Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de Nebraska-agentuur bedraagt hun aantal (1890) 1216.

Winnecke. Friedrich August Theodor, een Duitsch sterrenkundige, geboren den 5dcn Februari 1836 te Groszheere (Hannover), promoveerde in 1866 te Berlijn op een dissertatie: „De stella Coronae Borealis duplici", werd in dat jaar assistent aan de sterrenwacht te Bonn en was van 1868— 1865 adjunct-directeur aan de Nicolaïsterrenwacht te Pulkowa. Daarna vestigde hij zich te Karlsruhe, waar hij een particuliere sterrenwacht inrichtte. In 1872 werd hij benoemd tot hoogleeraar in de sterrenkunde en directeur der sterrenwacht aan de universiteit te Straatsburg. Zijn waarnemingen hebben vooral betrekking op de bepaling van de banen van dubbelsterren en op de paralaxis der zon, terwijl hij onderscheidene kometen ontdekte. Voor de expeditie tot waarneming van den Venusdoorgang van 1874 verrichtte hij al de voorbereidende werkzaamheden, terwijl ook een groot gedeelte van de berekening der resultaten door hem werd uitgevoerd. Hij overleed den 2acn December 1897 te Bonn.

Winnipegmeer, een meer in Canada, ligt 216 m. boven den zeespiegel en beslaat een oppervlakte van 24 600 v. km. Het wordt gevoed door den Saskatsjewan, den kleinen Saskatsjewan of Dauphin, afkomstig uit het Manitobameer, de Red River en den uit het Woudmeer (Lake of the Woods) stroomenden Winnipeg. Het meer is ondiep (grootste diepte 27 m.), troebel, slibt snel aan en watert af langs den Nelson.

Winona. de hoofdstad van het gelijknamige graafschap in den N. Ainerikaanschen staat Minnesota, ligt op den W. lijken oever van de Mississippi aan onderscheidene spoorwegen en telt (1900) 19 714 inwoners. Het bezit een middelbare en een normaalschool, fabrieken van rijtuigen en landbouwwerktuigen, zaag- en korenmolens, werkplaatsen van den Chicago-Northwesternspoorweg en drijft een levendigen handel in hout en graan.

Winschoten, een gemeente in de provincie Groningen, 2199 H. A. groot met (1910) 11 283 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Midwolda, Finsterwolde, Beerta, Wedde, Oude Pekela en Scheemda. De bodem bestaat uit klei, diluviaal zand en hoogveen. De gemeente bevat de stad of het vlek Winschoten, de buurten Zuiderveen, Bovenburen en Oostereinde, eenige gehuchten en deelen van Winschoterzijl en Winschoter Hoogebrug.

De plaats Winschoten was in de 16de eeuw met vestingwerken omringd, heeft het voorkomen van een stad en ontving in 1826 een stedelijke regeering, doch werd nooit als stad in het provinciaal bestuur vertegenwoordigd. Zij is aan weerszijden van het Schuiten- of Winschoterdiep gebouwd en heeft een vroolijk, welvarend aanzien. Zij ligt aan de spoorlijn Harlingen—Nieuweschans, terwijl zij stoomtramverbinding met Finsterwolde en Stadskanaal heeft, en door een paardetram met Bellingwolde is verbonden. Het Winschoter bosch is een fraaie wandelplaats. Winschoten bezit een stadhuis, een arrondissements rechtbank en een kantongerecht, een huis van arrest, een Hervormde kerk, een Luthersche kerk, een Gereformeerde kerk, een Roomsch-Katholieke kerk, een Vrij Evangelische kerk, een synagoge, een gymnasium, een gemeentelijke hoogere burgerschool met driejarigen cursus

een middelbare Handelsschool, een rijks Normaalschool, een ambachtsschool enz. De stad heeft handel, scheepvaart en nijverheid, zooals steen- en pannenbakkerij, kalkbranderij, een vloertegelfabriek, touwslagerij, bierbrouwerij, tabaks- en sigarenfabricage, houtzagerij, zeepziederij, exportslagerij, een stoomzuiwlfabriek. Ook bezit de plaats een manege voor het onderzoek van paarden op cornage. De naam Winschoten komt het eerst voor in een oorkonde van 1391, ofschoon de plaats veel ouder is.

Winsemius, Pierius of Pier van Winsem, een Friesch geschiedkundige, geboren te Leeuwarden in 1586, studeerde eerst te Franeker en te Leiden in de geneeskunde, vervolgens te Helmstadt, Erfurt, Jena en Caen in de rechten en was daarna advocaat bij het Hof van Friesland. In 1616 benoemden de Staten van Friesland hem tot historieschrijver van dit gewest en in 1636 aanvaardde hij het hoogleeraarsambt in de welsprekendheid en geschiedenis aan de academie te Franeker. Van zijn geschriften noemen wij: „Chronique ofte historische geschiedenis van Friesland" (1622), „Vita, res gestae et mors Mauricii, principis Auriaci" (1625), „Historiarum (1565—1581) Libri IV" (1629 ; 2ae druk, 1646). Hij overleed den 2d™ November 1644 te Franeker. C l

Winsor, Justin, een Amerikaansch geschiedkundige, geboren den 2den Januari 1831 te Boston, werd in 1868 aldaar bibliothecaris en in 1871 te Cambridge en maakte zich bekend door zijn onderzoekingen omtrent de ontwikkelingsgeschiedenis van Amerika. Met anderen gaf hij de „Narrative and critical history of America" (8 dln., 1886— 1889) uit. Verder verschenen van hem: „Cartier to Frontenac; geographical discovery in the interior of North-America 1634—1700" (1894), „The Mississippi basin; the struggle in America between Ergland and France" (1895), „The Westward movement, the colonies and the republic west of the Alleghanies, 1763—1798" (1897) benevens de levensbeschrijvingen van Columbus (1891), Cabot (1896) e.a. Hij overleed den 22sten October 1897 te Cambridge.

Winst noemt men in de staathuishoudkunde in het algemeen elke inkomst, waartegenover geen uitgave staat. Onder brutowinst verstaat men in zaken het verschil tusschen de totale opbrengst en de som van positief uitgegeven kapitaal en vergoeding van arbeid. Zij bevat nog onkosten, welke in mindering moeten worden gebracht om de nettowinst te vir den (zie Ondernemerswinst).

Winsum, een gemeente in de provincie Groningen, 2740 H. A. groot met (1910) 2 327 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Leens, Eenrum, Bafloo, Stediun, Adorp en Ezinge. De bodem bestaat uit klei, die naar het O. zavelachtig wordt. De bewoners houden zich voornamelijk bezig met landbouw, veeteelt en nijverheid. In 1810 werd Winsum gevormd uit de kerspelen Winsum en Bellingeweer van het landschap Ubbega, uit Obergum, Maarhuizen en Ranum van 't Halve Ambt en uit Klein-Garnwerd van Middacht. De gemeente omvat de dorpen Winsum en Obergum, de voormalige dorpen Bellingeweer, Maarhuizen en Ranum, de buurt Winsumer-Meeden en een aantal gehuchten.

Het aanzienlijke dorp Winsum behoort tot de

Sluiten