Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

windmolens bezig hielden. Met de invoering van de stoommachines en andere motoren verloren zij veel van hun beteekenis, vooral omdat zij zich niet leenen voor een regelmatig bedrijf. Zij vinden thans nog alleen toepassing als drijfwerk van maalmolens en van pompen voor polderbemaling.

Windmotoren zijn toestellen, welke den druk van de in beweging zijnde lucht omzetten in een ronddraaiende beweging. Zij komen voor in twee

vormen: als mndmolen en als urindrad, waarvoor men deze artikelen raadplege. Als hoofdbestanddeel moeten de vleugelvlakken (wieken) worden beschouwd. Hun arbeidsvermogen is afhankelijk van den druk, dien de wind op de vleugelvlakken uitoefent. De verhouding tusschen dezen druk en de snelheid van den wind blijkt uit de volgende tabel (n aar d'Aubuisson):

Windsnelheid in m. j 4 6 9 12 15 20 24 36

per seconde.

.

Druk op 1 v.m. van een plat vlak m kg 0,13 2,20 4,87 10,97 19,50 30,47 ; 54,16 78,00 176,96

Het aantal paardekrachten N, door een windmotor geleverd, wordt volgens Coulomb gegeven door de formule N = C. O. v3, waarin O de projectie van het gezamenlijk oppervlak van de windvleugels van den motor in v.m., loodrecht op de windrichting, v de snelheid van den wind en C een ervaringscoëfficiënt is, die voor de nieuwere windraderen = 0,0005 genomen kan worden.

Bij den windmolen voegt zich bij het arbeidsvermogen van den winddruk ;iog dat van zijn zuigende werking aan de achterzijde der wieken, waardoor de capaciteit belangrijk verhoogd wordt.

Windrad, ook Amerikaansch mndrad en ivindmolor geheeten, één der beide vormen, waarin de windmotoren (zie aldaar) voorkomen, onderscheidt zich van den windmolen, doordat het gezamenlijke oppervlak van de vleugelvlakken, in verhouding van den cirkel, dien zij doorloopen, zeer groot is. De vleugels staan zóó dicht opeen, dat van een zuigende werking van den wind aan hun achterzijde, zooals bij den windmolen het geval is, geen sprake kan zijn. Daardoor is de verhouding van de arbeidscapaciteit tot het gezamenlijk vleugeloppervlak ongunstiger. Toch hebben de windraderen een zeer

loopen en veel eerder een overbelasting verdragen.

Bij de windraderen onderscheidt men hoofdzakelijk die met vaste en die met beweegbare vleugels (schoepen). Het windrad met vaste vleugels bestaat uit een cirkelrond vlak van vleugels, dat gevormd wordt door dicht naast elkander in schuinen stand geplaatste houten borden. In het midden is ongeveer »/„ van de middellijn van het rad open. Een groote windvlag richt het rad automatisch zoodanig, dat de wind het loodrecht treft. Zij is naar één zijde draaibaar, waardoor het bij te sterken wind mogelijk is te zorgen, dat het windrad zich meer of minder uit de windrichting draait. In den laatsten tijd zijn van deze soort vooral die met gekromde, metalen vleugels (fig. 1) in gebruik gekomen. Zij hebben grooter capaciteit en zijn minder aan herstellingen onderhevig. Bij het urindrad met beweegbare vleugels, heeft het instellen der vleugels óf om (fig. 2), óï loodrecht op (fig. 3) de as der vleugels plaats. 1 j

De Amerikaansche windraderen werden om-

Fig. 3.

Fig. 1.

Fig. 2.

Windrad met vaste vleugels.

JWindrad met beweegbare vleugels.

Windrad met beweegbare vleugels.

groote verbreiding gevonden. Dit moet voornamelijk hieruit verklaard worden, dat zij eerst bij belangrijk kleinere windsnelheden onzekerder beginnen te

streeks 1876 in Europa bekend. Zij worden gebruikt voor het oppompen van water en om landhuizenVnz. van electriciteit te voorzien.

Sluiten