Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn werk o. m.'loeren kennen in de musea te Augsburg, Brussel, Dresden, Florence, Gent en Madrid. Anton van Dyck maakte zijn portret.

Wildenspnch, een gehucht bij Zurich in Zwitserland, is in 1823 berucht geworden door de kruisiging van Margarete Peter. Deze vrouw, in 1794 geboren, verviel door het lezen van piëtistische tractaten en door omgang met Bariara van Krüdener, den godsdienstleeraar Ganz en anderen tot verregaande dweeperij. Door haar omgeving en door vele anderen werd zij als een heilige vereerd, ook nadat zij iti 1823 moeder van een onwettig kind was geworden. Nadat zij in Maart 1823, gesteund door haar aanhangers, met hamers en bijlen tegen den Satan gestreden en haar jongere zuster Elizabeth gedood had, liet zij zich op onder haar geplaatste planken kruisigeii en verduurde deze vreeselijke marteling met buitengewonen moed. Degenen, die bij deze kruisiging behulpzaam waren geweest, werden tot gevangenisstraf veroordeeld. Ook werd het huis, waarin deze gruwelen hadden plaats gegrepen, tot den grond toe gesloopt en tevens bepaald, dat op die plek nimmer weder een woning verrijzen mocht.

Wilder, Jerome Albert Victor van, een Belgisch componist, geboren den 218ten Augustus 1835 te Wetteren bij Gent, overleden den 8sten September 1892 te Parijs, studeerde in de rechten, maar wijdde zich verder aan de muziek. Jaren lang leverde hij muziekbeoordeelingen in de voornaamste dagbladen van zijn geboortestad. Omstreeks 1860 vertrok hij naar Parijs, waar hij door de vertaling van Duitsche zangstukken, vooral van de liederen van Schumann, van de opera: „L'oca del Cairo" van Mozart en van „Der hausliche Krieg" van Schubert grooten roem verwierf. Later heeft hij zich vooral met letterkundigen arbeid bezig gehouden, namelijk met muziekbeoordeelingen in „L'Evénement" en met biografische opstellen in „Le Ménestrel". Voorts schreef hij: „Mozart, 1'homme et 1'artiste" (1880). Zijn zeer vrije vertalingen van onderscheiden gedichten en muzikale drama's van Richard Wagner hebben veel kritiek uitgelokt.

Wildermuth, Ottilie, een Duitsch schrijfster, geboren den 22ste" Februari 1817 te Rottenburg aan den Neckar, was de dochter van den rechtsgeleerde Rooschülz, trad in 1843 in het huwelijk met Wildermuth, leeraar aan het gymnasium te Tiibingen en overleed aldaar den 12dei1 Juli 1877. Van haar talrijke geschriften, die zich door echt vrouwelijk gevoel en door een beminnelijken humor onderscheiden, noemen wij: „Bilder und Geschichten aus Schwaben" (6de druk, 1883), „Olympia Morata" (1854), „Aus dejn Frauenleben" (2 dln., 1855, 5de druk, 1865), „Auguste" (1858, 6de druk, 1883), „Die Heimat der Frau" (1859,5de druk, 1881), „SonntagNachmittage daheirn, erbauliche Betrachtungen" (1860), „lm Tageslicht. Bilder aus der Wirklichkeit" (1861), „Lebensratsel, Erzahlungen" (1863), „Dichtungen" (1863), „Erzahlungen" (1866), „Perlen aus dem Sande" (1867), „Zur Dammerstunde" (1871) en een aantal werken voor de jeugd (laatste druk, 19 dln., 1906). Een uitgave van haar gezamenlijke werken verscheen o. a. in 10 dln., (1891— 1894). Een levensbeschrijving gaven haar beide dochters Agnes Willms en Adelheid uit, die ook een aantal vertellingen voor jonge meisjes schreven.

Wildervank, een gemeente in de provincie

Groningen, 4 164 H. A. groot met (1910) 9 680 inwoners, wordt begrensd door de Groninger gemeenten Hoogezand, Veendam, Nieuwe Pekela en Onstwedde en door de Drentsche gemeenten Gasselte, Gieten en Anloo. De bodem bestaat voor het grootste deel uit afgegraven hoogveen. De bewoners houden zich voornamelijk bezig met landbouw, yeenderij, scheepvaart en nijverheid. Men vindt er scheepstimmerwerven, molens, mast- en blokmakerijen, steen- en pannenbakkerijen, kalkbranderijen, aardappelmeelfabrieken enz. De gemeente bevat het dorp Wildervank, een gedeelte van het dorp NieuweStadskanaal, de buurt Wildervanksterdallen en een deel van de buurt Borger-Compagnie. De NoordOosterlocaalspoorweg doorsnijdt de gemeente.

Het dorp Wildervank is een veenkolonie, die langs hot Oosterdiep en het Westerdiep werd aangelegd. Men vindt er een Hervormde kerk, een Luthersche kerk en een Gereformeerde kerk. In de 17de eeuw werd door Adriaan Geerts uit Bentheim met de ontginning van het hoogveen begonnen.

Wildpark, een zeer rustig gelegen, omheind gedeelte van een bosch, dient om verschillende soorten van wild met het oog op de jacht te behouden en aan te fokken. Het moet voldoen aan de volgende voorwaarden: aanzienlijke afmetingen en rijkelijk voedsel, water en kreupelhout en rustige ligging. De grootte hangt af van de soort van het wild. Zwart wild kan nog op een kleine oppervlakte als jachtdier gehouden worden; dam- en ree-wild stellen hoogere eischen. Rood wild moet in parken van minder dan 200 H. A. oppervlakte als jachtdier niet worden gehouden. Het voedsel moet goed, rijkelijk in elk jaargetijde aanwezig zijn. Een natuurlijk tekort kan echter door het aanleggen van wildakkers en -weiden en door voedering aangevuld worden. Ook bij overigens gunstige omstandigheden zal men des winters verplicht zijn de dieren gedeeltelijk te voederen. Ter bescherming tegen wind en koude moet een voldoende hoeveelheid kreupelhout in het park voorkomen of er worden aangelegd. De soort en de hoogte van de omheining regelt zich naar het wild. Hooge muren geven de meeste zekerheid tegen het uitbreken; zij zijn echter zeer duur. Meestal worden omheiningen van ,hout of van hout en metaaldraad gemaakt. Door aan den voet van buiten de omheining gelegen heuvels openingen te maken, is het mogelijk dat vreemd wild in het park kan komen, maar geen dieren daaruit kunnen ontsnappen. De houtsoort moet aldus gekozen worden, dat haar vruchten het wild tot voedsel kunnen dienen (eiken, beuken).

Wildschut, Dirk Hendrik, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Amersfoort den 27sten Augustus 1788, studeerde te Utrecht en werd in 1814 predikant te Apeldoorn, in 1816 te Dordrecht en in 1819 te Amsterdam, verkreeg in 1853 een eervol emeritaat, vestigde zich te Velp, en overleed den 6den Augustus 1868. Hij was lid of bestuurder van verschillende genootschappen en kommandeur in de Orde van den Nederlandschen Leeuw. Hij schreef o. a.: „Brief over den admiraal van Kinsbergen aan mr. M. C. van Hall", „Vragen over de Bijbelsche geschiedenissen" (2de druk, 1826), „Onderwijs in het Christelijk geloof naar de leer des Bijbels", „Kort begrip des Christelijken geloofs", „Handboekje op een reis den Rijn" opwaarts tot Spiers, langs de Bergstrasze en de voornaamste baden van

Sluiten