Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor rente. Den voet, waarnaar deze rente berekend wordt, noemt men het disconto. Voor vele banken is het disconteeren van wissels een belangrijke tak van bedrijf.

Wissel. Zie Spoorwegen.

Wisselarbitrage. Zie Arbitrage.

Wisselbouw. Zie LancCbouwslelsels.

Wisselpari treedt op tasschen twee plaatsen, wanneer zij denzelfden wisselkoers (zie Koers) hebben of wanneer, bij terstond betaalbare wissels, op de ééne plaats dezelfde hoeveelheid metaal, resp. bij verschillenden standaard dezelfde waardesom, moet worden betaald als op de andere kan worden ontvangen. Slaat men dus in Frankrijk uit 1 kg. »/io fijn goud 3100 francs en in Duitschland uit een pond van 500 gr. 1395 marken, dan volgt daaruit voor den wisselkoers van Duitschland op Frankrijk een wisselpari van 81 mark voor 100 francs en voor den Fransclien wisselkoers op Duitsche plaatsen één van 1233,/Si francs voor 100 mark.

Wisselrecht. Zie Wissel.

Wisselstroom is een electrische stroom, welke den geleider in steeds afwisselende richting doorloopt. Daarbij neemt de stroomsterkte beginnende met een waarde = nul, allengs toe, passeert een maximale waarde en neemt daarna langzaam weder af tot nul. De stroom verwisselt daarop van richting, doorstroomt dus den geleider in een richting tegengesteld aan de eerste, waarbij de stroomsterkte weder dezelfde periodieke veranderingen ondergaat. De wisselstroom wordt opgewekt door magnetische inductie, wanneer een gesloten leider door een magnetisch veld wordt bewogen of om een as, loodrecht op de richting der krachtlijnen, wordt rondgewenteld. Zie verder Dynamo.

Wisseltonen of Wisselnoten noemt men in de muziek die tonen, welke tusschen 2 accoorden ingeschoven worden, zonder dat zij in het eerste of het tweede accoord een harmonische toon zijn.

Wisselzicht heeft in het algemeen de beteekenis van het tijdsverloop tusschen het trekken en het vervallen van een zichtwissel. Zie ook Koers.

Wissenbach, Joliann Jacob, een Nederlandsch rechtsgeleerde, geboren den 8s,en October 1607 te Frohnshausen in het land van Nassau, studeerde eerst te Herborn in de theologie, maar bepaalde zich later bij de rechten, zette zijn studiën voort te Franeker en te Groningen en werd in 1634 benoemd tot hoogleeraar te Heidelberg. Toen hier de universiteit werd opgeheven, vertoefde hij eenigen tijd te Groningen, vergezelde daarop graaf vcm Zinzendorf op een reis door Frankrijk en Engeland en werd na zijn terugkeer in 1640 buitengewoon en in 1663 gewoon hoogleeraar in de rechtsgeleerdheid te Franeker, waar hij den 16den Februari 1665 overleed. Van zijn geschriften vermelden wij: „Emblemata Triboniani, sive leges Pandectarum etc."(1633, 2de druk, 1644), Diatribe de mut]jo"(1642), „Disputationes ad instituta imperialia" (bij herhaling uitgegeven), „Excercitationes ad libros Pandectarum"(desgelijks meermalen gedrukt) en „In libros VII priores Codicis Justiniani"(1660, 2de druk, 1664), te Rome op den index geplaatst.

Wiszmann, Hermann von, een Duitsch Afrikareiziger, geboren den 4d™ September 1853 te Frankfort aan de Oder, ontving zijn opleiding in een kadettencorps en trad in 1874 als luitenant in dienst bij een Mecklenburgsch regiment. In dienst van het

Duitsch Afrikaansch Genootschap vertrok hij in 1880 met Pogge naar Afrika. Zij begaven zich over Malange en Kimbundo naar Nyangwe aan den bovenloop van de Kongo, waar zij den 17den April 1882 aankwamen. Terwijl Pogge naar het door hen opgerichte station Moekenge aan de Loeloea terugkeerde, begaf Wiszmann zich verder naar het O., bereikte in Juli het Tanganjikameer en den 14df"n November de oostkust bij Saadani. Na zijn terugkeer wist koning Leopold van België hem tot een reis naar het zuidelijk Kongobekken over te halen. Vergezeld door 7 Europeanen vertrok hij in November 1883 van Hamburg naar Loanda, begaf zich over Malange naar de rivier Kassai, trok over deze rivier, stichtte aan de Loeloea het station Loeloeaburg. Vanuit deze plaats voer hij den 28slen Mei 1885 de rivier af, bereikte den 5den Juni de Kassai, den 9den Juli de Kongo en den 17dcn Juli Leopoldville. Door dezen tocht werd de benedenloop van de Kassai bekend. Na een kort verblijf te Madeira voer Wiszmann met Wolf de Kassai op tot aan den Wiszmannwaterval en begaf zich vervolgens naar Nyangwe, vanwaar hij naar de Tanganjika trok en vervolgens over de Nyassa en Schire de monding van de Zambesi bereikte. Daarna stond hij op het punt de leiding van de expeditie tot ontzet van Emin Pasja op zich te nemen, toen hij in 1888 door de Duitsche regeering belast werd met het dempen van den opstand der Arabieren in Duitsch Oost-Afrika, terwijl hij tevens tot kapitein werd bevorderd en tot rijkscommissaris werd benoemd. Nadat hem dit in 1890 was gelukt, begaf hij zich naar Duitschland, werd aldaar tot majoor bevorderd en in den adelstand verheven. Nog in hetzelfde jaar keerde hij naar Afrika terug, nam den lsten Januari 1891 door het hijschen van de keizerlijke vlag een deel van de kust in bezit, die door den sultan van Zanzibar aan Duitschland was afgestaan, en stichtte bij den Kilimandsjaro het station Moschi. Vervolgens vertrok hij naar Duitschland, doch keerde weldra naar Afrika terug om de Wiszmannstoomboot, een boot, die uit elkander genomen kon worden en hem door zijn vereerders was geschonken, naar de Victoria Nianza te brengen. Zijn oorspronkelijk plan werd eenigszins gewijzigd, zoodat in 1892 de boot door de Schire naar het Nyassameer werd gebracht. Wiszmann deed daarop een reis naar Indië en keerde in 1894 naar Duitschland terug. In 1895 werd hij tot gouverneur van Duitsch-Oost-Afrika benoemd, welke waardigheid hij tot Juni 1896 bekleedde. In 1897 werd hij door het genootschap voor geologie te Berlijn tot voorzitter benoemd. Hij trok zich echter weldra uit het openbaar leven terug en bracht het grootste deel van zijn leven verder door op zijn landgoed Weissenbach bij Liezen in Stiermarken, waar hij den 15den Juni 1905 overleed. Te Lauterbach in den Harz is een standbeeld voor hem opgericht. Hij schreef: „lm Innern Afrikas. Die Erforscliung des Kassai"(met Wolf, Frangois en Muller, 1888), „Unter deutscher Flagge quer durch Afrika"(1889), „Antwort auf den offenen Brief des Herrn Doktor Warneck über die Tatigkeit der Missionen"(1890), „Meine zweite Durchquerung Aquatorialafrikas" (1891), „Afrika, Schilderungen und Ratschlage zur Vorbereitung für den Aufenthalt und den Dienst in den deutschen Schutzgebieten"(1895) en „In den Wildnissen Afrikas und Asiens, Jagderlebnisse" (1901).

Sluiten