Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleerde vond in 1851 in het voorportaal van het Koninklijk Museum een plaats. Wichmann was hoogleeraar aan de Academie van Schoone Kunsten te Berlijn en leeraar aan de kunstnijverheidsschool aldaar. Hij overleed den 29sten Juni 1859 te Berlijn.

Wichmann, dr. Carl Ernst Arthur, in 1851 geboren te Hamburg, promoveerde in 1874 te Leipzig en werd in 1879 benoemd tot hoogleeraar in de aard- en delfstofkunde aan de hoogeschool te Utrecht. Van zijn hand verschenen (met E. Martin) „Beitrage zur Geologie 0. Asiens und Australiens" (sedert 1881), „Dirck Gerritz. Ein Beitrag zur Entdeckungsgeschichte des 16ten und 17ten Jahrhunderts" (1900), „Entdeckungsgeschichte von NeuGuinea bis 1828"(1909). Verder verschenen van zijn hand tal van bijdragen in verschillende wetenschappelijke tijdschriften. Wichmann was de leider van twee wetenschappelijke reizen, de eerste in opdracht van het Aardrijkskundig Genootschap van 1888—1889 (zie het Tijdschrift van dit genootschap, 2de serie,rdl. 7, blz. 907), de tweede in opdracht van de Maatschappij ter bevordering van het natuurkundig onderzoek der Nederlandsche koloniën, 1902—1903 (Zie Bulletins betreffende de Nieuw-Guinea expeditie, n°. 1—7).

Wichtje. Zie Maten en gewichten.

Wiek, de hoofdstad van het Schotsche graafschap Caithness, ligt op den linker oever van den Wiek in de nabijheid van zijn uitmonding in de Noordzee en is het eindpunt van den hooglandspoorweg. Het is het middelpunt van de Schotsche haringvisscherij, bezit kuiperijen en scheepswerven en telt (1901) 7911 inwoners. In de nabijheid ligt een oude Keltische burchtruïne, „the Old Man of Wiek".

Wickede. Julius von, een Duitsch schrijver, geboren te Schwerin in Mecklenburg den llden Juli 1819, studeerde, nadat hij eenige jaren soldaat geweest was, te München en te Heidelberg in de geschiedenis en de staathuishoudkunde en nam van 1849—1850 als vrijwillig officier deel aan de veldtochten van het Sleeswijk-Holsteinsche leger tegen de Denen. In 1851 maakte hij met de „chasseurs d' Afrique" een veldtocht in Algerië mede en van 1854—1855 was hij verslaggever van een Engelsch dagblad in het Tnrksche hoofdkwartier en in den Krim. In de veldtochten van 1864, 1866 en 1870— 1871 was hij correspondent van de „Kölnische Zeitung" in het Pruisische hoofdkwartier. Van zijn werken noemen wij: , Vergleichende Charakteristik der österreichisehen, preuszischen, englischen und französischen Lar.darmee" (1856), „Geschichte des Krieges Deutschlands gegen Frankreich in den Jahren 1870 und 1871" (2d<= druk, 1873), „Geschichte der Kriege Frankreichs gegen Deutschland in den letzten zwei Jahrhunderten" (3 dln., 1874), „Leben und Taten des Freiherrn Gustav von der Ostau" (4 dln., 1875) en de geschiedkundige romans: „Herzog Wallenstein in Mecklenburg" (4 dln., 1865), „Was alles aus einem deutschen Leutnant werden kann" (3 dln., 1878) en „Ein deutscher Leutnant und türkischer Hauptmann" (1889). Hij overleed den 228ten Maart 1896 te Schwerin.

