Leuven heeft hem ter eere een standbeeld opgericht.

Weijerman, Jacob Campo, een Hollandsch bloemschilder, schrijver en dichter, werd geboren te Breda in 1677 en overleed in 1747 in de gevangenis te 's Gravenhage. Hij was een leerling van Ferd. van Kessel en Thomas van der Wilt. Hij is de schrijver van de „Levensbeschrijvingen der Nederlandsche Kunstschilders en Kunstschilderessen", verschenen in vier deelen teDordrecht van 1729totl769. In hoofdzaak is het een omwerking van Iloubraken's „Schouwburg der Kunstschilders en Schilderessen." Een schilderij van zijn hand bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam. Van zijn tooneelspelen noemen wij: „Bezwering van den Amsterdamschen Courantier" (1705), „De Hollandsche Zinnelijkheid" (1713), „De gehoornde broeder ofte vrouwelijk bedrog", „Democritus en Heraclitus" en „Brabantsche voyage".

Weyler y Nicolau, Valerino, markies van Teneriffe, een Spaansch generaal, geboren den 17den September 1838 te Palma op MaÉorca, bezocht de infanterieschool te Toledo en daarna de academie van den militairen staf. Als kapitein onderscheidde hij zich op San Domingo (1863) en Cuba (1868). In 1873 naar Spanje teruggekeerd, nam hij deel aan den Carlisten-Oorlog in Catalonië, maar vroeg zijn ontslag, toen Martinez CamposïnlüliAljonsusXll tot koning uitriep. In 1876 trad hij weder in dienst, was achtereenvolgens kapitein-generaal van de Canarische eilanden (1878) en der Balearen (1883), werd in 1886 directeur-generaal van het legerbestuur, daarna gouverneur-generaal der Philippijnen en eindelijk kapitein-generaal van de legerdivisie te Barcelona. In 1895 werd hij, ter vervanging van M. Campos, naar Cuba gezonden. Ondanks zijn niets ontziende gestrengheid, slaagde hij er niet in den opstand te dempen, zoodat hij in 1897 teruggeroepen en door generaal Blanco vervangen werd. In 1900 werd hij benoemd tot kapitein-generaal van Nieuw-Castilië (Madrid). Sedert 1901 was hij in de opeenvolgende Kabinetten bijna onafgebroken minister van Oorlog.

Weymonth, een zeehavenplaats in het Engelsche graafschap Dorset, ligt aan den mond van de Wey, aan een baai van het Kanaal en aan den London and South-Western-spoorweg. Met Melcombe- Regis, de plaats, waar de voorname wereld woont, vereenigd, telt het (1901) 19 843 inwoners. Weymouth is een geliefde zeebadplaats; het heeft een Latijnsche school, een vuurtoren, scheepstimmerwerven, lijnbanen, zeilmakerijen en drijft eenigen handel, vooral op de Kanaaleilanden.

Weymouthden. Zie Den.

Weyprecht, Karl, een Oostenrijksch Noordpoolvaarder, geboren den 8sten September 1838 te König in het Odenwald, bezocht het gymnasium en de nijverheidsschool te Darmstadt, trad in Maart 1856 als kadet in dienst bij de Oostenrijksche marine en werd in 1861 bevorderd tot officier. Na onderscheiden reizen in den Levant en Amerika volbracht hij in 1871 met J. v. Payer een voorloopige expeditie naar Spitsbergen en Nova-Zembla. Van 1872—1874 leidde hij de groote Oostenrijksch-Hon-

gaarsche Noordpoolexpeditie, waarop Franz-Josepli land werd ontdekt. In 1875 ontwikkelde hij op het Natuurkundig Congres te Graz het plan tot het oprichten van een internationaal net van waarnemingsposten voor het systematisch onderzoek der Poolstreken, dat in 1882 en 1883 tot uitvoering kwam. Van zijn grootere werken noemen wij: „Astronomische und geodatische Bestimmungen der österreich-ungarischen arktischen Expedition" (1877), „Die Metamorphosen des Polareises" (1878 —1879) en „Praktische Anleitung zur Beobachtung der Polarlichter und der magnetischen Erscheinungen in hohen Breiten" (1881). Hij overleed te Michelstadt den 29slel> Maart 1881. J

Weyr, Rudolf, een Oostenrijksch beeldhouwer, geboren te Weenen den 22sten Maart 1847, studeerde aan de kunstacademie aldaar onder leiding van Bauer en Cesar en verwierf in 1870 met zijn groep: „Simson en Delila",den Reichel-prijs. Voor het zilveren regeeringsfeest van den keizer vervaardigde hij, in opdracht van het Neder-Oostenrijksch Genootschap van Nijverheid, een tafelstuk. Bij de prijsvraag voor een ontwerp van een gedenkteeken ter eere van Grillparzer verwierf hij in 1878 den tweeden prijs en werd hem de uitvoering der reliëfs voor den binnenwand van de exedra van het gedenkteeken opgedragen. Als decoratief beeldhouwer beitelde hij onderscheiden reliëfs voor het kunsthistorisch hofmuseum, de nieuwe universiteit en voor zijn hoofdwerk, de hoogreliëffries in den hoofdgevel van den nieuwen Burchtschouwburg, waarop in ongeveer 40 figuren de triomftocht van Bacchus en Ariadne is gehouwen. Na 1884 schiep hij 44 reusachtige karyatiden voor onderscheiden zalen van het natuurhistorisch hofmuseum, het grafteeken voor de ongelukkigen, die bij den brand van den Ring schouwburg te Weenen waren omgekomen, een reusachtige, monumentale fontein, voorstellende de macht van Oostenrijk ter zee, het Canongedenkteeken in het Stadspark en het Brahmsgedenkteeken te Weenen. Weyer, wiens werken tot het fraaiste van de Weensche Barockplastiek behooren, is thans hoogleeraar aan de technische lioogeschool te Weenen.

Weyting1, Henricus, een Nederlandsch taalgeleerde, geboren te Groningen in 1767, studeerde aldaar, werd in 1786 benoemd tot praeceptor der Latijnsche scholen te Deventer, in 1791 tot rector te Zalt-Bommel en in 1800 tot rector te Kampen. Hij schreef eenige Latijnsche gedichten, waaronder de in 1831 verschenen elegieën: „De tumultu belgico" en „In victoriam de Belgis reportatam"; verder „De praecipuis artium et doctrinarum seculo proxime elapso incrementis", rede, uilgesproken bij het aanvaarden van het rectoraat te Kampen, terwijl hij de „Incerti auctoris (vulgo PindairiThebani) Epitome Illiados Homeri" (1809), door Van Kooten aangevangen, voltooide. Eindelijk schreef hij een aantal leerboeken, waaronder „Historia Graecorum et Romanorum literaria" (2de druk, 1825) een afzonderlijke vermelding verdient. Hij overleed te Kampen den 23sten Maart 1834.

Wezel (Putorius vulgaris Rich.), een roofdier uit de familie der marters, is in het geheel 20 cm. lang, waarvan 4,5 cm. op den staart komen. Zij is buitengewoon slank gebouwd; de pooten zijn kort en dun, de teenen zijn met scherpe klauwen voorzien. Het gebit is krachtig. Voor en boven de oogen

Sluiten