Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, zeer groot is, zal de lucht met groote snelheid, dus ook met groote kracht, naar de depressie stroomen en spreekt men van een storm, ook wel van een orkaan of van een cycloon, tornado of wervelwind, als de lucht een duidelijk ronddraaiende beweging vertoont. Men heeft daarbij te doen met een diepe en gewoonlijk weinig omvangrijke depressie met hevige cyclonale beweging. Is de depressie nog kleiner dan ontstaan er soms hoozen of tromben (zie aldaar). |

Tot dusver werd hoofdzakelijk gelet op de richting van den wind. Deze kan men in de onderste luchtlagen gemakkelijk door middel van den windwijzer bepalen, maar men mag daarbij niet uit het oog verliezen, dat zij gewoonlijk in de hoogere luchtlagen eene andere is. Dikwijls komt het voor, dat in verschillende boven elkander gelegene lagen de richtingen elkander kruisen. De bepaling der richting in de hoogere luchtlagen kan vooreerst geschieden door waarneming van de beweging der wolken, hetwelk met nauwkeurigheid geschieden kan met den wolkenspiegel. In nieuweren tijd wordt daartoe ook veel gebruik gemaakt van kleine ballons (pillots sondes) en vliegers. Voor de onderste luchtlagen gebruikt men nog altijd den windwijzer. De gewone windwijzer of windvaan der observatoria is een stang, aan de bovenzijde voorzien van een vaan, die aan de richting van den luchtstroom gehoorzaamt en de stang doet omdraaien, welke van onder een wijzer heeft, die over de windroos loopt, welke in 32 windstreken is verdeeld.

De richting van den wind is evenwel slechts één der factoren, waarop gelet dient te worden. Ook de kennis van de kracht van den luchtstroom is var belang. Zij is rechtstreeks evenredig met de snelheid. Meestal vergenoegt men zich met een benaderende schatting, naar het voorbeeld van Lamont door de cijfers 0—4 aangewezen. Hierbij be-

teekent 0 eene "schijnbare windstilte, dat wil zeggen een wind, zoo zwak, dat hij niet eens de bladeren der boomen doet bewegen, 1 is een luchtstroom, die alleen de bladeren in beweging brengt, door 2 worden ook de kleine takken bewogen, bij 3 ook de dikste takken, terwijl de kruinen der boomen buigen, en door 4, die alle hevige winden omvat, worden dikke takken afgebroken, boomen ontworteld, huizen verwoest enz. Men kan echter de kracht van den wind nauwkeuriger bepalen door zijne snelheid waar te nemen, hetwelk geschiedt door lichte voorwerpen in den luchtstroom te laten bewegen en te zien, hoeveel tijd zij noodig hebben om den afstand tusschen twee bepaalde punten te doorloopen. Bij voorkeur bezigt men hiertoe zeer lichte ballons, daar bijv. papiersnippers op zeer onregelmatige wijze worden voortgesleurd. Stamkart deed het door de sneldheid van den rook der schoorsteenen te bepalen. Voor de kracht van den wind heeft men verder een landscliaal met de cijfers 0—6, welke stilte, flauwe koelte, frissche koelte, sterker koelte, storm en orkaan aanwijzen, en een zeeschaal (van Beaufort) met de cijfers 0—12, die de volgende beteekenis hebben: 0 bladstil (geen beweging in het schip), leen zuchtje(het schipluistertnaarhetroer),

2 een zacht windje (het schip loopt 1—2 knoopen),

3 een koeltje (2—4 knoopen), 4 een weinig wind (4—6 knoopen), 5 een frissche koelte (bovenbramzeilskoelte), 6 een flinke koelte (gereefde marszeilsen bramzeilskoelte), 7 een sterke bries (dubbel gereefde marszeilskoelte), 8 een stormachtige bries (driemaal gereefde marszeilskoelte), 9 een storm (een dicht gereefde marszeilskoelte), 10 een sterke storm (dicht gereefde grootzeilskoelte), 11 een vliegende storm (stormstagzeilskoelte) en 12 een orkaan. Omtrent de kracht, de snelheid en de drukking van den wind zijn bijzonderheden vermeld in de volgende tabel:

KRACHT VAN

DEN WIND NAAR DE SNELHEID VAN DEN WIND

DRUKKING

VAN DEN

IN HET UUR W1NDINK.G.

IN EEN IN EEN OP DFN V M

SCHAAL VAN UfclN v.M.

LANDSCHAAL. SECONDE IN MINUUT IN m vv IN ZEE-

BEAUFORT. K-M'

METERS. METERS. MIJLEN.

0 | 1 0—1,6 90 5,4 3 0,3

1 I 1 3,5 210 12,6 8 1,5

2 | 2 6 360 21,6 13 4,4

3 \ „ 8 480 28,8 18 7,8

4 ) 10 600 36 23 12,2

5 \ . 12,5 750 45 28 19

6 I 15 900 54 34 27,4

7 \ 18 1080 64,8 40 40

8 ) 5 21,5 1290 . 77,4 48 56

9 ) 25 1500 90 56 76

10 | 29 1740 104,4 60 103

11 \ 6 33,5 2110 126,6 75 137

12 j 40 2400 144 90 195

Een ander middel om de kracht van den wind te meten is de bepaling van zijn drukking op een plat vlak van bepaalde uitgebreidheid, dat loodrecht op de richting van den wind staat. Men heeft hiertoe verschillende toestellen vervaardigd onder den

naam van anemometers (windmeters). In fig. 3 is die van Kreil voorgesteld. Op een lange blikken buis A is eene ronde windvaan B bevestigd, welke men zich moet voorstellen als loodrecht op haren stand in de figuur. Die buis is zóo geplaatst op een

Sluiten