Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschaving van ons land hebben de Windesheimer kloosters "een grooten invloed gehad; vooral de wetenschap heeft hnn veel te danken. Van de rijke Windesheimer bibliotheek zelf is weinig meer over; een groot aantal handschriften in onze bibliotheken echter zijn afkomstig uit Windesheimer kloosters. In de 16de eeuw kwamen ook deze kloosters in vervaLIHet Windesheimer klooster zelf werd in 1572 op last van het stadsbestuur te Zwolle van zijn altaren beroofd, in 1577 werden zijn goederen op last van de. Staten van Overijsel onteigend, in 1581 werd de kloostergemeente officieel opgeheven. Het kapittel van Windesheim bleef echter nog ongeveer 200 jaar bestaan; sedert 1573 werd tot prior superior of prior generalis, welke waardigheid tot dien tijd door den prior van Windesheim was bekleed, een van de prioren van de aangesloten kloosters gekozen. Iïet aantal kloosters nam echter voortdurend af, in het begin van de 19de eeuw ging het kapittel, tengevolge van de groote secularisatie van geestelijke goederen, geheel te gronde. Het laatste klooster, dat van Frenswegen bij Nordhorn in Bentheim, werd in 1809 formeel opgeheven; tot 1843 bleef het nog door eenige kanunniken bewoond. Over de Windesheimer kloosters schreven o. a. Moll „Geschiedenis van Nederland voor de Hervorming" (5 dln. met register, 1864—1871), Acquoy „Het klooster te Windesheim en zijn invloed'' (3 dln., 1875—1880) en Schoengen „Kroniek van het Fraterhuis te Zwolle" (1906).

Windgrotten zijn meestal cylindervormige holen met twee of meer uitgangen, waaruit, vooral bij temperatuurschommelingen van de buitenlucht, een duidelijk waarneembare luchtstroom treedt. Zij komen alleen of in een groot aantal naast elkander voor en vormen dikwijls een soort netwerk. In het koude jaargetijde is de temperatuur in de windgrotten in den regel hooger dan die van de buitenlucht en omgekeerd. Zeer talrijk komen windgrotten in Italië voor.

Windhalm is een andere naam voor agrostis of struisgras. Zie Agrostis.

Windham, William, een Britsch staatsman, geboren te Londen den 3den Mei 1750, studeerde te Oxford, begaf zich vervolgens op reis en werd in 1782 lid van het Parlement. In 1783 was hij gedurende korten tijd secretaris van den lord-stadhoudei van Ierland. Hij behoorde aanvankelijk tot de vrijzinnige oppositie, maar de Fransche Revolutie bracht een verandering in zijn overtuiging, zoodal hij bij de zittingen van 1793 en 1794 tot de ijverigste aanhangers van Pitt behoorde, wiens in- en uitwendige staatkunde hij met buitengewone welsprekendheid verdedigde. Pitt benoemde hem in laatstgenoemd jaar tot lid van den geheimen raad (privj council) en belastte hem met de portefeuille var Oorlog. Als zoodanig bevorderde Windham in 179E de ongelukkige expeditie der uitgewekenen naai Quiberon en trachtte in 1799 een nieuwen opstanc in de Vendée te bewerken, welke echter door dei terugkeer van Napoleon uit Egypte verijdeld werd De vredelievende houding van het Parlement nood zaakte Windham in Februari 1801 met Pitt het be wind neder te leggen. Toen in 1804 na den val vai Addington Pitt weder aan het bewind kwam, blee Windham buiten het Kabinet. Hij volhardde dai ook in de oppositie en belastte zich in het ministeri Fox wederom met de portefeuille van Oorlog, waai

na hij de reorganisatie van het Britsche leger met kracht doorzette. Na den dood van Fox verliet hij het bewind en behoorde na dien tijd steeds tot de oppositie. Hij overleed den 4den Juni 1810. Zijn parlementaire redevoeringen zijn door Amyot (3 dln., 1812), zijn dagboek is door Baring (1866) in het licht gegeven.

Windhandel is hetzelfde als fictieve termijnhandel. Zie Handel.

Windharp is een andere naam voor Aeolusharp. Zie aldaar.

Windhoek, de hoofdstad van Duitsch Z. W. Afrika, op een hoogvlakte aan de N. lijke helling van de Auasbergen gelegen, bestaat uit Groot-en Klein-Windhoek. Groot-Windhoek is de zetel van de regeering; het bezit een kerk, een ziekenhuis, een school, een postkantoor en een vesting en telt (1902) 557 blanke inwoners. Klein-Windhoek, gelegen in een fraai, goed bevloeid en vruchtbaar dal is een nederzetting van kolonisten. Windhoek is sedert 1902 door een spoorlijn (382 km.) met Swakopmond verbonden.

Het gelijknamige distrikt telt (1903) 24 329 inwoners. In 1908 woonden er 1778 blanken. De inboorlingen zijn Bergdamara, Hottentotten en Bastaarden.

Windhond. Zie Hond.

Windhoos. Zie Hoos en Wind.

Windhyagebergte, een bergketen in Voor-Indië, strekt zich uit tusschen 22° en 25° N. Br. en 73° en 81° O. L. van den mond der Ganges tot aan het schiereiland Goedsjerat en heeft een hoogte van 450 m. tot 1350 m. In het W. zoowel als in het O. sluit dit gebergte aan de noordelijke uiteinden van de West- en de Oost-Ghats aan, zoodat het de ba, sis van den driehoek uitmaakt, dien het hoogland van Yoor-Indië vormt. Onder de heerschappij der : groot-mogols werd het gedeelte, ten noorden van

- deze bergketen gelegen, onder den naam van Hindostan onderscheiden van het ten zuiden van die

i bergketen zich uitstrekkend gewest, dat den naam van Dekan ontving.

Windisch, Ernst, een Duitsch taalkundige, ge! boren te Dresden den 4den September 1844, stui deerde te Leipzig in de letteren en legde zich vooral

- toe op het Sanskriet en de Oud-Germaansche talen, r Hij werd hulpleeraar aan de Thomasschool aldaar

- en schreef: „Der Heliand und seine Quellen" (1868). } In 1869 vestigde hij zich als privaatdocent voor t het Sanskriet en de vergelijkende taalstudie aan de 3 universiteit. Met Delbrück leverde hij „Der Ge-

- brauch des Konjunktivs und Optativs im Sanskriet

- und Griechischen" (1871), vertoefde vervolgens

- eenigen tijd in Engeland, waar hij in 1870 mede bef last was met de vervaardiging van een catalogus i der handschriften in het Sanskriet in de India Office 3 Library te Londen. Na zijn terugkeer te Leipzig r werd hij er in 1871 tot buitengewoon, in 1872 te HeiI delberg en in 1875 te Straatsburg tot gewoon hoog[i leeraar benoemd, maar vertrok in 1877 wederom iii l. die betrekking naar Leipzig. Hij leverde een uitga-

- ve van den „Yogacastra" van Hemafandra met een i- vertaling (1874), verder „Kurzgefaszte irische Gramn matik" (1879), „Irische Texte rnit Wörterbucli" ■f (1880, 2de en 3de serie met Stokes, sedert 1884), n „Zwölf Hymnen des Rigveda mit Sayanas Komte mentar" (1883), „Mara und Buddha (1895). In de c- uitgaven van de Pali Test Society schreef hij: „Iti

Sluiten