Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen wordt voortgeschoven. Twee stokken worden op groote, vlakke terreinen ter voortbeweging gebruikt; deze geschiedt dan sprongsgewijze. Is de sneeuwzeer bard bevroren,dan wordt iedere sneeuwschoen voorzien van één of, zooals bij uitstapjes in het hooggebergte, twee remmen. Haar scherpe kanten verhinderen het heen en weder slingeren en maken het begaan van de moeilijkste terreinen mogelijk. Het vastvriezen van de sneeuw aan den sneeuwschoen wordt voorkomen, door het hout van dezen te drenken met lijnolie, vernis enz. Uit het loopen heeft zich het springen op sneeuwschoenen ontwikkeld. De sprong is alleen op dalend terrein mogelijk. Terwijl het wereldrecord tot voor eenigen tijd 28 m. bedroeg, is het in de laatste jaren gelukt dit op 41 m. te brengen. Naast het springen geldt het zwenken als een buitengewone prestatie. Daar het vooral in Telemarken beoefend wordt, spreekt men van Telemarkzwenking. Daarbij komt het er op aan om in volle vaart nauwe bochten te beschrijven, ten einde onverwachts optredende hindernissen (boomstammen enz.) te kunnen ontwijken. Ook het oprapen van voorwerpen in volle vaart wordt als een bijzondere prestatie bij het sneeuwschoen loopen dikwijls beoefend.

Winterswijk, een gemeente in de provincie Gelderland, 13 419 H.A. groot met (1910) 13 526 inwoners, wordt begrensd door de Nederlandsche gemeenten Eibergen, Lichtenvoorde en Aalten en de Pruisische gemeenten Vreden, Stadt-Lohn, Südlohn, Oedirg en Burlo. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit diluviaal zand, bevat echter ook andere gesteenten. In den laatsten tijd werden op groote diepte zout- en steenkoollagen aangeboord. De voornaamste bezigheden zijn landbouw en nijverheid. De gemeente omvat het vlek Winterswijk, het dorp Meddehoo of Meddoo, benevens een aantal buurten.

De plaats Winterswijk is een levendig dorp met veel nijverheid en door spoorwegen met Zevenaar, Zutfen, Neede—Hengelo, Borken—Gelsenkirchen en Wezel verbonden. Verder ligt het aan den grooten weg van Zutfen naar Borken. Men vindt er een gemeentehuis, een Hervormde kerk, een Gereformeerde kerk, een Doopsgezinde kerk, een Roomsch-Katholieke kerk, een rijks hoogere burgerschool met driejarigen cursus enz. Vroeger maakte Winterswijk een deel uit van het graafschap Lohn of Loon. In een oorkonde uit de llde eeuw wordt het vermeld als Win'tereswick, in een van 1152 als Winethereswik, in een van 1223 als Winterswic.

Winterthur, een distriktshoofdstad in het Zwitsersche kanton Zurich, gelegen aan den Eulach, is een kruispunt van de spoorwegen naar Koblenz, Schaffhausen, Romanshorn, Constanz, St. Gallen en Zurich, bezit een fraai stadhuis (van Semper), een Gereformeerde en een R. Katholieke kerk, een gymnasium, een industrieschool, een technische school, een boekerij (20 000 dln.) en telt (1900) 22 462 inwoners. Het is bekend door de machinefabrieken der gebroeders Sulzer, door de Zwitsersche locomotievenfabriek, alsmede door talrijke gieterijen, door katoen- en zijdeindustrie en door fabrieken van chemicaliën. Verder bezit het brouwerijen, lithografische inrichtingen en drijft het een belangrijken handel op het buitenland. Waar thans Ober Winterthur ligt, lag eens het Keltisch-Romeinsche Vitudurum. Rudolf van Habsburg verleende het in 1264 stadrechten. In 1467

werd het door Oostenrijk aan Zurich verkocht.

Wintertuin noemt men een groote warme kas of serre of een groote, verlichte zaal, door fraaie gewassen in een tuin herschapen. In zulke ruimten is in de eerste plaats noodig, dat aan alle voorwaarden voldaan zij, welke vereischt worden voor het leven der planten, en in de tweede plaats, dat deze er op smaakvolle wijze zijn gerangschikt. De salonwintertuin is gewoonlijk een zaal van het woonhuis en gedoogt niet veel afwisseling. De broeikastcintertuin echter kan op schilderachtige wijze worden ingericht, namelijk als een klein park met keerkringsgewassen en met een bevallige afwisseling van slingerpaden, rotsen, beken, watervallen, vijvers enz. Het aangenaamst zijn de wintertuinen met de warmte van een subtropisch klimaat, daar een hoogere temperatuur drukkend is voor de bezoekers. Daardoor kunnen naast tropische planten, vooral palmen, ook die uit koelere streken, zooals Nieuw-Zeeland, Australië, Japan, Z. China enz. er een plaats in vinden. Eén der grootste wintertuinen bezit graaf Kerchove de Denterghem te Gent. Aangenamer en gunstiger zijn veelal de wintertuinen op het platte dak, zooals die van koning Lodewijk II van Beieren te Miinchen. In vele groote steden heeft men openbare wintertuinen met restaurants, zooals de Palmengart e n te Frankfort a. d. Main en de F 1 o r a te Charlottenburg. Bij ons te lande bezit het restaurant Krasnapollski te Amsterdam een wintertuin. De eerste openbare wintertuin werd in 1840 door Kroll te Breslau gesticht.

Wintgens, Willem, een Nederlandsch volksvertegenwoordiger, geboren te 's'Gravenhage den gaten januari 1818, studeerde en promoveerde in de rechten, werd in 1849 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en belastte zich in 1868 met de portefeuille van Justitie, welke hij slechts korten tijd behield. Later werd hij wederom afgevaardigd naar de Tweede Kamer en bleef er werkzaam tot in het voorjaar van 1885, toen de eigenaardige samenstellirg der Tweede Kamer, die de beslissing der belangrijkste zaken van zijn stem afhankelijk maakte, hem noopte om zijn mandaat neder te leggen. Van zijn geschriften vermelden wij: „Advies over de rechterlijke organisatie" (1860), „Redevoeringen over koloniale onderwerpen" (1866), „Redevoeringen in de Tweede Kamer der Staten-Generaal" (1866—1872) en een „Aanhangsel" daarop (1873). Na zijn aftreden als lid der Tweede Kamer gaf hij nog een werk in het licht, getiteld: „Politieke nabetrachting, 1848—1885" (1886), waarin hij, behalve een historisch overzicht van het door hemzelf beleefde en verrichte, belangrijke beschouwingen gaf over de zwakke zijden van het parlementarisme, over de Indische politiek en over de gevaren van het vermengen van kerkelijke met staatkundige geschilpunten. Na een over het algemeen gelukkigen levensavond overleed hij den 12ael1 Januari 1895.

Winther, Rasmus Willads Christian Ferdinand, een Deensch dichter, geboren den 29stcn Juli 1796 te Fensmark op Seeland, studeerde te Kopenhagen in de godgeleerdheid, reisde in 1830 en 1831 in Italië, vestigde zich in 1841 te Neustrelitz als onderwijzer van de toekomstige kroonprinses van Denemarken en gaf later privaatonderwijs te Kopenhagen. Zijn eerste dichtbundel, later onder den

Sluiten