Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemden zitten tegenover elkander. De twee anderen zitten eveneens tegenover elkander en spelen ook samen; winst en verlies is voor beide gemeenschappelijk. Terwijl de achterhand de kaarten naar links verdeelt, schudt haar partner een tweede spel, waaruit de voorhand de troefkaart (atout) bepaalt. De hoogste kaart van elke kleur is het aas; daarop volgen de andere kaarten in de gewone volgorde. Kleur moet worden bekend. De overwinning wordt bepaald door de tricks, dat is door de slagen, welke een partij boven 6 maakt. Behalve de slagen tellen ook de honneurs, d. w. z. van aas tot en met tien in de troefkleur. Voor 3 honneurs, welke een speler alleen of met zijn partner samen heeft, worden twee, voor 4 vier en voor 5 zes punten gegeven. Honneurs kunnen niet opgelegd worden, wanneer de partij nog geen slag heeft; ook beeindigen zij het spel niet. Het whistspel wordt in robbers ingedeeld; deze heeten klein of groot, alnaarmate de verliezenden een partij hebben gewonnen of niet. Als de verliezende partij, geen of slechts één slag heeft, heeft de andere partij groot of klein shlam gemaakt; de winners krijgen daarvoor 6—8 of 3—4 punten. Wie het eerst tien punten heeft gekregen, heeft de partij gewonnen. Men wint het spel: simple, wanneer de tegenpartij minstens 5 punten heeft behaald, doublé, wanneer zij ten minste 4 punten, triple, wanneer zij niet meer dan 2 punten en quadruple, wanneer zij geen heeft.

Behalve het whisten onder 4 personen, is ook het whisten onder 3 personen, whisten met den blinde, zeer gebruikelijk. Andere varianten zijn: Zweedsch- en Bostonwhist. Het whistspel gebruikt een groot aantal kunsttermen, zooals impas, forcé, lardon, invite, singleton enz.

Whistler, James Mc. Neill, een Amerikaansch schilder en etser, geboren den llden Juli 1834 te Lowell (Massachusetts), bezocht van 1851—1854 de militaire academie te West Point en legde zich vanaf 1855 te Parijs onder Gleyre op het schilderen toe. In 1858 hield hij zich voor het eerst met het etsen bezig. Zijn eerste belangrijke schilderstuk „Aan de piano" dateert uit 1860. Daarop volgde „Meisje in het wit" (1863), door de jury van het Parijsche „Salon" geweigerd, maar in het „Salon des Refusés" druk bewonderd. Later woonde hij, ofschoon hij ook een atelier te Parijs had, vooral te Chelsea. Van 1886—1888 was hij voorzitter van de Royal Academy of British Artist en vanaf 1898 van de International Society of Sculptor.s, Painters and Gravers. Van alle moderne kunstenaars was Whistier de meest doelbewuste strijder voor de richting, welke het beginsel van „de kunst om de kunst" als richtsnoer aanvaardde. Figuren, portretten en landschappen waren voor hem in de eerste plaats „harmonieën" of „arrangementen" in kleuren. Zoo schilderde hij het portret van zijn moeder als arrangement in grijs en zwart, dat van Th. Duret in zwart en rose. Vandaar ook zijn twist met Ruskin, die hem verweet, het publiek verfpotten naar het hoofd te gooien, waarop hij spottend antwoordde in „Whistier and Ruskin-Art and art critics" (1877). Zijn belangrijkste" figuurwerken zijn, behalve het reeds genoemde „Aan de piano": de vier „Symfonieën in wit", „De prinses uit het porseleinland", „De gouden schrijn" en „Het balkon"; van zijn portretten noemen wij nog: „Car]yle", „Sara fates", „Irving als Philips II", „Rosa

Corder" en „Lady Meux". Bovendien schilderde hij vele landschappen, vooral langs den Theems, waaronder de beroemde „Nocturnos". Met zijn etsen, waarvan de beide „Thamse Sets" en „Venice Sets" het meest beroemd zijn, en zijn lithografieën neemt hij onder de grafische kunstenaars een eerste plaats in. Van zijn letterkundige werken, waarin geestigheid en sarcasme elkander den voorrang betwisten, noemen wij nog: „Ten o'clok" (1888), „The gentle art of making ennemies" (nieuwe druk, 1904) en „The baronet and the butterfly" (1899). Hij overleed den 17den Juli 1903 te Londen.

Whiston, Wittiam, een Engelsch godgeleerde, geboren te Norton den 9del1 December 1667, verwierf door zijn wis- en sterrenkundige geschriften zóó grooten roem, dat Newton hem tot zijn opvolger aanbeval. In 1703 werd hij hoogleeraar in de wiskunde te Cambridge. Hij schreef „Praelectiones physico-mathematicae" (1710), doch werd wegens zijn twijfel aan de leer der Drieëenheid van zijn ambt ontzet. Daarop begaf hij zich naar Londen, waar hij godsdienstige voordrachten hield, zich bij de Baptisten aansloot, de nadering van het Duizendjarig Rijk verkondigde en den 22sten Augustus 1752 overleed. Van zijn geschriften noemen wij nog: „Theory of the earth" (1705), „Primitive christianity revided" (5 dln., 1712) en „The genuine works of Flavius Josephus in english" (1731).

Whitby, een havenstad en zeebadplaats in het North Riding van het Engelsche graafschap Yerk, ligt schilderachtig tusschen 2 heuvels aan de monding van den Esk in de Noordzee en aan den NorthEastern-spoorweg. Belangrijke haven voor de haringvloot op de N. O. kust, bestaat het uit een oude stad met smalle, steile straatjes en de ruïnen van de abdij St. Hilda (657), en een nieuwe stad op den West Cliff met hotels, een schouwburg en een park. Het bezit een oude Normandische kerk, een stadhuis in klassieken stijl, een museum en een zeemanshuis en telt (1901) 11 755 inwoners. Sedert onheuglijke tijden is de plaats beroemd door haar siervoorwerpen van gagaat (jett), dat in het naburige leigesteente voorkomt.

White, Henry Kirke, een Engelsch dichter, geboren te Nottigham den 218ten Maart 1785, was de zoon van een slager, kwam eerst bij zijn vader, toen bij een wever en eindelijk bij een advocaat in de leer en maakte bij laatstgenoemde zulke uitstekende vorderingen, dat hij reeds op 16-jarigen leeftijd een medaille behaalde met zijn vertalingen uit de gedichten van Horaiius, in den „Monthly Preceptor" geplaatst. Hij verwierf daarna door zijn dichtbundel (1803) begunstigers, die hem in staat stelden te Cambridge te studeeren. Hij overleed echter den 19den October 1806. Zijn dichterlijke nalatenschap is in 1807 in 2 deelen en later bij herhaling in het licht verschenen. Zijn grootste dichtstuk is „Clifton Grove" (1803), doch het meest bekend zijn van hem: „Song ta an early primrose", „Gondoline" en eenige hymnen. Hij onderscheidde zich door een rijke verbeelding en door diepte van gevoel.

White, Andrew Dickson, een Amerikaansch geschiedschrijver en diplomaat, geboren te Homeras (New-York) den 7den November 1832, bezocht het Yale College te New-Haven, studeerde daarna te Parijs en te Berlijn en werd in 1857 hoogleeraar in de geschiedenis en in de Engelsche letterkunde

Sluiten