Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taire distrikt St. Petersburg, terwijl bij in 1886, in opdracht van den keizer, de Oostzee-provineies bereisde, om de aldaar heerscliende staatkundige beroeringen te doen eindigen. Tot 1890 was hij voorzitter van de Academie van Kunsten en daarna gedurende eenigen tijd gouverneur-generaal van den Kaukasus. Den 28sten Augustus 1874 huwde hij met Maria Pawlowna, geboren prinses Maria van Mecklenburg-Schwerin, die hem 3 zoons en een dochter schonk. Hij overleed den 17den Februari 1909 te St. Petersburg.

Wladimiibaai. een golf van de Japansche Zee in het Russisch-Siberisch Kustgebied, gelegen op 43°55' N.Br. en 135°8' O.L. v. Gr., bestaat uit 3 inhammen, waarvan alleen de Z.lijkste als ankerplaats geschikt is. De baai vriest slechts gedurende 2 maanden toe.

Wladimir de Groote of Wladimir de Heilige, grootvorst van Rusland, was de zoon van Swjatoslaw en werd in 980 na den dood van zijn broeder Oleg en na het vermoorden van zijn anderen broeder Jaropolk beheerscher van het geheele Russische rijk, hetwelk hij door het onderwerpen van onderscheiden naburige volken aanmerkelijk uitbreidde, zoodat het reeds onder zijn bestuur zich uitstrekte van den Dnjepr tot aanhetLadogameeren tot aan de Duna. Ook bracht hij in het binnenlandsch bestuur veel verbeteringen tot stand. Hij verwierf den bijnaam van de Heilige, omdat hij bij zijn huwelijk met de Grieksche prinses Anna Romanoima in 988 met het grootste gedeelte van zijn volk hetChristendom omhelsde en uit Konstantinopel priesters ontbood ter uitbreiding van de Christelijke Kerk. De door hem bij zijn dood vastgestelde (1015) verdeeling van het rijk onder zijn acht zonen verzwakte het rijk en was de oorzaak van zijn verval. De Wladimirsorde (zie aldaar) is naar hem genoemd. In 1853 werd te Kiew een standbeeld voor hem opgericht.

Wladimirorde, een Russische orde van verdienste, den 22s,en September 1782 door Catharina 11 ter eere van den „heiligen, apostelachtigen Wladimir" in 4 klassen gesticht, werd door Alexander I den 12del1 December 1801 als belooning voor burgerlijke verdienste in vredestijd opnieuw ingevoerd. Het ordekruis is een eenvoudig, donkerrood geëmailleerd gouden kruis, waarvan het ronde, zwarte middelscliild in een gouden omlijsting een Russische W op een uitgespreiden hermelijnen mantel onder een kroon draagt; de achterzijde vermeldt het stichtingsjaar. Het lint is zwart met een breede, karmijnroode middelstreep.

Wladislaw. Zie Wladyslaio.

Wladislaw I, Hermann, hertog van Polen, de tweede zoon van hertog Kasimir van Polen, geboren in 1043, volgde zijn oudsten broeder Boleslaw 11 in 1081 op. Hij ondernam voorspoedige tochten tegen de inwoners van Pommeren, dempte een opstand, veroorzaakt door zijn onechten zoon Sbignjew, en verdeelde vervolgens het rijk tusschen dezen en zijn wettigen zoon Boleslaw, terwijl hij zelf in het bezit bleef der hoofdsteden. Later kwamen de beide zonen tegen hun vader in verzet en noodzaakten hem, zijn gunsteling, den palatijn Sietiech te verwijderen. Hij overleed in 1102 te Plock, alwaar in den Dom een prachtig gedenkteeken te zijner eer is opgericht.

Wladislaw II, hertog van Polen, een kleinzoon van den voorgaande, een zoon van Boleslaw 111,

werd geboren in 1104 en kreeg bij de verdeeling van Polen in 1139 Krakau en Silezië en het voogdijschap over zijne broeders. Toen hij echter dezen van hun landen wilde berooven,' werd hij door hen bij Posen overwonnen en moest met zijn gemalin Agnes, eene halfzuster van keizer Koenraad 111, de wijk nemen naar Duitschland. Tevergeefs trachtten Koenraad en keizer Frederik I hem in zijn waardigheid te herstellen. Wladislaw overleed in Duitschland den 2ien Juni 1166.

Wladislaw III, Laskonogi (= met de dunne beenen), hertog van Groot-Polen, was een zoon van Mieczyslaus III. Door twist met de Kerk zag hij zich genoodzaakt zijn oppergezag onder de Poolsche vorsten te laten varen en overleed, ook uit Groot-Polen verjaagd, in 1231 in Silezië.

Wladislaw IV, als koning van Polen Wladislaw I, bijgenaamd Lokietek (= ellenlang), een zoon van hertog Kasimir van Koejavië, werd geboren in 1260 en werd in 1288 door een deel van den adel als koning erkend. Hij moest echter eerst voor hertog Hendrik van Breslau, vervolgens voor den Boheemschen koning Wenzel wijken en verwierf eerst na den dood van den laatste (1305), nadat hij een aantal jaren verbannen was geweest, de heerschappij te Krakau. Door Groot-Polen werd hij niet erkend en Pomerellen verloor hij aan de Duitsche Orde. Eerst in 1312 gelukte het hem zijn vijanden te bedwingen en, nadat hij de goedkeuring van den paus te Avignon had verkregen, liet hij zich in 1320 met zijn gemalin Hedwig te Krakau kronen. Door een huwelijk van zijn zoon, den lateren Kasimir den Groote, met de dochter van Gedimin, grootvorst van Lithauen, zocht hij dit gewest met Polen te vereenigen. Hij overleed te Krakau in 1333.

Wladislaw II, Jagello. Zie Jagello.

Wladislaw III, koning van Polen, de zoon en opvolger van Wladislaw II Jagello, geboren in 1424, werd in 1434 gekroond, aanvaardde in 1439 de regeering en werd in 1440 ook door de Hongaren tot koning gekozen. Nadat hij een overwinning op het leger van Elizabeth, de weduwe van Aïbrecht II, die haar zoontje tot koning had laten kronen, had behaald en Pest had veroverd, werd hij teStuhlweiszenburg gekroond. Tengevolge van de overwinningen van zijn veldheer Johannes Hunyades en van de tussclienkomst van den pauselijken legaat Cesarini gelukte het hem in 1442 Elizabeth tot een huwelijk met hem te bewegen; zij overleed echter 3 dagen na hun eerste bijeenkomst, waardoor hij in het ongedeeld bezit van den troon kwam. Hij trok vervolgens met 20 000 Hongaren en Walachen tegen de Turken op, doch sneuvelde den 10den November 1444 bij Warna.

Wladislaw IV, koning van Polen, een zoon van Sigismund III uit het Huis Wasa, geboren in 1595 te Krakau, werd als kroonprins door de Russen tot czaar gekozen. Toen zijn vader echter niet wilde toestaan, dat hij in Moskou zou resideercn, stonden de Russen in 1612 op en kozen een anderen czaar. Nadat Wladislaw in 1632, na den dood van zijn vader den troon had beklommen, streed hij tegen de Russen, die Smolensk belegerden. In 1633 behaalde zijn veldheer bij Kamenez de overwinning op de Turken, in 1634 overwon Wladislaw de Russen bij Smolensk, waarna beide volken met Polen vrede sloten. De czaar stond Smolensk en Severien aa,n Polen af en deed afstand van zijn aanspraken op

Sluiten