Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Windsor. Ook genoot hij de gunst van Napoleon III en portretteerde verder onderscheiden leden van het Keizerlijk Huis te Weenen, den koning en de koningin van België, koning Wilhelm van Pruisen en zijn gemalin, den keizer en de keizerin van Mexico enz. Rij overleed te Frankfort aan de Main den 88ten Juli 1873.

Winterkoning' was een spotnaam voor Frederik V van de Palts, dien men hem gaf, omdat zijn koningschap in Bohemen niet veel langer dan één winter geduurd had.

Winterkoninkje (Troglodyles parvulus), een van onze kleinste zangvogels, heeft een lengte van 10 cm., een breedte van 16 cm., een betrekkelijk grooten kop, een scherp priemvormig snaveltje, stompe vleugeltjes en een opgewipten staart. Zijn kleur is van boven roestbruin met dwarse, donkere, gegolfde streepjes, een streep boven het oog is zuiver wit, de benedenzijde is op dezelfde wijze geteekend, maar lichter. Dit vogeltje komt in geheel Europa, in Noordwest-Afrika en in Klein-Azië voor. Het is zeer levendig en laat zelfs in het midden van den winter zijn schel gezang hooren, verschuilt zich des avonds in takkebossen of holle boomen en vertoeft bij dag in het lage hakhout aan de randen der slooten. Het voedt zich met insecten, eieren en poppen daarvan, spinnen en andere kleine dieren, in den herfst ook met bessen. Zijn nest maakt het meestal op verborgen plaatsen, het wordt in verband met de plaats verschillend gemaakt, het is bolvormig en heeft den ingang terzijde. Het winterkoninkje bouwt ook nesten, die niet voor het broeden, maar alleen voorliet slapen dienen. Het wijfje legt 6—8 bruinrood gevlekte eieren, die in 13 dagen door het mannetje en het wijfje worden uitgebroed.

Winterkwartieren noemt men de verblijfplaatsen, die vroeger in oorlogstijd door het leger bij het invallen van den winter, gedurende welken de krijgsverrichtingen stilstonden, werden betrokken. In de Oudheid keerden de troepen in den aanvang van den Winter huiswaarts en de strijd werd in het volgende voorjaar voortgezet. De Romeinen betrokken in vijandelijk land voor het eerst de winterkwartieren bij de belegering van Veji (400 v. Chr.) Onder de keizers werden de winterkwartieren beter ingericht, daar zij tot een duurzaam verblijf der legioenen moesten dienen. In de Middeleeuwen, bepaaldelijk echter na de vorming der staande legers in de 17ae en 18de eeuw, werden geregeld de winterkwartieren betrokken, hoewel reeds Frederik de Groote zijn operatiën tot in December of Januari voortzette. Napoleon gaf dit gebruik op in den veldtocht tegen Pruisen van 1806; het moderne spoorwegverkeer maakte een onderbreking van den oorlog geheel overbodig.

Winterpeterselie. Zie Peterselie.

Winterpostelein. Zie Postelein.

Winterprei. Zie Prei.

Winterslaap noemt men den toestand, waarin vele lager of hooger bewerktuigde dieren gedurende het koude jaargetijde geraken. Men vindt hem bij weekdieren (slakken), in sekten, kruipende dieren (slangen, hagedissen, padden, kikvorschen) en bij enkele zoogdieren, die een afgebroken winterslaap (beer, das, vleermuis) of een aanhoudenden winterslaap (zevenslaper, hazelmuis, egel, marmot) houden. Zoogdieren, welke een winterslaap houden, zoeken in den herfst plaatsen op, waar zij zich veilig

kunnen rekenen tegen de felle koude, zooals holle boomen, holen in den grond enz., bekleeden deze met hooi, stroo, boombladeren, haar, wol enz. en brengen aldaar in een samergerolden toestand en met gesloten oogen den winter door. Hun lichaamstemperatuur daalt sterk; ook de uitscheiding vermindert. De uitscheidingsprodukten van de darmen en de lever verzamelen zich in het darmkanaal en worden terstond na het ontwaken verwijderd. De ademhaling is flauw, de hartklopping mii der snel en de gevoeligheid voor prikkels gering. Dientengevolge is ook de behoefte aan voedsel gering. De dieren teren gedurende di"n tijd op reservestoffen (vet, glycogeen), die zij vooraf in hun lichaam hebben opgezameld. Een overeenkomstig verschijnsel is de zomerslaap, dien de krokodillen, sla'-gen en sommige visschen der keerkringslanden gedurende het droge seizoen onder het slib houden.

Wintersport is de sport, welke des winters op ijs en sneeuw beoefend wordt. Terwijl vroeger daarvoor bijna zonder uitzondering alleen de schaatsen dienden, sl 'de en sneeuwschoenen hoofdzakelijk als vervoermiddel gebruikt werden, heeft zich in den lateren tijd het sneeuwschoenloopen en sledevaren als nieuwe wintersport ontwikkeld. Talrijke hotels enz. in de bergstreken, welke vroeger reeds in den herfst gesloten werden, worden thans gedurende do wintermaanden bezocht door menschen, die hetzij voor hun genoegen, hetzij als kuur tegen bloedarmoede, zenuwziekte enz. hier de wintersport beoefenen.

In het algemeen kan gezegd worden, dat bij deze wintersport het schaatsenrijden eenigszins op den achtergrond geraakt is. Het moet verklaard worden uit het feit, dat het alleen kan worden beoefend op sneeuwvrije ijsvlakten, welke gewoonlijk alleen in beperkten omva*'g aanwezig zijn. Bovendien kan de schaatsensport slechts gedurende korten tijd worden beoefend. Voor het sledevaren en sneeuwschoenloopen staan daarentegen groote oppervlakten ter beschikking, terwijl de toestand van de baan verbetert met de dikte van de sneeuwlaag.

Van de sleden vinden vooral de hörner- en de sportslede (zie Slede, fig. 1 en 3)toepassing op hellend terrein. In den laatsten tijd wordt ook de bobslede druk gebruikt. Zij biedt plaats voor 4 en meer personen en wordt door den voorste bestuurd. Op vlak terrein is de zeilslede of het ijsjacht, dat door de kracht van den wii d voortbewogen wordt, zeer in de gunst. Terwijl het sledevaren van een steile berghelling af, waarbij dikwijls plotsfling van richting moet worden vera' derd, een uitspanning is, waarvoor moed, bedachtzaamheid en oefening noodig zijn, wordt het zeilen in het ijsjacht door de groote snelheden, welke bereikt kunnen worden, algemeen als de meest opwekkende wintersport aangemerkt. Zeer druk wordt zij beoefend in N. Amerika, met name op de Hudson-River, verder in Zweden en Noorwegen en op de talrijke meren van Finland.

Het meest verspreid van alle soorten van wintersport is het sneeuwschoerloopen. Oorspronkelijk gebruikt op de jacht en voor andere praktische doeleinden, daari a in sommige legers ingevoerd, heeft de sneeuwschoen in den laatsten tijd zich tot een sportartikel van den eersten rarg ontwikkeld. Het loopen geschi dt met één of twee stokken. In het eerste geval dient de stok alleen om te sturen en te remmen, terwijl de ééne voet evenwijdig aan den

Sluiten