Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een plantergeslacht uit de familie der Wolfsklauwachtigen (Lycopodiaceae). Hiertoe behoort de gewone wolfsklauw (L. clavatum L.) onzer vochtige heidegronden. Deze heeft een nederliggenden, kruipenden onregelmatig verdeelden stengel met opstijgende takken en gesteelde, twee aan twee staande of tot een grooter aantal vereenigde aren. De sporenhuisjes worden rijp tegen het einde van Augustus; dan barsten zij open en verspreiden een lichtgeel poeder (de sporen). Dit laatste is onder den naam van smetpoeder (semen lycopodii) en ook wel onder dien van bliksemmeel bekend. Andere soorten van het geslacht wolfsklauw in ons land zijn de pijnbladige Wolfsklauw (L. Selago L.), de moeraswolfsklauw (L. inundatum L.) en de cypresbladige Wolfsklauw (L. Cliamaecyparissus Al. Br.).

Wolfsklauwachtigen (Lycopodiaceae) is de naam van een plantenorde uit de klasse der Lycopodinae behoorende tot de Hoofdgroep der Pteridophyten uit de afdeeling der Crypiogamen. De planten van deze familie onderscheiden zich door een vertakten stengel met talrijke, dakpansgewijs geplaatste, enkelvoudige, ongesteelde bladeren, zoodat zij oppervlakkig op mossen gelijken en in Duitschland den naam van mosvarens (Moosfarren) dragen. De kiemsporen staan aan de toppen der takken en vormen in de bladoksels dikwerf duidelijk te onderscheiden, gesteelde aren; zij zijn lederachtig-vliezig, 2- of 3 kleppig en bevatten gewoonlijk vele stoffijne sporen.

Wolfskuilen, in den eigenlijken zin kuilen, welke dienen om wolven te vangen, worden in de versterkingskunst gebruikt om den vijand bij het naderen te bemoeilijken. Het zijn trechtervormige kuilen ter diepte van 1,5 en 0,5 m. In den punt van den trechter staat een toegespitste paal. Men plaatst deze kuilen als de vakken van een schaakbord in verschillende rijen en maakt de tusschenruimten onbegaanbaar door middel van puntige paaltjes. In vereeniging met prikkeldraad en een bedekki. g met rijshout is deze hindernis vooral des nachts van beteekenis. Intusschen wordt zij thans weinig meer gebruikt.

Wolfsmelk. Zie Euphorlia.

Wolfspoot (Lycopus L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Lipbloemigen (Labiatae). Het onderscheidt zich door een klokvormigen, 4-tandigen kelk, een trechtervormige, 4-lobbige bloemkroon, 2 meeldraden en omgekeerd eironde aan de buitenzijde platte, aan de binnenzijde bolle nootjes, die door een gezwollen rand omgeven zijn. In ons land heeft men den gewonen wolfspoot (L. europaeus L.), een overblijvend kruid met langwerpige of lancetvormige, zeer diep en grof gezaagde, naar onderen ook wel vinspletige bladeren en wijd uiteenstaande, dichte kluwens van kleine, witte bloemen. Men vindt deze plant op vochtige plaatsen, langs de oevers van rivieren en beken en aan bij het water geplaatste muren.

Wolga, door de Tataren Etil, Itil of Atel, door de Slaven Bolga of Wolga en door de Ouden Rha of Oarus genoemd, de grootste rivier van Europa, ontspringt niet ver van de Duna in het Gouvernement Twer in het Wolchonskiwoud, nabij het dorp Wolgino-Werchowje en stroomt daarop door onderscheiden kleine meren. Beneden het laatste daarvan is een groot sluiswerk gebouwd, waarmede een waterhoeveelheid van 400 millioen kub. m. kan wor¬

den opgezameld en dat bestemd is om den waterstand te regelen. Zij neemt daarna de Selieharowka, de afvoerrivier van het Seligermeer op, en wordt dan voor kleine schepen bevaarbaar. Tusschen hooge oevers stroomt zij langs Rshew naar Soebzow, waar zij het golvende laagland bereikt, dat zij over een lengte van 1 700 km. tot Kamysjin niet weder verlaat. O.waarts buigend naar Twer, waar zij voor grootere schepen bevaarbaar wordt, besproeit zij de gouvernementen Jaroslaw, Kostroma en NishrijNowgorod en bereikt daarna het gouvernement Kasan. Hier wendt zij zich naar het Z. en stroomt, door de aanzienlijke Kama versterkt, langs de steden Simbirsk, Stawropol, Samara, Sysran, Chwalynsk en Wolsk naar Saratow. Beneden Stawropol buigt zij in een scherpe bocht, Samarskaja Loeka geheeten, om den Shigoeljówskija Góry, welles steile hellingen haar rechter oever tot Sarrsta vergezellen. Bij Sarepta buigt zich de rivier naar het Z.O. en verdeelt zich bij Zarizyn, tusschen lage oevers, in vele armen, waarvan de meest N.lijke den naam draagt van Achtoeba, zoodat zij een doolhof vormt van zandige en moerassige eilanden, van rietvelden en groergronden. Zoo stroomt zij door den ziltigen bodem der steppe en mondt, 7,4 km. beneden Astrakan, in een delta ter breedte van 110 km. met 8 hoofd- en 201 bij-armen uit in de Kaspische Zee.

De geheele lengte van de rivier bedraagt 3690 km. Van de talrijke zijrivieren van de Wolga zijn de voornaamste: op den rechteroever de Oka en de Soera, op den linker de Mologa, de Kostroma, de Oensha, de Wetloega, de Kama en de Samara. Door deze en meer dan honderd andere zijrivieren behooren 22 gouvernementen tot het stroomgebied van deze reusachtige rivier; in het geheel bestaat het een oppervlakte van 1 458 922 v.km. Merkwaardig is het gering verval van deze rivier; het bedraagt slechts 273 m. De breedte van de Wolga is bij Twer 215, bij den mond der Mologa 470, beneden de monding der Kama 1 500 m. en bij haar mond ongeveer 8 km. De rivier heeft een zeer ongelijke di pte; deze bedraagt op enkele plaatsen zelfs 27 m., terwijl in den bovenloop diepten van 0,7, in den middelloop van 1,04 en in den benedenloop van 1,5 m. voorkomen. In het algemeen wordt de rivier ondieper. Hinderlijk voor de scheepvaart zijn ook de zoogenaamde p er e k a t h, vlakke zandplaten, dwars door de rivier gelegen. Gedurende 200 dagen in het jaar is de Wolga vrij van ijs (in de gouvernementen Kostroma, Jaroslaw en Kasan slechts 150 dagen). Toch is de scheepvaart van veel belang. De vloot van het Wolgabekken telde in 19011718 stoom- en 8250 andere schepen met een gezamenlijk laadvermogen van 7,4 millioen ton. De waarde van de vervoerde goederen bedroeg 414 millioen roebel. Bovenaan staan timmer- en brandhout, afvalprodukten van nafta, petroleum en graan; verder meel, zout, ijzer en visch. Het levendigst is het verkeer tusschen Nishnij Nowgorod en Zarizyn. Van de grootsche kanaalstelsi ls vormen dat van W i s j n e-W o 1 o ts j o k, het T i c h w i n- en het Mariakanaal de verbinding met St. Petersburg, terwijl het K anaal van den hertog van W ürttemb e r g de Wolga vereenigt met de Dwina. Van groot belang is ook de visscherij, daar de Wolga één van de vischrijkste rivieren der aarde is. Bij Simsbirsk neemt de doorgaande visscherij een aanvang; men

Sluiten