Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruinachtig zwart gekleurd met metaalachtigen diamant- of vetglans. Zijn hardheid bedraagt 5—5,5, zijn soortelijk gewicht 7,1—7,5. Het wordt in hoofdzaak in tinertsaderen gevonden. Wolframiet dient tot bereiding van wolframiumpraeparaten en van wolframiumstaal.

Wolframium, ook scheelium genoemd, (atoomteeken W, atoomgewicht 184,0), een metalliek element, komt, aan zuurstof gebonden, als wolf ramiumwolfzuuranhydried, wolframiumzure kalk (scheeliet), ramiumzuurlood en vooral als wolframiumzuur ijzer- en maiïgaanoxyduul (wolframiet) voor. Het metaal wordt door reductie met koolstof uit wolframiet verkregen. Het gelijkt opgepolijst platina, is bros, verandert niet in de lucht, loopt bij verwarming blauw aan, smelt bij 2800° C. en heeft een soortelijk gewicht van 19,129. "Wolframium vindt toepassing bij de bereiding van legeeringen in de ijzeren staalindustrie. W olframiumstaal bezit de hardheid van koolstofstaal met hoog koolstofgehalte, maar blijft smeed- en soldeerbaar. Daar het langer dan gewoon staal magnetisch blijft, vindt het toepassing bij de vervaardiging van magneetstaven. Door zijn groot soortelijk gewicht wordt het ook in de geschutgieterij gebrjikt. Wolframium is vierwaardig. Met zuurstof geeft het dioxied (W02), blauw oxyd (W206) entrioxied(wolframiumzuuranhydried, W03). Het laatste is een geel poeder, dat onder den naam van wolframium- of m i n e r a a 1g e e 1 als schildersverf wordt aanbevolen. Met alkaliën levert het wolframiumzure zouten, w o 1 framiaten, uit wier oplossing koud zwavelzuur het kleurlooze wolframiumzuur (H4Wo5) neerslaat. Dit is eenigszins oplosbaar in water, smaakt bitterzoet en reageert zuur. Van de wolframiumzure zouten zijn nagenoeg alleen die der alkaliën oplosbaar.

Wolframiumzure natron vormt kleurlooze prisma's met 2 moleculen water, is hygroskopisch, gemakkelijk oplosbaar in water, smaakt bitter en scherp, reageert alkalisch, wordt door water niet ontleed en smelt bij roodgloeihitte. Het dient als beveiligingsmiddel tegen brandgevaar voor kleederen, decoraties en hout, kan ook tot vervanging van tinpraeparaten in de ververij worden aanbevolen en levert met campêcheliout een goeden zwarten inkt.

Wolframiumzure kalk dient tot bereiding van fluoresceerende schermen voor Röntgenstralen, wolframiumzure barytwordt aanbevolen als surrogaat voor loodwit, daar het even goed dekt, later niet donkerder wordt en ook niet door zwavelwaterstof wordt aangetast. Ook andere wolframiumzure zouten worden als schildersverf aanbevolen. Smelt men wolframiumzure natron met wolframiumzuuranhydried'en gloeit men daarna het mengsel in waterstof of lichtgas, dan wordt wolframiumzuur wolfram iumoxiednat r o n gevormd, een metaalglanzend, goudgeel en zeer bestendig poeder, dat glanzige, goudgele kuben levert. Deze verdragen, als men de lucht buitensluit, roodgloeihitte, lossen slechts op in fluorwaterstofzuur en worden ook door alkaliën niet aangetast, maar bij een hoogcn warmtegraad door zuurstof en chloor ontleed. Zij komen als saffraanbrons in den handel. Het analoge, violette kaliumzoutheet magentabrons, een mengsel hiervan met blauw wolframiumoxied wolframiumvio1 e t. Bij het behandelen van wolframiumzure natron

met phosphorzuur ontstaan de natriumzouten van twee phosphorwolframiumzuren, die als zeer gevoelige reagentia op alkaloïden gebezigd worden. Wolframiumzuur werd in 1781 door Scheele ontdekt. In 1784 werd het door de gebroeders d'Elhujar uit walframiet verkregen; deze bereidden ook het zuivere metaal. De wolframiumindustrie dagteekent uit 1848, toen Oxland begon met zijn pogingen om wolframiumzure natron in het groot te bereiden.

Wolfram von Eschenbach, naast Gottfried von Slraszburg en Walther von der Vogelweide de voornaamste Duitsche dichter uit de Middeleeuwen, werd geboren in de tweede helft der 12de eeuw uit een ridderlijk geslacht, dat aan het stadje Eschenbach in Beieren zijn naam ontleende. Van zijn leven is weinig bekend. Uit armoede gedwongen, om rondtrekkend de gunst der heeren te zoeken, vond hij ten slotte in 1203 een blijvende plaats aan het hof van landgraaf Hermann von Thuringen. Hier dichtte hij een gedeelte van den „Parzival". Hij overleed omstreeks 1220. Woljram was de laatste ongeschoolde groote dichter der wereldletterkunde. Volgens eigen mededeelingen kon hij lezen, noch schrijven. Door voorlezen en vertalen kende hij echter een groot gedeelte der Duitsche, Fransche en Latijnsche letterkunde. Behalve een achttal balladen, heeft hij alleen heldendichten geschreven. Het oudste en belangrijkste daarvan is de „Parzival" ,omstreeks 1210 voltooid. Hij beschikte daarbij over twee bronnen: „Le conté del Graal" van Chrétien de Troyes en een ons onbekend werk van den Proven^aalschen dichter Iiyot. Een tweede gedicht van Woljram is de onvoltooid gebleven „Willehalm", een episode uit het leven van Willem den Heilige van Oranje. Zijn bron was daarbij het oud-Fransche heldendicht „La bataille d'Aliscans". De „Willehalm" is intusschenop verre na niet zoo schoon als de „Parzival", hoewel taal en versbouw beter zijn. Veel hooger staat de „Titurel", waarvan ons echter slechts twee fragmenten, één van 131 en één van 39 vierregelige coupletten bekend zijn. Men meent, dat het verhaal der liefde van Schionatulander en Sigune, reeds als een bevallige episode in den Parzival voorkomend, het onderwerp was van genoemd gedicht. Belangrijk is de invloed, dien Woljram op latere dichters uitoefende. Men ontwaart hem bij Wirnt van Gravenberg. Nieuwen roem werd hem voorts bezorgd door Albrecht, den dichter van den „Jongeren Titurel", die de fragmenten van den „Titurel" tot een groot gedicht samenvlocht en het onder Woljram's naam publiceerde. Nog in de 15de eeuw werden „Parzival" en „Titurel" gelezen en reeds in 1477 werden zij gedrukt. Daarna zijn eeuwen voorbijgegaan, waarin de naam van Woljram nauwelijks genoemd werd. Eerst in het midden der 18de eeuw hebben vooral Bodmer en Breitinger zijn gedichten uit het stof van het verledene opgedolven. De nieuwe bewerki gen in hexameters echter, door Bodmer van den „Parzival" en den „Willehalm" geleverd, bevielen niet aan het publiek. Het bleef aan de 19de eeuw voorbehouden om Woljram de plaats te geven, welke hem toekwam. De eerste critische uitgave van zijn werken bezorgde Lachman (5ae druk, 1891); een tekstuitgave is afkomstig van Leitzmann (1902—1906). De beste nieuw-Hoogduitsche vertaling, ofschoon niet geheel volledig, leverde W. Aertz (4ae druk, 1906).

Wolfsklauw (Lycopodium) is de naam van

Sluiten