Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijk, waarheen hij gevlucht was, terug en werd C voor het graafschap Middlesex gekozen. Vóór het k bijeenkomen van het Parlement leverde hij zich 1 aan het gerecht over, dat hem nu veroordeelde tot s 22 maanden gevangenisstraf en £ 1 000 boete. Ge- 1 durende den duur van zijn straftijd besloot het La- r gerhuis, ondanks de groote publieke verontwaar- 1 diging, in 1769 opnieuw tot zijn uitstooting, en s toen zijn kiezers hem trouw bleven, verklaarde het zijn tegencandidaat Luttrell voor gekozen. Daardoor t klom zijn populariteit; hij werd in 1771 tot cheriff ' en in 1774 zelfs tot lord-mayor van Londen gekozen, i Na de ontbinding van 1774 werd hij opnieuw in het j Lagerhuis gekozen, waarvan hij tot 1790 lid was. ; Hij overleed den 26sten December 1797 te Londen. De „Correspondence of Wilkes" (5 dln., 1805) werd ( gepubliceerd door Almon.

Wilkes, Charles, een N. Amerikaansch admiraal, geboren den 3den April 1798 te New-\ork, deed van 1838—1842 een onderzoekingsreis, waarop hij o. a. de Fidsji-eilanden bezocht en in de Zuidpoolzee het naar hem genoemde Wilkesland ontdekte. In den burgeroorlog nam hij als bevelhebber van het oorlogskorvet „San Jacinto" den 8sten November 1861 Slidell en Mahon, door de Z. lijke Staten naar Engeland gezonden, op het Engelsche schip „Trent" gevangen (Trent-Affaire). In 1862 tot commodore bevorderd, vernielde hij den 28sten Augustus 1862 City Point, waarna hij tot schoutbij-nacht opklom. Zijn reis beschreef hij in „Narrative of the United States exploring expedition" (5 dln., 1845 en later); verder verschenen van hem: „Western America" (1849) en „Theory of the winds" (1856). Hij overleed den 8"ten Februari 1877 te Washington.

Wilkesland is de gemeenschappelijke naam voor de Z. poollanden, welke zich op den Z. poolcirkel tusschen 105 en 155° O. L. v. Gr. uitstrekken van Knoxland in het W. tot Adélieland in het O. Het werd in 1840 grootendeels door Wilkes ontdekt.

Wilkie, sir David, een Engelsch schilder, geboren den 18den November 1785 te Cults in het Schotsche graafschap Fife, bezocht vanaf 1799 de academie te Edinburgh en vertrok in 1805 naar Londen, waar hij zich bekend maakte door de stukken: „De dorpspoliticus", „De blinde vioolspeler", „De kaartspeler", „De gewonde vinger" enz. In 1811 werd hij benoemd tot lid der Koninklijke Academie en in 1823 tot Schotsch hofschilder. Van zijn werken noemen wij: „De dorpskermis", „Het blindemannetjespel", „De familie Walter Scott", „De voorlezing van het testament", „De invaliden te Chelsea, de tijding lezend van den slag bij Waterloo", Tot herstel van zijn gezondheid vertoefde hij van 1825—1828 in Italië en Spanje, waar hij een reeks van tafereelen schilderde uit den oorlog op het Pyreneesche schiereiland van 1808—1814; ook bezocht hij Frankrijk en Duitschland. Na zijn terugkeer in Engeland schilderde hij bijna uitsluitend geschiedkundige werken en portretten. Sterk is daarin de invloed van Velazquez, Correggio en Rembrandt bemerkbaar, terwijl ook zijn techniek veel breeder werd. Tot zijn hoofdwerken uit deze periode behooren: „De prediking van John Knox in de kathedraal te St. Andrews", „Christophorus Columbus", „Paus Pius VII te Fontainebleau, aan Napoleon I de onderteekening weigerend van het

oncordaat", „De vlucht van Maria Stuart uit het asteel Lochleven" en „Paul III en Benvenuto Celni". In 1830 werd hij benoemd tot eersten hofshilder en in 1836 in den adelstand verheven. In 840 begaf hij zich naar den Levant; op de terugeis overleed hij aan boord in de nabijheid van Giraltar den l8ten Juni 1841. In het Nationaal Mueum verrees een standbeeld te zijner eere.

