Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1887), „Die Vorlaufer der anakreontischen Dichtung in Deutschland" (1889), „Die Walpurgisnacht im ersten Teile von Goethes Faust" (1894), „Goethe" (in „Dichter und Darsteller", 1899), „Das Deutsche Drama des 19. Jahrhunderts" (2de druk,

1906) en „Was sollen wir lesen?" (308te duizend,

1907). Verder bezorgde hij o. a. uitgaven van Opitz' „Buch von der deutschen Poeterei" (met commentaar, 1888) en „Deutsche Poëmata" (1902), van TiecUs „Ausgewahlte Werke" (met levensbeschrijving, 4 dln., 1903), van Gleim's „Preuszische Kriegslieder" (1906) en van verschillende werken van Schiller en Goethe, waaronder een rijk gecommenteerde van „Faust" (1906). Zijn tooneelbewerking van den „Faust" werd in Maart 1907 te Leipzig opgevoerd.

Witlig-g-end noemt men de lichtgrijs gekleurde conglomeraten, welke in vele streken het Roodliggend (zie aldaar) naar boven afsluiten en waarop dus de koperleisteen van de Zechsteenformatie (zie aldaar) volgt.

Witlof. Zie Brusselsch mtlof.

Witmetaal is een andere naam voor Babbitmetaal. Zie aldaar.

Witmond-Berkhout, Anna. Zie Berkhout, Anna.

Witold, eigenlijk Witowt, grootvorst van Litauen, was een kleinzoon van Gedimin en een zoon van grootvorst Kejstut. Na een langdurigen strijd om de heerschappij met Jagello en na vele vruchtelooze pogingen, om met hulp der Duitsche ridders Litauen te veroveren, verzoende hij zich met Jagello en liet zich in 1386 met dezen te Krakau doopen. Toch schonk Jagello Litauen aan zijn broeder Skirgiello, en eerst na herhaalde gevechten kreeg Witold in 1392 de heerschappij over Litauen, dat onder zijn bewind het toppunt van macht bereikte. Witold toch bevorderde niet alleen landbouw, handel en nijverheid, maar veroverde ook Podolië, Kiew en Smolensk en streed voorspoedig togen de Russen, Tataren en Duitsche ridders. Hij overleed te Troki in 1430. Hij werd bezongen in een heldendicht door Kraszewski.

Witpijp is de naam van een gebrek in eikenhout, daarin bestaande, dat er groote gaten optreden, die met een samenhangende, gele, natte massa worden gevuld.

Witrusl&nd. Zie Rusland.

Witrussen. Zie Rusland.

Witsen, Nicolaas, een Nederlandsch staatsman, geboren te Amsterdam omstreeks 1640, was een zoon van den Amsterdamschen burgemeester Cornelis Witsen en evenals deze een voorstander van een klassieke ontwikkeling en van de beoefening van de fraaie letteren. Nadat hij in 1664 te Leiden was bevorderd tot doctor in de rechten, volbracht hij eerst een reis naar Rusland en vervolgens naar het oosten en zuidoosten van ons werelddeel en leverde uitmuntende kaarten van het noordelijk en oostelijk gedeelte van Azië en Europa. Hij werd later tot dertienmaal toe tot burgemeester van zijn geboorteplaats benoemd en nam, als vriend van Willem III in 1688 deel aan den tocht van dezen naar Engeland. Hij werd daar vervolgens door de Staten tot gezant benoemd. Ook stond hij zeer in aanzien bij czaar Peter den Groote. Hij schreef: „Aloude en hedendaagsche scheepsbouw en bestier" (1671), alsmede: „Noord- en Oost-Tarta-

rijen of beschrijving van eenige Tartaarsche en naburige gewesten in de Noord- en Oostelijke deelen van Azië en Europa" (2 dln., in fol., 1705), tot welk geschrift czaar Peter hem belangrijke hulpmiddelen verleende. Witsen ondersteunde reizigers, die ten behoeve der wetenschap vreemde landen wilden bezoeken, zooals Evert IJsbrandts ldes uit Glückstadt, gezant van Peter den Groote in China van 1692 tot 1725, die zijn reis door Siberië in de Nederlandsche taal beschreef en de gewichtige diensten erkende, hem bewezen door de kaart van Noordelijk Rusland, door Witsen ontworpen. Deze reisbeschrijvi g verscheen in 1704. Ook de schilder Cornelis de Bruyn, die van 1674 tot 1693 Italië, Klein-Azië, Konstantinopel, den Griekschen Archipel, Egypte en Syrië bezocht, werd door Witsen ondersteund. Hij bracht van dezen tocht een gedeelte van de gebeeldhouwde steenen van Persépolis mede en stond deze af aan den vorst van Brunswijk-Wolfenbüttel en aan Witsen. Ter eere van laatstgenoemde als bevorderaar en beschermer der wetenschap werden twee gedenkpenningen geslagen. Hij overleed te Amsterdam den 10a<m Augustus 1717.

Witsen, Salomon van, een Hollandsch schilder van landschappen, werd geboren te 's Gravenhage den 27sten Oct. 1833 en is nog aldaar woonachtig. Hij was een leerling van B. J. van Hove en H. van Hove Bzn. Hij was zeer bevriend met Jozef Israëls. Behalve als schilder, is hij bekend als verzamelaar.

Witsen. Willem, een Hollandsch schilder van stadsgezichten en portretten, tevens etser, werd geboren te Amsterdam den 13aen Aug. 1860 en is thans nog aldaar woonachtig. Hij bezocht de Amsterdamsclie Rijksacademie van Beeldende Kunsten en onderging den invloed van Millet en Mauve. Met P. Meiners verbleef hij eenigen tijd te Antwerpen. In zijn jeugd (omstreeks '80) teekende hij veel portretten,doch legde zich daarna toe op het etsen, aquarelleeren en schilderen van stadsgezichten. Tot zijn beste etsen behooren die, welke hij tusschen '88 en '90 te Londen maakte. Zijn etsen en schilderijen, die een stuk deftige, verlaten Amsterdamsche gracht weergeven, zijn zeer gezocht. De eerwaardigheid en somberheid dezer stadsgedeelten hebben in Witsen haar vertolker gevonden. Ook in zijn sneeuwgezichten bereikt hij vaak zeer mooie effecten. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Stedelijk Museum te Amsterdam en in vele particuliere verzamelingen.

Witsen Geysbeek. Zie Geysbeek.

Witsius. Eermannus, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Enkhuizen den 12dei1 Februari 1636, studeerde te Utrecht en te Groningen, was achtereenvolgens predikant te Westwoud, Wormer, Goes en Leeuwarden en hoogleeraar te Franeker (1675), Utrecht (1678) en Leiden (1698), waar hij in het daarop volgende jaar tevens regent werd van het Staten colL'gi', in 1707 emeritus en den 228ten October 1708 overleed. Hij behoorde tot de gematigde aa: hai gors van Coccejus. Van zijn talrijke geschriften vermelden wij: „De oeconomia foederum" (1677 en later bij herhali g), „Exercitationes in symbolum apostolicum" (1681), „Exercitationes in orationem Domi i" (1686 en later), „Aegyptiaca" (1693, 2ae druk, 1696), „Miscellanea sacra" (2 dl-'., 1700) en „Mel tematal idensia" (1703).

Witt, Cornelis de, een Nederlandsch staatsman,

XVI

14

Sluiten