Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willemsvaart is het kanaal in de provincie Overijsel van het Zwarte Water bij Zwolle naar den IJsel bij Katerveer. Het is 2,05 km. lang, heeft een kleinste diepte onder kanaalpeil van 3,15 m. en wordt door twee schutsluizen van den IJsel gescheiden, terwijl het onder gewone omstandigheden open ligt naar ket Zwarte Water, doch daarvan door een keersluis bij Zwolle gescheiden kan worden. Het kanaal werd in 1820 geopend en vormt den hoofdwaterweg van Zwolle naar de Zuiderzee.

Willenhall, een stad in het Engelsche graafschap Stafford, 5 km. ten O. van Wolverhampton, heeft veel metaalnijverheid, vernisfabrieken en telt (1901) 16 515 inwoners.

Willette, Adolphe Léon, een Fransch schilder en teekenaar, geboren in 1857 te ChSlons sur Marne, ontving zijn opleiding op de Ecole des beaux-arts, waar hij onderricht ontving van Cabanel. Hij schilderde in zijn eerste periode o.a. „Tentation de saint Antoine"(1881), „La Mort et le Buclieron" (1882), „Le mauvais Larron"(1883), „La veuve de Pierrot"(1883) en „Portrait de mon père"(1887). Daarna legde hij zich meer op de teekenkunst toe, inzonderheid op het teekenen van caricaturen. Hij vervaardigde teekeningen voor een groot aantal tijdschriften, o.a. voor „Le chat noir", „Le courrier francais", „Le triboulet", „Le boulevard" en „Le rire" en stichtte „Le pierrot" en „Le Pied-de-Nez". In 1904 gaf hij „Cent dessins de Willette" uit. Li de laatste jaren vervaardigde hij een aantal decoratieve werken, zooals „Les quatre saisons",„Eve", bestemd voor de balzaal Tabarin en een plafondschildering voor een bibliotheek.

Williams, sir Manier, een Engelsch taalgeleerde, geboren te Bombay den 12ien November 1819, ontving zijn opleiding aan King's College te Londen, studeerde te Oxford en werd in 1844 hoogleeraar in het Perzisch, Hindostansch en Sanskriet aan het East-India College te Haileybury in Indië. In 1860 werd hij benoemd tot hoogleeraar in het Sanskriet aan de universiteit te Oxford. Hij stichtte aldaar het Indian Institute en werd in 1886 in den ridderstand verheven. Hij overleed te Cannes den llden April 1899. Van zijn werken noemen wij: „A practical grammar of the Sanskriet language"(1846) een uitgave van het Sankrietisch drama: „Vikramorvasi"(1849), een uitgave van de „Sakoentala" met een vrije vertaling van dit gedicht (1855), „English and Sanskriet dictionary"(1851, 1872 en 1888), „Rudiments of Hindustani, with an explanation of the Persi Arabic alphabet" (1858), „Hindustani primer"(1859), een uitgave van den Hindostanischen tekst van „Bagli o Bahür"(1859), „Original papers illustrating the history of the application of the Roman alphabet to the languages of India" (1859), „Story of Nala"(1860), „Indian epic poetry: substance of lectures"(1863), „A Sanskrit manual" (2de druk 1868), „Indian Wisdom"(1875, 4de druk, 1893), „Modern India and the Indians"(1878, 4ae druk, 1887), „Brahmanism and Hinduism"(1883, 4de druk 1891) en „Buddhism in its coimection with Brahmanism and Hinduism"(1889).

Williams, George Washington, een Amerikaansch geschiedkundige, een mulat, geboren den 16aei1 October 1849 te Bedfort Springs in Pennsylvanië, nam deel aan den Burgeroorlog, vocht van 1865—1867 in het republikeinsch leger van Mexico, en studeerde daarna in de rechten. Hij werd in 1879

lid van het wellevend lichaam in Ohio, was van 1880—1882 auditeur-generaal van het leger van de Unie en van 1885—1886 gezant te Haïti. Hij schreef: „History of the negro race in Amerika from 1619 till 1880"(2 dln., 1882), „History of the negro troops in the war of the rebellion"(1887) en „Historv of the reconstruction of the insurgent states"(2 dln., 1889).

Williams de Kars, sir William Fenwick, een Britsch generaal, geboren den 4aen December 1800 te Annapolis in Nieuw-Schotland, nam in 1825 dienst bij de Engelsche artillerie en werd in 1840 tot kapitein bevorderd. Tot 1843 vertoefde hij vervolgens in Turkije en werd in 1847 als Britsch commissaris naar Erzeroem gezonden, om deel te nemen aan de vredesonderhandelingen tusschen de Perzische en Turksche gevolmachtigden. Ook was hij in 1848 tegenwoordig bij de onderhandelingen over de grensregeling tusschen Turkije en Perzië. In 1845 was hij tot majoor bevorderd, in 1852 werd hij luitenant-kolonel, in 1854 werd hij met den rang van kolonel als Britsch commissaris bij het Turksche leger geplaatst. In laatstgenoemd jaar klom hij op tot generaal-majoor en vertrok naar Erzeroem, om deze stad te versterken. Bovenal maakte hij zich verdienstelijk te Kars, waar hij, inmiddels door de Turken tot ferik (divisie-generaal) benoemd en aan den Turkschen opperbevelhebber Wassiff-Pasja toegevoegd, de stad op een uitstekende wijze tegen de Russen verdedigde. Toen hij zicli niettemin bij verdrag moest overgeven (28 November 1855), werd hij krijgsgevangen en kon eerst na het sluiten van den vrede naar zijn vaderland terugkeeren. De sultan verhief hem tot moesjir en de koningin benoemde hem tot baronet van Kars, terwijl het Parlement hem een jaargeld toekende van 1000 pond sterling. Hij werd daarop gouverneur van Woolwich en was van 1856 tot 1859 lid van het Parlement. In 1860 werd hij bevelhebber der Britsche troepen in Canada, in 1865 gouverneur van Nieuw-Schotland en, in 1870 inmiddels tot generaal bevorderd, gouverneur van Gibraltar. In April 1881 zag hij zich tot gouverneur van den Tower benoemd, maar legde die betrekking reeds in Juni daaraanvolgende neder. Hij overleed te Londen den 26st™ Juü 1883.

Williamson, Alexander, een Engelsch scheikundige, geboren den lsten Mei 1824 te Wandsworth bij Londen, studeerde te Wiesbaden, Heidelberg, Gieszen en Parijs en werd in 1848 na den dood van Fovmes benoemd tot hoogleeraar in de scheikunde aan het University College te Londen. Ook werd hij secretaris van de Royal Society. Hij heeft door zijn geschriften een grooten invloed uitgeoefend op de studie van de scheikunde. In 1887 nam hij zijn ontslag. Hij overleed den 6den Mei 1904. In 1850 leverde hij een verklaring van de aethervorming, bepaalde de moleculairformule van den aether en ontdekte de klasse der gemengde aethers. De typentheorie, door Gerhard aangegeven, werd door hem uitgewerkt. Hij verduidelijkte het begrip radicaal en toonde aan, dat sommige radicalen in staat zijn om twee of meer wateratomen te vervangen. Zijn theoretische denkbeelden heeft hij vooral verkondigd in: „Suggestions for the dynamics of chemistry derived from the theory of etherification",waarvoor de Royal Academy hem een medaille toekende, alsmede in: „On the constitution of salts". Deze werken hebben grooten invloed uitgeoefend op de ontwikkeling der

Sluiten