Wickede, Wilhelm von, een Duitsch vice-admiraal, geboren den 5den December 1830 te Rostock, nam in 1846 als scheepsjongen dienst op de Hamburgsche handelsvloot, kwam in 1857 als kadet in dienst bij de Oostenrijksche marine en voerde

bij de blokkade van Venetië door de Franschen een zelfstandig commando. In den slag bij Lissa (1866) was hij commandant van het Dalmatisch smaldeel. In 1868 overgegaan naar de N. Duitsche marine, werd hij hier in 1885 bevorderd tot vice-admiraal. Onder den chef der admiraliteit von Stosch werkte hij het vergroote ontwerp voor de zeetaktiek uit. Verder leidde hij gedurende 5 jaar de groote eskaderoefeningen en zeemanoeuvres der Duitsche vloot, maar zag zich wegens ziekte genoodzaakt, om in 1887 ontslag aan te vragen. Hij overleed den 288ten November 1895 te Berlijn.

Wickenburg-Almasy, Wilhelmine, gravin, een Oostenrijksch dichteres, geboren den 88ten April 1845 te Ofen, ontving haar opvoeding te Weenen, waar zij door vriendschappelijk verkeer met den dichter Friedrich Halm, en de tooneelspeelster Julie Rettich haar talenten ontwikkelde en in 1868 met graaf Wickenburg huwde. Zij maakte zich vooral door lyrische en epische gedichten bekend. Wij noemen: „Gedichte" (3de druk, 1882), „Neue Gedichte" (1869), „Emanuel d'Astorga" (2de druk, 1875), „Nymphidia. Nach dem Englischen des Drayton" (1873), „Erlebtes und Erdachtes. Gedichte" (1873), „Der Graf von Remplin" (1874), „Marina" (1876)", haar hoofdwerk, benevens het blijspel „Ein Abenteuer des Dauphin" (1881). Zij overleed den 23sten Januari 1890 te Gries bij Bozen. Uit haar nalatenschap verschenen „Letzte Gedichte" (1890).

Haar echtgenoot, graaf Albrecht Wickenburg, geboren te Graz den 4den December 1838, maakte als dichter en vertaler eenigen naam. Van zijn hand verschenen: „Eigenes und Fremdes" (1874), „Gedichte" (2de druk, 1888), „Neue Gedichte" (1898), „Ollanta, peruanisches Originaldrama" (1876), een vertaling van Shelley's „Entfesselter Prometheus" (1876) en van Sivinburne's „Atalanta in Kalydon" (1878), een tooneelbewerking van de oud-Fransche klucht „Meister Pathelin" (1883), „Mein Wien" (1894) en „Altwiener Geschichten und Figuren" (1896).

Wickershelmersche vloeistof, een gekookte en daarna gefiltreerde oplossing van 100 gr. aluin, 25 gr. keukenzout, 12 gr. salpeter, 60 gr. potasch en 20 gr. arsenigzuur in 3 L. water, aangemengd met 4 volumina glycerine en 1 volumen methylalkohol op 10 volumina der oplossing, dient tot het conserveeren van anatomische praeparaten. Voor het balsemen van lijken brengt men haar onder overdruk in de groote halsslagader.

Wicklow, een graafschap in de Ierscheprovincie Leicester, gelegen aan de Iersche Zee en verder begrensd door de graafschappen Dublin, Kildare, Carlow en Wexford, telt op een oppervlakte van 2024 v. km. (1901) 60 824 inwoners, waarvan ruim 79% R. Katholiek is. De bodem is bergachtig en beroemd door zijn natuurschoon. Op de grens van Wexford liggen de koperhoudende heuvels van Cronebane, welke in den Croghan een hoogte van 605 m. bereiken. De voornaamste rivieren zijn de Slaney en de Avoca. Van meer beteekenis dan de landbouw is de veeteelt, vooral van runderen en schapen, alsmede de visscherij. Gedolven worden bouwsteen, lei, kalk en mergel. Van beteekenis zijn ook de turflagen.

De gelijknamige hoofdstad, gelegen aan den mond van de Vartry, heeft een kleine haven, zeebaden, alebrouwerijen, uitvoer van ertsen en telt

Sluiten