Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Winkel, Lammerd Allard te, een Nederlandsch taalkundige, geboren te Arnhem den 13den September 1809, bezocht de school van de Jong aldaar, deed examen als onderwijzer en werd op 18-jarigen leeftijd geplaatst te Geertmidenberg aan de kostschool van Lagerwey. Hier bleef hij tien jaar en aanvaardde toen de betrekking van gouverneur bij baron Sixma van Heemstra, grietman van Kollumerland te Veenklooster. Hier leverde hij een vertaling van een boek van Möller onder den titel: „Liefde en waarheid, de beide leidstarren der opvoeding" en plaatste in 1837: „Iets over het gebruik der werkwoorden hebben en zijn" in het „Taalkundig Magazijn" van De Jager. Eerst tien jaar later leverde hij zijn „Verhandeling over de woorden met den uitgang in en derzelver geslacht". Gedurende de 14 jaren die hij bij baron Heemstra doorbracht, studeerde hij Latijn en Grieksch, verder in de Germaansche talen en in het Sanskriet en werd in 1861 leeraar in de Nederlandsche taal en letterkunde aan het gymnasium te Leiden, in welke betrekking hij onderwijzer was van den prins van Oranje. In 1863 legde hij zijn ambt neder, om zich met den hoogleeraar De Vries geheel te kunnen wijden aan de uitgave van het groote „Woordenboek der Nederlandsche taal". Met hun beiden schreven zij een aantal werken over de Nederlandsche spelling, die de invoering van de naar hen genoemde orthografie tengevolge hadden. Hiertoe behooren: „De grondbeginselen der Nederlandsche spelling"(1863, 5de druk 1884), „Leerboek der Nederlandsche spelling"(1866, 8Bte druk, 1893) en „Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal"(1865, 4de druk, 1893). De Senaat der Leidsche hoogeschool benoemde hem in 1855 eershalve tot doctor in de letteren: ook was hij lid van de Koninklijke Academie van wetenschappen en ridder in de Orde van de Eikenkroon. Hij overleed te Leiden den 24eten April 1868. Hij was redacteur van het „Magazijn van Nederlandsche Taalkunde"(1847— 1852), van het „Nieuw Nederlandsch Taalmagazijn" (1853—1857) en van „De Taalgids"(1858—1867), waarin hij het meerendeel van zijn opstellen over de Nederlandsche taal plaatste. Afzonderlijk verschenen nog: „De logische analvse I en II"(1858 en 1860).

Winkel, Jan te, een Nederlandsch taalgeleerde, geboren te Winkel (Noord-Holland) den 16dcn November 1847, studeerde te Leiden en te Groningen in de letteren, was van 1877—1892 leeraar aan het gymnasium te Groningen en werd in laatstgenoemd jaar hoogleeraar in de Nederlandsche en de OudGermaansche taal aan de universiteit te Amsterdam. In 1908 werd hij lid van de koninklijke academie van wetenschappen. Hij schreef o. a.: „Jacob van Maerlants roman van Torec, opnieuw naar het handschrift uitgegeven en van een inleiding en woordenlijst voorzien"(1875), „Maerlants werken beschouwd als spiegel van de dertiende eeuw"(1877), „Het kasteel in de 13de eeuw, geschetst volgens de gedichten van dien tijd"(1879), „Bladzijden uit de geschiedenis der Nederl. Letterkunde"(over J. Blasius en Vondel als treurspeldichters, 1881), „Overzicht der Ned. Letterkunde"(1882; 6de druk, 1905), „De grammatische figuren in het Nederlandsch" (1884), „Aanteekeningen op Bredero's kluchten, het Daghet en Ned. Rijmen"(1885—1887), „Geschiedenis der Ned. Letterkunde, dl. I."(1887), „Bilderdijk, lotgenoot van Multatuli"(1890), „Pt. Langendijk, Het

