Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oudste van de provincie. In 1067 werd het door koning Hendrik IV tot een marktplaats met markten tolrechten te water en te lande aangewezen. Vroeger lag het aan de rivier de Hunse, die later werd verlegd. Een deel van de oude bedding is nog in het Winsumerdiep over. Winsum ligt aan den spoorweg van Groningen naar Roodeschool en aan de tramlijn naar Ulrum. Men vindt er een Hervormde en eeii Gereformeerde kerk. Vroeger was er een Dominikanerklooster, dat in de 16de eeuw werd verwoest. De Ripperda's hadden er een burcht. Tijdens de Saksische en Geldersche oorlogen was Winsum een belangrijk punt.

Winter, het jaargetijde, tusschen herfst en lente, begint in sterrenkundigen zin op het N. lijk halfrond, als de zon haar grootste Z. lijke declinatie bereikt. Dit gebeurt op den 21sten of 22sten December. Hij eindigt als de zon bij het klimmen van het Z. naar het N. weder in den aequator staat (20 of 21 Maart). Voor het Z. lijk halfrond duurt hij van den 21»,en Juni tot den

22»ten 0f 23«en September. Op het N. lijk halfrond is hij dus eenige dagen korter dan op het Z. lijk. Het verschil hangt samen met de veranderlijke snelheid van de aarde op haar elliptische baan om de zon. Bij den laagsten stand van de zon vallen haar stralen schuiner op het oppervlak der aarde, teririjl ook de tijd der bestraling, doordat de zon gedurende korteren tijd boven den horizon is, korter duurt. Vandaar dat in den winter de temperatuur der lucht lager is dan in den zomer (zie Temperatuur der lucht).

Winter, Nikolaas Simon van, een Neder-

landsch dichter, geboren te Amsterdam den 25Bten December 1718, trad voor de tweede maal in het huwelijk met de dichteres Lucretia Wühelmina van Merken en vestigde zich in 1780 te Leiden. Wij noemen van hem: „De Amstelstroom"(1755), „Gedichten en fabelen" (1762) en „De Jaargetijden"(naar het Engelsch van Thompson, 1769). Met zijn tweede vrouw schreef hij: „Tooneelpoëzij"(2 dln., 1774 en 1778). Ook was hij een ijverig medewerker aan de psalmberijming van het genootschap Laus Deo, salus populo. Hij overleed den 19den April 1795.

Winter, Pieter van, een Nederlandsch dichter, zoon van den voorgaande, geboren te Amsterdam in 1746, schreef: „Pope's proeve over den mensch" (1797), „Overblijfselen van echtgeluk"(1801), „Horatius' lierzang"(1802) en leverde een vertaling van de eerste vier zangen der „Aeneis" van Virgilius. Hij overleed den 13del1 April 1807.

Winter, Peter von, een Duitsch componist, geboren in 1754 te Mannheim, werd reeds als tienjarige knaap geplaatst in het Hoforkest van den keurvorst,

Nikolaas Simon van Winter.

genoot onderwijs van den abt Vogler en werd in 1776 orkestdirecteur van den Duitschen schouwburg te Mannheim en volgde in 1779 het hof naar München. Nadat hij van 1780 tot 1782 onderwijs ontvangen had van Salieri, liet hij te München zijn eerste opera: „Helena und Paris" opvoeren en werd in 1788 tot hofkapelmeester benoemd. Hij overleed t» München den 17den October 1825. Hij heeft een groot aantal muziekstukken voor den schouwburg en voor de kerk gecomponeerd, van welke de opera „Das unterbrochene Opferfest"(1796) den meesten bijval vond. Ook schreef hij een groote „Gesangschule"(4 dln., 1824).

Winter," Jan Willem de, een Nederlandsch admiraal, geboren te Kampen in 1761. Hij trad in Nederlandschen zeedienst en was tot luitenant bevorderd, toen de gebeurtenissen van 1787 hem noopten om Nederland te verlaten. Hij nam dienst in Frankrijk en keerde in 1795 als brigade-generaal met het leger van Pichegru terug. Bij de nieuwe organisatie van de zeemacht der

Bataafsche Republiek werd hij als adjudantgeneraal toegevoegd aan het Comité van Marine en den 26sten Juni daaraanvolgende benoemd tot vice-admiraal en bevelhebber der vloot. In verband met een plan tot landing in Ierland, lichtte hij den 5<,fn October 1797 het anker. Den llden October raakte hij bij Kamperduin slaags met de Britsche vloot onder admiraal Duncan. Hij werd verslagen en gevangen genomen, maar in December uitgewisseld. In 1799 werd hem andermaal het opperbevel over de zeemacht opgedragen, waarvan hij in 1802 tijdelijk ontheven werd

tot het volbrengen van een kruistocht in de Middellandsche Zee. Lodemjk Napoleon verleende hem den titel van maarschalk en verhief hem vervolgens tot graaf fa» ff Missen. Tijdens den tocht der Engelschen naar Zeeland in 1809 nam de Winter maatregelen tot verdediging der Hollandsche en Zeeuwsche stroomen; hij werd echter eenigen tijd vervangen door Ver Heull en eerstin zijn waardigheid hersteld, toen het gevaar geweken was. Na de inlijving van Nederland bij het Fransche keizerrijk nam hij den eed af van getrouwheid aan den keizer van de zeemacht; hijzelf was reeds eerder in Franschen dienst overgegaan. Hij overleed te Parijs den 2den Juni 1812.

Winter, Carel Frederik, een Nederlandsch taalgeleerde, geboren te Djokjokarta den 5den Juli 179 , vertrok in 1806 met zijn ouders naar Soerakarti, waar zijn vader tot translateur in de Javaanschr> taal was aangesteld, die hem ook tot deze betrekking opleidde. In 1818 werd hij benoemd tot adjunct translateur, in 1819 verving hij tijdelijk zijn vader, in 1826 werd hij benoemd tot diens opvolger, terwijl

Sluiten