Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tre" en sedert 1875 als lid der „Commission internationale des poids et mesures" belangrijke verbeteringen tot stand met betrekking tot de maten en gewichten. Zijn verhandelingen over meteorologie en aardmagnetisme zijn grootendeels geplaatst in de door hem uitgegeven: „Annalen des physikalischen Observatoriums für Ruszland en in het door hem geredigeerde en van wege de Academie van Wetenschappen uitgegeven „Repertorium für Meteorologie". Vooral ook heeft hij zich verdienstelijk gemaakt door de verbetering van meteorologische en magnetische waarnemingsinstrumenten en methoden. Met Jenilek en Bruhns is hij de stichter der internationale meteorologische congressen. Ook werd hij lid van het door deze congressen benoemde permanente comité. Als president van de internationale Poolcommissie gaf hij de verslagen daarvan uit. Hij schreef: „Das Konstantinowsche Observatorium in Pawlowsk." (1895).

Wilda, Wilhelm Eduard, een Duitsch rechtsgeleerde, geboren den 17den Augustus 1800 te Altona, studeerde te Göttingen, Heidelberg, Kiel en Kopenhagen in de rechten, vestigde zich in 1826 als advocaat te Hamburg en werd in 1831 privaatdocent, vervolgens gewoon hoogleeraar te Halle, in 1842 gewoon hoogleeraar te Breslau en in 1854 te Kiel, waar hij den 9den Augustus 1856 overleed. Hij is de grondlegger der vergelijkende Germaansche rechtsgeschiedenis in Duitschland en schreef: „Das Gildenwesen im Mittelalter" (1831) en „Das Strafrecht der Germanen" (1842). Met Reyscher stichtte hij in 1838 het: „Zeitschrift für deutsches Recht."

Wildbaan is een bosch, door muren, hagen of hekken omsloten, om aan het daarin aanwezige wild den uitgang te beletten. Men heeft daarin gewoonlijk herten, reeën, hazen, wilde zwijnen enz., waarvoor er voedsel en drinken in voldoende hoeveelheid aanwezig moet zijn.

Wildbad, een stadje in het Württembergsche distrikt van het Zwarte Woud, ligt in een bekoorlijk dal aan de Enz, 425 m. boven de oppervlakte der zee, is met Pforzheim door een spoorweg verbonden en bezit (1905) 3734 inwoners. Men vindt er een Protestantsche kerk, een Katholieke en een Anglikaansche kerk, een synagoge, een herstellingsoord voor kinderen, een schouwburg en eenige nijverheid. In de nabijheid ligt op een hoogen berg de Wildsee, een meer zonder zichtbaren toe- of afvoer, waarmee vele sagen zijn verbonden. Vooral echter is Wildbad bekend door zijn geneeskrachtige bronnen (indifferente warme wateren met een temperatuur van 34—37,5° C.), die uit de kloven van een granietrots te voorschijn treden. Het water wordt inzonderheid gebruikt voor baden ten behoeve van lijders aan verlamming, jicht, rheumatisme, oude wonden enz. Jaarlijks wordt het door meer dan 15 000 badgasten bezocht. Behalve het groote en het kleine badhuis bezit Wildbad sedert 1892 het fraaie Koning-Karlbad en een nieuwe zweminrichting. Verder is er een badinrichting voor armen. Alle badinrichtingen staan onder koninklijk toezicht.

Wilde, Oscar, een Engelsch dichter, geboren den 16delL October 1856 te Dublin, studeerde te Dublin en Oxford, deed in 1877 een reis naar Italië, waarvan de vrucht, het gedicht „Ravenna", in 1878 te Oxford bekroond werd, en vestigde zich daarna te Londen. In den winter van 1881—1882

deed hij een voordrachtenreis doorN. Amerika en in 1883—1884 door Engeland en was van 1887—1889 uitgever van het letterkundig modetijdschrift „The Woman's World." In 1888 verschenen de fijne satirieke vertellingen „Thehappyprin ce and other tales", waarna een reeks blijspelen: „Lady Winderwere's fan"(1892), „Awomanof noimportance"(1895), „An ideal husband"(1895) en ,,Burnbury"(1895), die op het tooneel groot succes hadden. Voor Sarah Bernhardt schreef hij in het Frarisch ,,Salomé"(1893). Lieveling en afgod van het publiek, leefde hij in weelde, tot hij in 1895 wegens het plegen van homosexueele ontucht in het tuchthuis kwam. Te Reading schreef hij daarin zijn aangrijpende bekentenis „De profundis". Na zijn in vrijheidsstelling leefde hij arm en verlaten te Berneval bij Dieppe en later te Parijs, waar hij, aan den drank verslaafd, den 30sten November 1900 overleed. Behalve de machtige „Ballad of Reading Goal" (1898), waarin hij de stemmingen schildert van de gestraften, terwijl één van hen ter dood gebracht wordt en dat verscheen onder den pseudoniem C. 3. 3, Wilde's celnummer, schreef hij in dezen tijd bijna niets meer. Van zijn vroegere werken moeten nog genoemd worden de dichtbundels: „Poems" (1881) en „The Sphinx" (1894) en "het geschiedkundig tooneelspel „Vera" (1882). Als verteller publiceerde hij verder „The house of pomegranates" (1891), beuevens eenige novellen, terwijl hij in den strijd om het 1'art pour 1'art beginsel partij koos in zijn roman „The picture of Dorian Gray" (1890). Als essayist en afo-' rist schitterde hij vooral in: „Intentions" (1891) en „Oscariana" (1895). Ofschoon niet één der grootste, is Wilde toch één der geestigste en schitterendste dichters, een kunstenaar van hooge verfijning, geheel overgegeven aan den dienst der schoonheid.

Wildebeest is de naam, dien de Zuid-Afrikaansche Boeren aan den gnoe geven. Zie Gnoe.

Wildeboer, dr. G., een Nederlandsch theoloog, in 1855 te Amsterdam geboren, studeerde te Leiden en promoveerde aldaar in 1880 op een proefschrift, getiteld: „De waarde der Syrische evangeliën door Cureton ontdekt en uitgegeven." Hij was van 1881 tot 1884 predikant bij de Nederlandsch Hervormde gemeente te Heilo, werd in laatstgenoemd jaar hoogleeraar te Groningen en in 1907 te Leiden. Hier overleed hij den 4den September 1911. Zijn voornaamste geschriften zijn: „De profeet Micha en zijne beteekenis voor het verstand der profetie onder Israël" (1884), „De profetie onder Israël in hare grondbeteekenis voor Christendom en theologie" (inaugureele rede, 1884), „Het ontstaan van den kanon des Ouden Verbonds. Historisch-kritisch onderzoek" (1889, 4de dr. 1908), „De letterkunde des Ouden Verbonds naar de tijdsorde van haar ontstaan" (1893, 2de dr. 1897), „Karakter en beginselen van het historisch-kritisch onderzoek des Ouden Verbonds. Verspreide opstellen"(1897), „Jahvedienst en volksreligie in Israël" (rectorale rede, 1898), (met H. Oort) „Platen-atlas tot opheldering van bijbelsche oudheden" (1906), „De tegenwoordige stand van het oud testamentisch vraagstuk" (1907) en „Het Oude Testament van historisch standpunt toegelicht" (1908).

Wilde jacht, het nachtelijk ruischen in de lucht, wordt toegeschreven aan een leger van geesten, dat met jachtgeroep en hondgeblaf over wouden en velden zou heen trekken. Deze sage, welke

Sluiten