Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukkerij en bleef in die betrekking werkzaam tot aan zijn dood op den 14aeD Februari 1865. Hij schreef: „De slag bij Quatre Bras, lierzang"(1815), „Hollands vlag"(1831), „Het Bombardement van Antwerpon"(1831), „De Prins van Oranje, lierzang" (1831), ,,Gedichten"(1831), „De Koning stierf, de Koning leev"'(1849), „Gedenkboek van 1830 en 1831, poëzie en proza"(1856), „Feestgroet aan de helden der Citadel van Antwerpen bij hun samenkomst te 's Hage op den 16den Juni 1857", „De conscrit, kamerspel"(1860) en „Verhalen, romancen en vertellingen"(1863). Verder leverde hij bijdragen in jaarboekjes, was eenigen tijd mederedacteur van de „Vaderlandsche Letteroefeningen" en stond gedurende 23 jaar aan het hoofd der redactie van het „Jaarboekje voor Vrijmetselaren".

Witiges of Vitiges, een koning der Oost-Goten, was onder Thcodorik den Groote aanvoerder in den Gepiden-Oorlog, onder Amalasuntlia staatsman en werd in den herfst van 536 tot koning gekozen. Van 537—538 belegerde hij Belisarius tevergeefs in Rome, trok daarna terug op Ravenna en werd bij de overgave daarvan in 639 door Belisarius gevangen genomen. Van keizer Justinianus verkreeg hij, behalve bezittingen in Azië, den rang van senator en patriciër.

Witim, een rechter zijrivier van de Jena, ontspringt met twee armen aan het Baikal- en het Jablonoigebergte en doorstroomt in N. O.lijke richting het Witimplateau. Hij vormt de grens tusschen Trans-Baikalië en Jakoetsk en mondt, in het geheel 1760 km. lang, waarvan 588 km. bevaarbaar zijn, met 3 armen bij Witimsk uit in de Lena. De voornaamste zijrivieren zijn: de Karenga, de Zijpa en de Mama. Het stroomgebied is rijk aan pelsdieren en goud. i

Witjes of koolwitjes is de naam, dien men geeft aan de meest algemeene soorten van dagvlinders (Papilionida), behoorende tot het geslacht Pieris. Zij hebben vier witte, met zwarte topjes of vlekjes versierde vleugels, welke bij de meeste soorten gele plekken vertoonen aan de onderzijde. De groene rupsen, waaruit zij ontstaan, leven op kool, radijs, knollen, mosterd en Oost-Indische kers, enkele op ooftboomen. Zij zijn zeer schadelijk, vooral die van het groote witje (Pieris brassicae), welke in sommige jaren de koolbladeren geheel vernielen, en die van het geaderd witje (Pieris Craiaegï), welke in Duitschland aan appel- en perenboomen groot nadeel toebrengen. De eieren zijn puntig en geribd en hebben eene fleschvormige gedaante. Tot dit geslacht behooren voorts de soorten: P. rapae, P. napi en P. sinapis. Zie „Onze Vlinders" door Ter Haar.

Witkamp, Pieter Harms, een Nederlandsch aardrijkskundige, geboren te Amsterdam den 30sten October 1816,was eerst bestemd voor het goudsmidsbedrijf, later voor de zeevaart, doch ging over tot het onderwijs, werd in 1830 kweekeling en behaalde achtereenvolgens den 4den, 3aen en 2den rang. In 1839 werd hij redacteur van den „Noord-Hollandschen Volksalmanak" kort daarna medewerker aan den „Aardbol". Hij gaf een groot aantal kaarten, atlassen, aardrijkskundige en geschiedkundige werken in het licht, die voor het grootste deel betrekking hebben op Nederland. Hij bezocht te voet alle provinciën van ons land en doorwandelde daarenboven een groot gedeelte van België, Luxemburg, Duitschland, Oostenrijk, Zwitserland en Engeland,

van welke tochten hij bij het ontwerpen van zijn kaarten uitstekend partij trok. Verder heeft hij zich verdienstelijk gemaakt, doordat hij als medehelper van Sarphati deel had aan de stichting van het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, terwijl hij verder een groot aantal kunstwegen ontwierp, o. a. den Oosterspoorweg, waarvan hij voor den architect Oulshoorn de concessie verwierf, de lijn AmersfoortNijmegen en de lijn Breskens naar Maldechem. Ook aan de inrichting van de Artis had hij deel. Van zijn voornaamste werken noemen wij: „Gids voor reizigers in Nederland"(1847), „De Aardbol, Magazijn van hedendaagsche land- en volkenkunde"(1839— 1854), „Het nationaal herinneringsfeest in 1863" (1863—1864), „Wandelingen op de tentoonstelling van tuinbouw, gehouden te Amsterdam in 1865" (1865), „Landen en volken. Zeden, gewoonten, godsdiensten, kleederdrachten van alle volken der aarde" (1866—1869), „Geschiedenis der zeventien Nederlanden"(1869 enz., in 1881 voltooid), „Hoe Nederland van een Republiek een Koningrijk werd"(1869), „Aardrijkskundig woordenboek van Nederland" (1871 enz.), „Nederland"(groote schoolkaart in 6 bladen, 1872), „Nieuwe atlas van Nederland en zijn Overzeesche Bezittingen", „Het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam"(1864), „Campagne's atlas der gelieele aarde", „Atlas van Noord-Holland"(14 kaarten en wapenkaart, 1863), „Amsterdams zesde eeuwfeest op den 27aten October 187ö"(1874), „Natura artis magistra in schetsen"(1876) en „Het onzijdig grondgebied tusschen Pruisen, België en Nederland"^^). Hij overleed den 8sten Januari 1892.

Witkamp, Ernest Sigismund, een Hollandsch schilder van historie- en genrestukken, werd geboren te Amsterdam den 13den Maart 1854 en overleed aldaar den lsten Oct. 1897. Zijn opleiding genoot hij aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Behalve schilder, was hij conservator van het Museum Fodor (Amsterdam). Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Witkowitz (Czechisch Vitkovice), een plaats in Moravië, gelegen op den linker oever van de Ostrawitza en aan den spoorweg Ostrau—Friedland, heeft reusachtige fabrieken van de „Witkowitzer Bergbau- und Eisenhüttengewerkschaft", die een cokesfabriek, een hoogoven, een Bessemer- en Martinstaalgieterij, een machinefabriek, een ijzergieterij, een fabriek voor bruggenbouw, een ketelsmederij, een pietinrichting, een buizentrekkerij, een gietstaal* en een pantserplatenfabriek enz. exploiteert, verder pannebakkerijen, kalkbranderijen, een fabriek voor vuurvaste steen, een cementfabriek, metaalgieterijen, fabrieken voor de bewerking van teerproducten, enz. bezit, te zamen met 45 000 P.K. en 15 000 arbeiders. De plaats, welke een nieuw stadhuis, een arbeiderskerk en een arbeidershotel, een weeshuis, een ziekenhuis enz. bezit, telt (1900) 19123 Duitsche en Czechische inwoners. Aan de W. grens ligt het dorp Zabrëeh, behoorende tot het industriegebied van Witkowitz met 7653 Czechische inwoners.

Witkowski, Georg, een Duitsch literatuurhistoricus, geboren den ll^en September 1863 te Berlijn, studeerde te Leipzig en te Miinchen, vestigde zich in 1889 als privaatdocent te Leipzig en werd in 1896 benoemd tot buitengewoon hoogleeraar. Hij schreef o. a.: „Diederich von dem Werder"

Sluiten