Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulpmiddel bezig, waarmede de"beide Bernoulli's, Euler, Maclaurim, Taylor, de Moivre d'Alembert, Lagrange en Legendre op elk gebied der analyse de meest schitterende resultaten verkregen. Lambert en Monge legden de grondslagen der beschrijvende meetkunde. In de 19de eeuw ontwikkelden Poncelet, Moébius, Steiner, Plücker, Chasles en von Staudt de projectieve meetkunde. Overigens kenmerkt zich de ontwikkeling der wiskundige wetenschap in deze eeuw door een critisch onderzoek van de resultaten der voorafgaande en door een streven naar algemeene en strenge methoden. Van het begin tot het midden der 19de eeuw was Gausz, die op alle takken der wiskunde het stempel van zijn werkzaamheid heeft gedrukt, in die richting werkzaam. Abel en Jacóbi schiepen de theorie der elliptische functie, Cauchy, Riemann en Weierstrasz bouwden een algemeene functieleer op. De theorie der algebraïsche vergelijkingen werd ontwikkeld door Abel en Galois, later vooral door Kronecker. Dirichlet en Kummer brachten de getallenleer tot ongekende ontwikkeling, terwijl de theorie der invarianten, ontstaan uit de vereenigde pogingen van Boole, Cayley, Aronhold en Clebsch, het ideaal van een analytische behandeling der meetkundige vraagstukken, dat Graszmann in zijn uitbreidingsleer reeds ten deele bereikt had, verwezenlijkten. Lobatsjewsky en Bolyai schiepen de niet Euklidische meetkunde, Graszmann en Riemann eindelijk ontwikkelden het begrip van een n-dimensionale ruimte, waarvan Lie, de schepper van een algemeene groepen- en invariantentheorie, de toepassing op de theorie der differentiaalvergelijkingen leverde.

Wiskundig- Genootschap is de naam van een te Amsterdam gevestigde vereeniging, die ten doel heeft de beoefening van de wiskundige wetenschappen in Nederland te bevorderen. Zij werd in 1779 opgericht en heeft tot zinspreuk „Een onvermoeide arbeid komt alles te boven." Haar bibliotheek heeft zij in bruikleen afgestaan aan de universiteitsbibliotheek te Amsterdam. Zii geeft de tijdschriften: „Wiskundige opgaven", „Nieuw archief voor wiskunde" en „Revue semestrielle des publications mathématiques" uit. De leden worden onderscheiden in buitenlandsche eereleden, leden van verdienste en gewone leden.

Wislicenus, Gustav Adolf, een Duitsch godgeleerde, geboren den 20sten November 1803 te Éattaune in de provincie Saksen, studeerde sedert 1821 te Halle en te Berlijn in de godgeleerdheid, werd in 1824 als lid eener „Burschenschaft" (studentenvereeniging) tot een twaalfjarig vestingarrest veroordeeld, doch in 1829 begenadigd. In 1834 werd hij predikant te Kleineichstadt en in 1841 te Halle. Zijn verhandeling over het gezag der Heilige Schrift, den 29sten Mei 1844 op een vergadering van Protestanten te Köthen gelezen, gaf aanleiding, dat Guericke hem aanklaagde bij de regeering. Door deze ter verantwoording geroepen, deed Wislicenus zijn „Ob Schrift, ob Geist" (l«te_4de druk, 1845) verschijnen. Nadat hij geweigerd had zijn uitspraken te herroepen, werd hij in 1845 in zijn bediening geschorst en tot een mondgesprek opgeroepen eerst naar Maagdenburg (8 Mei) en toen naar Wittenberg (14 Mei), om voor de consistoriaalraden Twesten, Snethlage, Heubner te verschijnen. Daar hij in zijn houding volhardde, werd hij in 1846 afgezet. Hij gaf verslag van dit geding in zijn geschrift: „Der

Ambtsentsetzung des Pfarrers Wislicenus in Halle" (1846). Na dien tijd bleef hij te Halle als leeraar der Vrije Gemeente, maar werd wegens zijn geschrift: „Die Bibel im Lichte der Bildung unserer Zeit" (1853) opnieuw ter verantwoording geroepen en in September 1853 tot een tweejarige gevangenisstraf veroordeeld. Hij onttrok zich daaraan door de vlucht te nemen naar Amerika,waar hij te Hoboken bijNewYork een kostschool stichtte. In Mei 1856 keerde hij echter terug naar Europa en vestigde zich te Fluntern bij Zurich. Hier schreef hij zijn hoofdwerk: „Die Bibel, fiir denkende Leser betrachtet" (2 dln., 1863—1864). Hij overleed den 14dei1 October 1875 te Fluntern.

Wislicenus, Johannes, een Duitsch scheikundige, een zoon van den voorgaande, geboren den 24sten Juni 1835 te Klein-Eichstedt bij Querfort, studeerde te Halle in de wis-, en natuurkunde en werd assistent in het scheikundig laboratorium van Heintz. Nadat hij in 1853 met zijn familie vertrokken was naar de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, aanvaardde hij een dergelijke betrekking bij Horsford aan de Harvard University te New-Cambridge. In 1856 begaf hij zich met zijn ouders naar Zurich, waar hij aan de universiteit en,aan de polytechnische school zijn scheikundige studiën voortzette. Vervolgens studeerde hij als assistent van zijn vroegeren leermeester Heintz nog cenigen tijd te Halle. Hier gaf hij zijn eerste wetenschappelijke werken in het licht. Daarop keerde hij naar Zürich terug, waar hij in 1860 promoveerde en zich als privaatdocent vestigde. Weldra werd hij er eerst buitengewoon, toen gewoon hoogleeraar aan de universiteit, in 1870 werd hij als opvolger voor Stadeler aan de polytechnische school geplaatst. In 1871 werd hij directeur van deze inrichting en vertrok daarna als hoogleeraar naar Würzburg, in 1885 naar Leipzig. Hij overleed aldaar den 5den December 1902. Op de ontwikkeling van de theoretische scheikunde heeft hij veel invloed gekad. Reeds zijn dissertatie: „Über die Theorie der gemischten Typen" geeft getuigenis van zijn talent, terwijl hij in zijn latere werken ertoe bijgedragen heeft de typentheorie in overeenstemming te brengen met de hedendaagsche beschouwingen over de structuur der chemische verbindingen. Belangrijk zijn in dit opzicht zijn geschriften over de twee-atomige alkoholen (glycolen) en over de twee atomige zuren (oxyzuren). Andere werken hebben betrekking op de melkzuren en de isomeren en homologen daarvan, op den acetazijnzuren aether, den natriumacetazijnzuren aether en de talrijke derivaten, die van deze lichamen afgeleid kunnen worden. Hi] ontdekte bij zijn onderzoekingen over de melkzuren isomere verbindingen met een identieke structuur en toonde de noodzakelijkheid van geometrische beschouwingen van de groepeering der atomen aan. Later verklaarde hij talrijke raadselachtige gevallen van de isometrie door een verschillende groepeering van de atomen in de molecule en toonde aan, dat deze verhoudingen experimenteel vastgesteld kunnen worden. Ook leverde hij een nieuwe bewerking van het: „Lehrbuch der Chemie" van Regnault Strecker.

Wislicenus, Hermann, een Duitsch schilder, geboren te Eisenach den 20sten September 1825, bezocht sedert 1844 de academie te Dresden en had later Bendemann en Schnorr tot leermeesters. Zijn

Sluiten