Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelïvan het schalerikruis^vaTi^iïoïmson. Daarbij draagtj(fig. B) een verticale, gemakkelijk draaibare as een horizontaal kruis, aan welks vier uiteinden „ _ holle halve bollen van

X* 16. O. nAAflonifr V»QTrOoflff»1

uua Auuuauig wvvowgu.

zijn, dat de openingen naar dezelfde richting zijn geplaatst. Het aantal omwentelingen wordt afgelezen op een wijzerplaat, die door middel van een uurwerk met het schalenkruis in verbinding staat. Tegenwoordig gebruikt men veel automatisch werkende toestellen of anemografen (zie het art. Meteorologie en fig. 3 aldaar).

Wind, Samuël de, een Nederlandsch geschiedkundige, geboren te Middelburg den 26sten Januari 1793, studeerde en promoveerde in de rechten, vestigde zich als advocaat te Leiden en vervolgens in zijn geboortestad, bekleedde verschillende betrekkin-

Anemometer v. Robinson. Sen bij de magistratuur en overleed te Middelburg den 19aen Augustus 1859 als vice-president van het Provinciaal Hof van Zeeland. Hij schreef: „Verhandeling over den invloed der dichtkunde op de geschiedenis" (1825, met goud bekroond door de Leidsche Maatschappij), „Bijzonderheden uit de geschiedenis van het strafrecht in de Nederlanden" (1827) en de „Bibliotheek der Nederlandsche geschiedschrijvers enz." (l8te dl. 1831—1835). Ook leverde hij vele bijdragen in tijdschriften.

Wind, C. H., een Nederlandsch natuurkundige, geboren te Groningen den 7den November 1867, studeerde aan de universiteit aldaar in de wis- en natuurkunde en promoveerde in 1894 op een dissertatie: „De locaalvariometer van Kohlrausch en het magnetisch veld in het natuurkundig laboratorium te Groningen." Vóór zijn promotie was hij assistent aan het natuurkundig laboratorium van professor Kamerlingh Onnes te Leiden, tijdens zijn promotie werkte hij als zoodanig bij professor Haga te Groningen, vervolgens was hij eenigen tijd aan het natuurkundig universiteitslaboratorium te Berlijn en aan het scheikundig laboratorium van professor Van 't Hoff te Amsterdam werkzaam. In 1895 werd hij benoemd tot lector in de physische chemie en mathematische physica aan de universiteit te Groningen, in 1902 tot hoofddirecteur van het koninklijk Nederlandsch meteorologisch instituut te De Bilt en in 1904 tot hoogleeraar aan de universiteit te Utrecht. Hij overleed aldaar den 7den Augustus 1911. Zijn werken hebben betrekking op de magneto-optische verschijnselen, op de buiging der Röntgenstralen, waarover hij met Haga een aantal onderzoekingen verrichtte, op de beweging der electronen, den osmotischen druk enz. Van de nieuwe uitgave van Bossclta's leerboek over de natuurkunde bewerkte hij het gedeelte over electriciteit en magne¬

tisme. IVind was lid van de koninklijke academie van wetenschappen en afgevaardigde van Nederland bij den Internationalen Raad voor het onderzoek der zee te Kopenhagen.

Windas is de naam van een hijschtoestel, dat uit een op schragen liggende horizontale spil bestaat, die wanneer zij rondgedraaid wordt, het touw of den ketting, waaraan de last hangt, opwindt. De windas is een soort hefboom (zie aldaar), zoodat de krachten, die de spil doen draaien, volgens dezelfde wetten werken. Dit werktuig wordt o. a. toegepast bij putten, stuurraderen, uurwerken enz. Een winaas, waarvan de spil verticaal staat, heet kaapstander (zie aldaar).

Windau, een zee- en koopstad in het Russische gouvernement Koerland, aan den mond der rivier de Windau aan de Oostzee en aan een spoorweg, bezit een diepe haven, die bijna altijd vrij van ijs blijft en in het begin van deze eeuw is uitgediept, waardoor de handel, evenals door den aanleg van den spoorweg, zeer is toegenomen. De uitvoer, die in 1901 een waarde had van 2,44 millioen roebel, was in 1904 toegenomen tot 18,58 millioen roebel, de invoer steeg van 0,06 tot 9,55 millioen roebel. Windau bezit een fraaie, nieuwe Luthersche en een Russische kerk, een R. Katholieke kapel, een synagoge en volgens oudere opgaven 7 132 inwoners, welk aantal in den laatsten tijd echter belangrijk is gestegen. De stad werd in 1378 door Burchard von Dreilöwen, Lijflandsch ordemeester, gesticht.

Windbuks of Windroer is de naam van een geweer, dat zijn drijfkracht ontleent aan saamgeperste lucht. Tot den loop behoort een middenstuk, dat men er kan afschroeven, en aan dat gedeelte bevindt zich het slot. Het wordt in verbinding gebracht met de kolf, die de saamgeperste lucht bevat. De kolf, van dik smeedijzer vervaardigd, is aan de voorzijde gesloten met een kegelvormige klep, die bij het afschieten teruggestooten wordt, zoo. dat daarlangs plotseling een luchtstroom ontsnaptDaar de klep zich aanstonds weder sluit, kan men na de vulling van de,kolf onderscheiden schoten doen, wier kracht intusschen met de vermindering van de saamgeperste lucht afneemt. Somtijds wordt ook een koperen bol als luchtbewaarder gebezigd en aan het middenstuk vastgeschroefd. Om de kolf te laden, wordt zij met een ijzeren, met een klep voorziene buis verbonden, waarin zich een juist sluitende zuigerstang bevindt. Het benedeneinde der stang heeft twee dwarse armen, die men op den grond zet en met de voeten vasthoudt, waarna men door het ophalen en neerdrukken van de kolf de lucht, die door een zijdelingsche opening in de buis komt, in de kolf pompt. Hoewel vele toestellen uitgevonden zijn, om te bepalen, of de kolfwand sterk genoeg is om de drukking der saamgeperste lucht te verduren, blijkt het gedurig, dat het laden zeer gevaarlijk is. De kolf springt zelfs wel eens bij het schieten. Een groot voordeel van de windbuks is daarin gelegen, dat zij geen rook afgeeft, getn rest ■overhoudt en slechts een zwakken knal geeft, waarom zij dikwijls door stroopers wordt gebruikt. Li den oorlog heeft zij nooit toepassing gevonden. De samenpersing der lucht klimt tot 200 atmosfeeren, het is mogelijk in dat geval 20—24 kogels te verschieten. Zij staat echter in kracht en gelijkmatigheid van werking beneden het geweer. Men vermeldt, dat zij in 1430 door Guter te Neurenberg

Sluiten