wederzijds huwelijks bedrog"(Zwo!sche herdr., no. 5, 1891), „De beoefening der germanistiek aan de Amsterdamsche hoogeschool" (Inaugureele rede, 1892), „De Noord-Nederlandsche tongvallen. Atlas van taalkaarten met tekst"(1899—1901), „Geschiedenis der Nederlandsche taal. Naar de 2a» Hoogd. uitg. vertaald door F. C. Wieder"{mi), „Inleiding tot de geschiedenis der Nederlandsche taal"(1905), „Willem Bilderdijk als dichter gehuldigd"(1906), „De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde"(1907—1910, dl. I—III), en een groot aantal artikelen in verschillende tijdschriften. Met Moltzer en na diens dood met Verdam geeft hij de „Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde" uit, waarvoor hij zelf den „Moriaen"(1878) en „Esopet" (1881) bewerkte. In 1886 leverde hij een omwerking der „Nederl. spraakkunst" van professor Cosijn en in hetzelfde^ jaar verscheen van hem de kindercantate „Vacantie", op muziek gebracht door J. Worp.

Winkelhaak is een timmermanswerktuig, bestaande uit twee latjes van ongelijke dikte, die zoo vereenigd zijn, dat zij een rechten hoek met elkander vormen. Hij wordt gebruikt tot het rechthoekig afschaven van planken. De winkelhaak wordt ook wel van plaatijzer vervaardigd.

Winkelmann, Eduard, een Duitsch geschiedschrijver, geboren den 258ten Juni 1838 te Dantzig, studeerde te Berlijn en te Göttingen, was van 1859— 1860 medewerker aan de „Monumenta Germaniae", van 1860—1865 hoofdleeraar aan de ridder- en domschool te Reval, werd in 1865 docent te Dorpat, in 1869 gewoon hoogleeraar in de geschiedenis te Bern en in 1873 te Heidelberg, waar hij den 10den Februari 1896 overleed. Van zijn werken noemen wij: „Geschichte Kaiser Friedrich's II und seiner Reiche 1212—1235" (2 dln., 1863—1865, vervolg in de „Forschungen zur deutschen Geschichte", dl. 12, 1872), „Bibliotheca Livoniae historica"(1870, 2dB druk, 1878), „Philipp von Schwaben und Otto IV. von Braunschweig"(2 dln., 1873—1878), „Geschichte der Angelsachsen"(1883), „Kaiser Friedrich II. Jahrbücher der deutschen Geschichte"(dl. 1 en 2, 1889—1897) en „Allgemeine Verfassungsgeschichte" (1901). Verder gaf hij uit: „Petrus de Ebulo, liber ad honorem Augusti"(1874), „Acta imperii inedita seculi XIII. et XIV"(2 dln., 1880—1885) en „Urkundenbuch der Universitat Heidelberg"(2 dln., 1886).

Winkelried, Arnold of Emi, een Zwitser uit het kanton Unterwalden, bezorgde volgens een overlevering door zijn zelfopoffering de overwinning aan zijn landgenooten in den slag bij Sempach (9 Juli 1386, doordien hij met den uitroep: „Eedgenooten, ik zal u een weg banen, zorgt voor mijn vrouw en kinderen!" onderscheiden naar hem uitgestokene lansen der Oostenrijksche ridders met zijn krachtige armen omvatte en in zijn borst liet doordringen, zoodat er een opening in de vijandelijke gelederen ontstond, waarvan de Zwitsers aanstonds gebruik maakten. Te Stans verheft zich sedert 1865 een prachtig gedenkteeken te zijner eere. Over de juistheid van deze overlevering is veel gestreden; in Zwitserland wordt zij over het algemeen voor waar gehouden.

Winkelsluiting', Gedwongen. In de laatste jaren wordt in Nederland, zoowel in de gemeenteraden als in winkeliersvereenigingen, herhaaldelijk de vraag besproken, of het wenschelijk en wettelijk

Sluiten