Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe leer over de scheikundige samenstelling der . stoffen. Verder schreef hij: „Chemistry for students" i (1865), „On the atomic theory" en „On chemical nomenclature and notation". In laatstgenoemde i verhandeling maakt hij opmerkzaam op een gebrek | in de chemische formules, namelijk dat daarin niet wordt aangegeven de kracht, waarmede de elementen zich tot verbindingen vereenigen. Ook heeft hij krachtig opgewekt tot het doen van thermochemische onderzoekingen. Eindelijk heeft hij door de ontdekking van verschillende stoffen zich verdienstelijk gemaakt jegens de organische scheikunde, terwijl hij zich ook met praktische kwesties bezighield o.a. met de vraag, hoe de afval van groote steden productief gemaakt kan worden.

Williamsport, een stad in den Noord-Amekaanschen staat Pennsylvanië, ligt op den linker oever van den westelijken tak der Susquehanna, waarlangs een kanaal loopt, is het vereenigingspunt van een aantal spoorwegen en telt (1900) 28 757 inwoners. Wegens haar gezonde ligging houden velen er des zomers hun verblijf. De inwoners drijven een drukken handel in hout, verder vindt men er houtzaagmolens, fabrieken voor houtbewerking, ijzergieterijen en onderscheiden andere inrichtingen van nijverheid.

Willibald, een R. Katholiek heilige, geboren in October 700 in Engeland, deed in 721 met zijn broeder Wunibald, abt van Heidenheim, een pelgrimstocht naar Palestina, keerde in 729 naar Italië terug en leefde daarna als monnik in het klooster Monte-Cassino bij Napels. Op verlangen van Bonifacius vestigde hij zich in 740 in Duitschland, waar hem, nadat hij in 741 tot bisschop gewijd was, in 745 den bisschopszetel van Eichstatt werd toegewezen. Hier overleed hij den 7^en Juli 781.

Willigen, Adriaan van der, een Nederlandsch geschiedkundige, geboren te Rotterdam, den 12aen Mei 1766, werd krijgsman, maar nam in 1789 zijn ontslag en vestigde zich te Oss, waar hij landbouwkundige proeven deed, en vervolgens te Tilburg, waar hij in 1795 tot drossaart werd benoemd. Kort daarna zag hij zich gekozen tot plaatsvervangend representant van Bataafsch Brabant. In die dagen schreef hij eenige tooneelspelen, zooals: „Selico" (1794), ,,Claudine"(1879), „Recommandatiebrieven" (1800) en „Willem en Klaartje of de voorbeeldige pastoor"(1806). Sedert 1801'begon hij zich op de schilderkunst toe te leggen, reisde in Frankrijk en Italië en vestigde zich vervolgens te Haarlem. Hij was een tegenstander van Lodewijk Napoleon en de Fransche overheersching. Na 1813 werd hij lid van Teylers Genootschap en schoolopziener en deed een aantal reizen. Hij overleed den 17den Januari 1841. Hij schreef behalve' genoemde tooneelstukken: „Reize door Frankrijk in brieven"(3 stukken, 1806), „Parijs in den aanvang der 19ae eeuw"(3 dln., 1805, 2ae druk 1814), „Verhandeling over de redenen van het klein getal historieschilders in Nederland" (1808), met zilver bekroond, „Aanteekeningen op een tochtje door een gedeelte van Engeland in 1823" (1825), „Aanteekeningen op een tochtje door een gedeelte van Duitschland in 1828"(1829) en „Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst sedert de helft der 18ae eeuw"(4 dln., 1840 met R.vanEynden).

Willigen, Pieter van der, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Rotterdam den 20Bten October 1778, werd achtereenvolgens predikant te

Haringkarspel en Dirkshorn, te Hillegom en te Tiel, in 1846 emeritus, en overleed den 17aen December 1847. Hij schreef o.a.: „Verhandeling over de waardij der wetenschappen in een volgend leven"(1829), beantwoordde twee prijsvragen der Maatschappij Tot nut van 't Algemeen, namelijk: „Over de kracht en den invloed der gewoonte"(1820) en „Een spreekwoord niet altoos een waar woord"((1823) en leverde onderscheiden bijdragen in godgeleerde tijdschriften.

Willigen Pz., Adriaan van der, een zoon van den voorgaande, geboren te Hillegom den 20sten September 1810, was doctor in de geneeskunde, practiseerde te Haarlem en schreef: „Aanteekeningen over Haarlemsche schilders en andere beoefenaars der beeldende kunsten enz."(1866) en „Naamlijst van Nederlandsche kunstcatalogen, veelal njet derzelver prijzen en namen van 1731—1866"(1873). Hij overleed te Rhedersteeg den 228ten Augustus 1876.

Willigis of Willegis, aartsbisschop van Mainz, geboren te Schöningen in het land van Brunswijk, was de zoon van onbemiddelde ouders en werd bestemd voor den geestelijken stand. Weldra zag hij zich door Otto I geplaatst bij de kanselarij en werd in 975 door Otto II benoemd tot aartsbisschop van Mainz en aartskanselier van Duitschland. Door zijn toedoen bleef de keizerskroon, ondanks de aanslagen van Hendrik den Twistzoeker, bewaard voor den jeugdigen koning Otto 111, daar hij wist te bewerken dat Theo-phano in 984 tot voogdes en rijksregentes gekozen werd. Onder haar regentschap en onder Adelheid had hij grooten invloed op het rijksbestuur, terwijl hij ook zeer in aanzien stond bij keizer Hendrik II, wiens aanspraken op het koningschap hij ondersteunde en dien hij vervolgens kroonde. Hij maakte een aanvang met het bouwen van den Dom te Mainz, legde bij Aschaffenburg een brug over den Main en bij Bingen een over de Nahe, bevorderde kunst en wetenschap en deed veel voor het onderwijs. Hij overleed den 23sten Februari 1011. Volgens een overlevering is het rad in het wapen van Mainz van hem, den zoon van een wagenmaker, afkomstig.

Willink, Daniël, een Nederlandsch dichter, geboren te Amsterdam den 318ten Mei 1676, was aldaar wijnkooper en lid van het diclitlievend genootschap: Constantia et labore. Hij overleed den 16<ien October 1722. Hij schreef: „Amsterdamsche Tempe of de Nieuwe Plantagie, begrepen in twee boeken nevens den Amstelstroom" (1712), bloemkrans van Christelijke liefde en zededicliten" (1714), „Lusthof van Christelijke dank- en bedezangen" (1715), „Christelijke gebeden voor yder dag der weke enz." (1717), „Amsterdamsche Buitensingel" (1723), „De lustplaats Groot Heerema bij Franeker" (1734) en „Amstellandsche Arcadia of beschrijving van de gelegenheid, toestand en gebeurtenissen van Amstellandt enz." (2 dln., 1737).

Willis, Nathaniël Parker, een Amerikaansch dichter en schrijver, geboren den 20sten Januari 1807 te Portland in Maine, studeerde aan Yale college te Newhaven, waar zijn eerste dichtbundel:

■ „Scripture sketches" (1823) in het licht verscheen,

■ die grooten bijval vond, stichtte in 1828 het „Amei rican Monthly Magazine", dat later den naam ont. ving van „New York Mirror", en schreef een bundel i verhalen onder den titel: „The legendary". Sedert • 1831 vertoefde hij bij afwisseling in Amerika en in )| Engeland en schreef: „Pencillings by the way"

Sluiten