Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot bisschop van Utrecht, geraakte echter ook met dezen in twist en sloeg het beleg voor Utrecht, welke stad hij geducht in het nauw bracht. Hij liet zich dan ook niet tot verzoening bewegen dan onder voorwaarde, dat 400 ingezetenen in linnen kleederen, ongegord, blootshoofds en barrevoets hem vergiffenis kwamen smeeken. In 134B ondernam hij een tocht tegen de Friezen, welke zijn dood tengevolge had. De tocht werd vanuit Enkhuizen aanvaard. Een storm scheidde echter de transportvloot in tweeën, waardoor het ééne gedeelte onder den oom van Willem, Jan van Beaumont, landde bij het klooster St. Odulf nabij Stavoren, terwijl Willem zelf landde te Warns, eveneens in de nabijheid van Stavoren. In gevecht geraakt met een overmachtige bende Friezen, verdedigde Willem zich hardnekkig, totdat een pijlschot aan zijn leven een einde maakte. Zijn lijk werd eerst begraven in het Olde Klooster bij Bolsward en later te 's Gravenhage bijgezet.

Willem V, graaf van Holland, Zeeland en West-Friesland, een neef van den voorgaande, werd door zijn moeder Margaretha, de gemalin van keizer Lodewijk, die bij den döod van Willem IV door dezen met Holland en Zeeland beleend was, in overleg met de edelen en ft steden, benoemd tot stadhouder onder den titel van „verbeider" In 1349 stond zij hem Holland, Zeeland en Friesland tegen betaling van een som ineens en een jaarlijksche schatting van 6000 gouden schilden af. In Henegouwen zou Willem stadhouder zijn. Daar hij zijn verplichtingen niet na kwam, herriep Margaretha in 1350 haar beschikking. Dat was het sein voor een oorlog, die ons land onder den naam van Hoeksche en Kabeljauwsche twisten omstreeks 150 jaar heeft geteisterd. Bij Veere werd Willem door Margaretha, verbonden met Eduard III, verslagen, maar op de Maas, tusschen Vlaardingen en Brielle behaalde zijn vloot een beslissende overwinning. Door het huwelijk van Willem met Mathilde, de nicht van Eduard 111, verloor Margaretha echter haar bondgenoot, waardoor zij zich genoopt zag om in 1354 Holland, Zeeland en Friesland „met mond en halm" af te staan. In 1357 begaf Willem zich naar Engeland; na zijn terugkeer openbaarden zich bij hem sporen van krankzinnigheid. Met eigen hand en zonder eenige reden doorstak hij den edelman Gerrit van Wateringe. Hij werd dan ook in 1358 naar Quesnoy overgebracht, waar hij nog tot 1389 in krankzinnigen toestand leefde.

Willem VI, graaf van Holland en Zeeland, een neef van den voorgaande, oudste zoon van Aïbrecht van Beieren, geboren in 1345, droeg in zijn jeugd den naam van graaf van Oostervant, kwam reeds vroeg in dienst van den hertog van Bourgondië en hielp in 1385 Damme in Vlaanderen veroveren. Zijn vader belastte hem met het bewind over Henegouwen, maar toen Willem in 1393 deel had genomen aan den moord op Aleid van Poelgeest en zich naar het slot Altena begaf, besloot Aïbrecht hem daar te belegeren. Willem nam echter de wijk naar 's Hertogenbosch en vervolgens naar het Fransche Hof, waar een rijk Amsterdamsch koopman, Willem Eggert, hem van de noodige geldmiddelen voorzag. Weldra verzoende hij zich echter met zijn vader en ondernam in 1396 met dezen een tocht tegen de Friezen, die bij Schoterzijl volledig verslagen werden. In 1398 werd een tweede J;ocht

ondernomen. Geheel Friesland, de N. O. lijke hoek uitgezonderd, werd vermeesterd en het lijk van Willem IV werd uitgeleverd. Het eindresultaat der tochten was ten slotte echter, dat alleen Stavoren behouden bleef. In 1404 volgde Willem zijn vader op, waardoor de Hoekschen, waartoe hij behoorde, meer vrijheid van beweging kregen. De moordenaars van Aleid en haar schildknaap Kuser, de gebroeders De Blote, mochten terugkeeren. In den strijd met zijn machtigen Kabeljauwschen tegenstander, Jan van Arkel, behaalde Willem de overwinning. Ook streed hij tegen Beinoud van Gelder en nam hij deel aan onderscheiden andere oorlogen. In 1405 werd keizer Sigismund te Dordrecht feestelijk door hem onthaald. Hij vergezelde dezen met een stoet van edelen naar Parijs. Willem is tweemaal gehuwd geweest, eerst met Maria, een dochter van Karei V van Frankrijk, daarna met Margaretha van Bourgondië. Hij overleed den 31Bten Mei 1417 te Bouchain.

Willem I, de Zwijger, prins van Oranje, de grondlegger van Nederlands onafhankelijkheid, werd geboren den 25sten April 1533 te Dillenburg in het land van Nassau, was in zijn jeugd page bij Karei V, werd door diens zuster Maria in den R. Katholieken godsdienst opgevoed en door den keizer reeds vroeg met gewichtige zendingen belast'. Later werd hij tot stadhouder benoemd van Holland, Zeeland en Utrecht. Na den dood van Karei V verzette hij zich, althans in het begin om redenen van persoonlijken en staatkundigen aard, tegen de regeeringswijze van Philips 11. Deze en Granvelle hadden zijn huwelijk met Benée van Lotharingen belet en dat met Anna van Saksen tegengewerkt. Granvelle dwarsboomde hem in zijn pogingen om superintendant van Brabant te worden, terwijl hem, zoowel als den anderen edelen, alle invloed op de benoeming van ambtenaren werd ontnomen en die op kerkelijke en staatkundige aangelegenheden beperkt. Toen ook de belangrijkste zaken in den Raad van State buiten hen omgingen, wendden Oranje en Egmond zich tot den koning, om zich daarover te beklagen. Toen in 1562 Philips van plan bleek om alle troepen, in Holland aanwezig, aan den strijd tegen de Hugenooten in Frankrijk te doen deelnemen, leidde Willem het verzet daartegen, dat eindigde met de vorming van een ligue, welke zich de verwijdering van Granvelle ten doel stelde. Bij het aanbieden van het smeekschrift der edelen in 1566 aarzelde hij, terwijl hij zich na den beeldenstorm te Antwerpen, die hem aanleiding gaf om afstand van zijn bedieningen te doen, evenmin aansloot bij de meer democratische beweging, welke ontstaan was. Bij de komst van Alva verliet Willem Antwerpen, om zich over Breda naar Dillenburg te begeven. Alva trachtte de hand te leggen op de voornaamste leiders van het verzet. Daarom werd ook Willem den 28sten Januari 1568 op de markt te Brussel opgeroepen om voor den Raad van Beroerten te verschijnen. Hij verklaarde echter deze indaging voor onwettig en verdedigde zich tegen de beschuldiging van de bewerker der oproeren en de beschermer der rebellen te zijn in zijn „Justificatie", welke in 6 talen verscheen. Ook trad hij nu handelend op. In October 1568 trok hij met 14 000 man bij Stockhem over de Maas. Deze veldtocht verliep echter zonder succes. Geen enkele stad open| de voor hem haar poorten. Later maakte hij de be-

Sluiten