Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeidskracht voor de nijverheid. In den landbouw is 36,6% der bevolking werkzaam, in de nijverheid 24,1%. De eerste brengt 3,3 millioen H. A. ine ultuur. De voornaamste voortbrengselen zijn: aardappels, haver, maïs, gerst, tarwe en rogge, waarvan in 1900 resp. 24,6, 84, 53,3, 18,7, 9 en 5,1 millioen bushel geoogst werden. De veestapel bedroeg in 1900: 641493 paarden, 2 358 276 runderen, 1679 248 schapen en 2 042 094 varkens. De vischvargst op het Michigan- en het Bovenmeer is belargrijk. In den boschbouw staat Wisconsin van alle N. Amerikaansche staten bovenaan. Tengevolge van roofbouw gaat de opbrengst echter achteruit (1890: 61, 1900: 57,6 millioen dollar). Bekend is het winnen van ahornsuiker. De mijnbouw levert ijzererts (1902: 780 000 ton), lood- en zinkerts (19 000, resp. 474 000 dollar) en bouwsteen (1,9 millioen dollar). De nijverheid is in volle ontwikkeling. Zij omvatte in 1905: 8558 bedrijven met 151391 arbeiders; de productie had een waarde van 411,1 millioen dollar. In het bijzonder verdienen vermelding de houtzagerij, machinebouw, brouwerij, maalderij, looierij, papierfabricage, exportslachterij, ijzer- en staalbereiding en de vervaardiging van landbouwwerktuigen. Het verkeer wordt, behalve door de rivieren, kanalen en meren, bevorderd door een spoorwegnet ter lengte van (1906) 11 480 km. Wisconsin bezit (1905) 10 universiteiten en colleges met 420 docenten en 3724 mannelijke en 1332 vrouwelijke studenten. De voornaamste is de staatsuniversiteit te Madison met 3166 studenten en een bibliotheek met 113 000 dln. De openbare scholen tellen 14 004 onderwijzers en 465 114 ingeschreven leerlingen. Er verschijnen 725 couranten.

Verder bezit het twee krankzinnigengestichten, een instituut voor doofstommen en een voor blinden en een inrichting voor jeugdige misdadigers, de gouverneur, vice-gouverneur, staatssecretaris, penningmeester en staats-advocaat worden door het volk voor den tijd van 2 jaar gekozen. De wetgevende macht berust in handen van een Senaat (33 leden), en van een Huis van Volksvertegenwoordigers (100 leden). De senatoren worden voor den tijd van 2 jaar en de volksvertegenwoordigers voor den tijd van één jaar gekozen. Naar het Congres van de Unie zendt Wisconsin 2 senatoren en 11 vertegenwoordigers; bij de presidentsverkiezing brengt het 13 stemmen uit. Het is verdeeld in 80 graafschappen. De hoofdstad is Madison. Van meer beteekenis is echter Milwaukee. Wisconsin vormde een gedeelte van het gebied, in 1763 door Frankrijk aan Engeland afgestaan. Bij den Vrede van Versailles (1783) werd het aan de Unie toegevoegd, waarop liet tot het groote Noordwestterritorium gerekend werd. Van 1818—1836 behoorde het tot het territorium Michigan, erlangde daarop een eigen territoriaal bestuur, waaronder tevens Minnesota werd gesteld, en trad den 29sten Mei 1848 als 29ste Staat in de Unie.

Wiselius, Samuel Iperusz., een Nederlandsch letterkundige, geboren te Amsterdam den 4den Februari 1769, studeerde eerst te Leiden, daarna te Göttingen en aan anderê Duitsche hoogescholen in de rechten en vestigde zich in 1790 na zijn promotie als advocaat te Amsterdam. Weldra echter ging hij over tot den handel en legde zich tevens toe op de studie van het natuur- en staatsrecht en van de geschiedenis. Aan de omwenteling van 1795 nam

hij een levendig aandeel en werd lid van het te Amsterdam gevestigde Comité Révolutionair. Later kreeg hij zitting in het Comité voor den Oost-Indischen handel. Na 1804 was hij ambteloos en weigerde eiken post, die hem werd aangeboden. Eerst na het herstel onzer onafhankelijkheid werd hij directeur van politie te Amsterdam en bekleedde deze betrekking tot 1840. Hij overleed den 15den Mei 1845. Van zijn geschriften vermelden wij: „Brief en dichtmatig ipts aan J. F. Helmers bij de uitgave van het eerste deel zijner gedichten" (1810), „Walwais en Adellieid, tooneelstuk" (1812), „Berijmde vertaling van het XIVde hoofdstuk van den profeet Jesaia" (1813), „De roem, in twee zangen" (1814), „Geschriften over de Oost-Indisclie Compagnie en derzelver bestuur" (1814), „Polydorus, treurspel" (1814), „Berijmde vertaling van den lierzang van Habakuk, zijnde het 3de hoofdstuk" (1814), „De slag van Algiers, dichtstuk" (1816), „Adhel en Mathilda, treurspel" (2ae druk, 1817), „Mengel- en tooneelpoëzie" (5 dln., 1818—1821), „De Sadduceën van mr. I. da Costa getoetst aan zedelijkheid, geschiedenis en Bijbel" (1824), „Nog een blik op de Sadduceën van mr. I. da Costa" (1825), „Welmeenende toespraak aan jeugdige dichters" (1826), „Over de tooneelspeelkunst en het regelmatig en beschaafd schouwtooneel" (1826), „Geschied- en rechtskundig onderzoek, rakende het afschaffen van krijgsvolk bij de Staten van Holland in 1650, uitgegeven naar een gevonden handschrift" (1828), „De staatkundige verlichting der Nederlanders, in een wijsgeerig-historisch tafereel geschetst" (2dl! druk, 1828), „De dood van Karei, kroonprins van Spanje, treurspel" (2ae druk, 1828), „Aernoudt van Egmond, hertog van Gelder" (1820), „Proeven over de verschillende regeeringsvormen in derzelver betrekking tot het maatschappelijk geluk" (1831) en „Nieuwere dichtbundel" (1833). Ook leverde hij bijdragen in verschillende tijdschriften.

Wiseman, Nicholas, een Engelsch geestelijke, de hersteller van de R. Katholieke Kerk in Engeland geboren den 2aen Augustus 1802 te Sevilla, begaf zich op jeugdigen leeftijd naar Engeland, waar hij op het R. Katholiek St. Cothberts College te Ushauw bij Durham zijn opleiding ontving, voltooide zijn studiën op het Engelsch College te Rome, ontving de priesterwijding en stichtte, nadat hij in 1835 in Engeland was teruggekeerd, een drietal tijdschriften, „Dublin Review", „Catholic Magazine" en „Tablet". Bovendien richtte hij met anderen de „Metropolitan Tract Society" op tot verspreiding van stichtelijke tractaatjes en de „Society of English ladies" tot begiftiging van behoeftige R. Katholieke kerken, kloosters, scholen en ziekenhuizen. In overleg met hem herstelde de pans bij den bul van den 248ton September 1850 de R. Katholieke hierarchie in Engeland; Wiseman werd benoemd tot kardinaal en aartsbisschop van Westminster. De regeering verbood hem bij den Kerktitelbill het dragen van dien titel, welk verbod echter zonder praktisch gevolg bleef. Wiseman bleef zijn werk voortzetten. Van zijn werken noemen wij: „Twelfe lectures on the connection between science and revealed religion" (3de druk, 2 dln., 1849), „Essays on various subjects" (3 dln., 1853), „Sermons, lectures and speeches" (1858) en „Recollections of the last four popes" (1858). Ook schreef hij den

Sluiten