Wilkinson, sir John Gardner, een Engelsch leroemd Egyptoloog, geboren den 5den October 797 te Hardendale (Westmoreland), ontving zijn pleiding te Harrow en te Oxford en vertoefde 12 aar in Egypte, waar hij een massa materiaal veramelde, dat hij later in zijn werken behandelde. Wij noemen van hem: „Materia hieroglyphica 1828), „Manners and customs of the ancient Egypians" (5 dln., 1836—1847), „Modern Egypt and fhebes" (2 dln., 1844), „Architecture of ancient ïgypt" (1850 met atlas), „Popular account of the mcient Egyptians" (2de druk, 1871) en „Egypt n the times Pharaohs" (1857). Zijn reis door de Slavische provinciën van Turkije beschreef hij in ,On Dalmatia and Montenegro, with a journey to yfostar in Herzegowina" (2 dln., 1848), terwijl hij jok het egyptologisch gedeelte van de groote Engelsche vertaling van Herodotus bewerkte. Hij overleed len 29sten October 1875 te Llandovery.

Willamette, een rivier in den N. Amerikaanschen staat Oregon, ontspringt op het Kashden"ebergte, stroomt eerst N. W. en dan N. waarts, vormt bij Oregon City de Willamette-watervallen, waaromheen een kanaal gegraven is, zoodat kleine stoomschepen van haar monding tot Eugene City, 233 km. stroomopwaarts kunnen varen, en mondt, in het geheel 480 km. lang, in de Columbiarivier uit.

Willamowitz Möllendorf, Ulrich von, een Duitsch taalgeleerde, geboren den 22sten December 1848 te Markowitz in Posen, studeerde te Bonn en Berlijn, bereisde van 1872—1874 Italië en Griekenland en vestigde zich in 1874 als privaatdocent in de klassieke philologie te Berlijn. In 1876 werd hij gewoon hoogleeraar te Greifswald, in 1883 te Göttingen en in 1897 te Berlijn. Hij publiceerde „Analecta Euripidea" (1875), gaf een aantal werken van klassieke schrijvers uit, waarvan wij noemen: „Callimachi liymni et epigrammata (2d0 druk, 1897), Aeschylos' „Agamemnon" (Grieksch en Duitsch, 1885), Euripides' „Herakles", met een „Einleitung in die attische Tragödie" (afzonderlijk, 1907) en een Duitschen commentaar (2de bewerking, 2 dln., 1895) en „Hippolytos" (Grieksch en Duitsch, 1891) en schreef in de „Philologische Untersuchungen", welke hij met Kieszling uitgeeft, o. a.: ,,Aus Kydathen" (1880), „Isyllos von Epidauros" (1886) en „Die Textgeschichte der griechischen Bukoliker" (1906). Verder verschenen nog van hem: „Griechische Tragödien, übersetzt" (tot nu toe 3 dln., 1899—1906; dl. 1, 5de druk, 1907), „Aristoteles und Athen" (2 dln., 1893), „Die Textgeschichte der griechischen Lyriker" (1900), „Griechiches Lesebuch" (2 dln. in 4 stukken, 1902; dl. 1, 5de druk, 1907), „Reden und Vortrage" (2de druk, 1902), „Timotheos, Die Perser" (1903), waarbij „Der Timotheos-Papyrus, Lichtdruckausgabe" (1903) en „Die Griechische Literatur" (in Hinneberg's „Kultur der Gegenwart", 2de druk, 1907).

Willaert, Adriaan, een Z. Nederlandsch toonzetter, de stichter en het hoofd der oudere Ve-

Sluiten