Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

abdij van Echternach in het diocees Trier begraven, waar zijn graf het doelwit van talrijke bedevaarten is. Zijn reliquieën werden in 1906 in de basilica van deze abdij bijgezet.

Willehad. een R. Katholiek heilige, geboren omstreeks 720 in Northumberland, predikte onder de Friezen en Saksen het Evangelie en werd door Karei den Groote, wiens opmerkzaamheid hij had getrokken, in 787 als bisschop van het land tusschen Elbe en Eems bevestigd, met Bremen als zetel. Hier wijdde hij den lsten November 789 de domkerk in. Hij overleed den 8sten November 789 te Blexen aan den Wezer.

Willem I, eigenlijk Wilhelm Friedrich Ludwig, Duitsch keizer en tevens koning van Pruisen, de tweede zoon van Friedrich Wilhelm 111 en van koningin Louise, geboren te Berlijn den 22sten Maart 1797, werd den ls,en Januari 1807 tot officier benoemd en genoot onder leiding en Delbrück en kapitein Rieche een voortreffelijke opvoeding. In 1814 benoemd tot kapitein, volgde hij zijn vader op den veldtocht naar Frankrijk, verwierf bij Bar sur Aube (26 Februari) het IJzeren Kruis en trok den 31sten Maart mede Parijs binnen. In 1818 werd hij generaal-majoor, verkreeg den l8ten Mei 1820 het opperbevel over de eerste divisie der garde en werd in 1825 luitenant-generaal der garde. Den llden Juni 1829 trad hij in het huwelijk met prinses Augusta van Saksen-Weimar. Zij schonk hem twee kinderen, Friedrich Wilhelm (geboren den 18den October 1831) en Louise (geboren den 3den December 1838). Na den dood van zijn vader in 1840 verkreeg hij als vermoedelijk troonopvolger van zijn broeder Friedrich Wilhelm IV den titel van „Prins van Pruisen". Bij het uitbarsten der revolutie van 1848 was hij wel is waar een voorstander van het verleenen eener constitutie, maar tegelijkertijd van het onbeperkt handhaven der koninklijke macht. Daar hij tevens wegens zijn ingenomenheid met den militairen stand als de voornaamste steun van het absolutisme werd beschouwd, liep hij persoonlijk gevaar, waarom hij zich den 22sten Maart naar Londen begaf, waar zijn staatkundige inzichten door den omgang met prins Albert, Peel, Russell, Palmerston en anderen ruimer werden. In het begin van Juni te Berlijn teruggekeerd, werd hij in de Pruisische Nationale Vergadering gekozen; na een uiteenzetting van zijn inzichten over de constitutioneele beginselen nam hij verder geen deel meer aan de beraadslagingen. In Juni 1849 onderwierp hij de revolutionnaire beweging in Zuid-Duitschland; in October van dat jaar werd hij benoemd tot militair gouverneur aan den Rijn en in Westfalen en vestigde zich te Koblenz, en in 1854 tot gouverneur der vesting Mainz. De vroegere ongunstige stemming jegens den prins was allengs veranderd, zoodat, toen hij gedurende de ziekten van den koning den 238tcn October 1867 als diens plaatsvervanger en den 7den October 1858 als regent de teugels van het bewind in handen nam, alle verwachtingen op hem waren gevestigd. Nadat hij den 26sten October den eed op de grondwet had afgelegd, benoemde hij den 5den November het liberale ministerie Hohenzoltem (de „nieuwe aera") en ontvouwde daaraan op den 8st™ daaraanvolgende zijn regeeringsbeginselen. Alle schijnheiligheid en huichelarij moest worden vermeden en door wijze wetten door ontwikkeling van zedelijke kracht en door het

streven naar eenheid in Duitschland, moest het trachten zedelijke overwinningen te behalen. In afwachting van de resultaten van deze staatkunde weigerde het huis van Afgevaardigden de credieten voor de reorganisatie van het leger, in 1860 voorgesteld. De breuk werd vergroot toen bij de kroning van den prinsregent tot koning (18 October 1861) bleek, hoezeer de macht van het koningschap onafhankelijk van de volksvertegenwoordiging was. De nieuwe verkiezingen van December 1861 ademden een geest van vooruitgang en bij de aftreding van het ministerie der „nieuwe aera" (17 Maart 1862), dat de wettelijke goedkeuring van de reeds doorgevoerde legerreorganisatie niet verkrijgen kon, begon de strijd om de grondwet, waarin Willem, die ter verdediging van het gehate ministerieBismarck al het gewicht van zijn koninklijk gezag in de schaal legde, zijn vroegere populariteit snel verloor. Om aan de binnenlandsche moeilijkheden te ontkomen, zonder de legerhervorming prijs te geven, liet de koning zich vinden voor de staatkunde van Bismarck, welke op een oorlog met Oostenrijk uitliep (1866). De koning plaatste zelf zich aan het hoofd van het leger en behaalde de glansrijke overwinning bij Königgratz. Door de indemniteitswet wist hij verder een verzoening met den Landdag te bewerken. De grondwet van den N. Duitschen Bond van den l8,en Juli 1867 kwam tot stand; de koning werd daarvan president. In de binnenlandsche staatkunde bewoog hij zich in vrijzinnige richting; de gehate ministers uit het tijdperk der botsing werden ontslagen en vervangen door liberale mannen. In den oorlog met Frankrijk van 1870—1871 plaatste de koning zich weder aan het hoofd der troepen, voerde zelf het bevel bij Gravelotte en bij Sedan en bestuurde van October 1870 tot Maart 1871 van rit Versailles de militaire operatiën, alsmede de diplomatieke onderhandelingen over de vorming van het Duitsche rijk. Door de afkondiging, welke den 18den Januari 1871 op het kasteel te Versailles plaats greep, aanvaardde hij voor zich en voor zijn opvolgers op den Pruisischen troon den titel van „Duitsch Keizer". Den 16den Juni 1871 hield hij een schitterenden intocht te Berlijn. Rusteloos wijdde hij zich aan de organisatie van het leger in het Duitsche rijk en aan de binnenlandsche hervormingen in den Pruisischen Staat. In den „Kulturkampf" handhaafde hij het eenmaal ingenomen standpunt en antwoordde in zijn beroemd geworden schrijven van den 3den September 1873 op beslissenden toon op de aanmatiging van den paus. In September 1872 sloot hij den Drie-Keizersbond met Rusland en Oostenrijk. Niettegenstaande de groote populariteit, welke de keizer genoot, werden in 1878 twee aanslagen op hem gepleegd. In 1879 werd het Drievoudig-Verbond met Oostenrijk en Italië gesloten. Ook werden onderhandelingen aangeknoopt met paus Leo XIII ter beëindiging van den „Kulturkampf." Willem I overleed den 9den Maart 1888 te Berlijn. Zijn lijk werd den 16den Maart in het mausoleum te Charlottenburg bijgezet. Een groot aantal gedenkteekenen werden voor en na voor hem opgericht; op het einde van 1902 telde men er reeds 322. De bebelangrijkste daarvan zijn het nationale gedenkteeken te Berlijn (1897) en dat op den Kyffhauser.

Willem II, Friedrich Viktor Albert, Duitsch keizer en Pruisisch koning, geboren den 27Bten Ja-

Sluiten