Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt deze echter vooral beneden Astrakan, aan de riviermonden en op de Kaspische Zee. De belangrijkste visch is eenerzijds de roodvisch (steur, steriet en zalm), anderzijds de witvisch (snoek, blei, karper, baars en haring). In 1901 waren in de visscherij op zee en aan de mondingen 46 576 personen werkzaam, waarbij nog 11 328 personen kwamen van boven- en middeËoop. Gevangen werd 11 685 ton rood- en 114 945 ton witvisch en 28 307 ton haring; verkregen werd 493 427 kg. zwarte en 2 169 851 kg. roode kaviaar. De totale waarde van de vangst bedroeg 21,1 millioen roebel.

Wolgast, een stad in het Pruisische distrikt Stralsund, gelegen aan de Peene, die hier een haven vormt, en aan de spoorwegen naar Züssow en Greifswald, heeft een groote Protestantsche kerk, twee gerestaureerde kapellen, een hoogere burgerschool en telt (1905) 8346 inwoners. Het bezit tabak- en sigarenfabrieken, een gietstaalfabriek, een ijzergieterij, een granietslijperij, een cementfabriek, houtzaagmolens enz. en heeft invoer van Amerikaansch hout en een weinig scheepvaart. Wolgast was in 1295 de residentie der hertogen van Pommeren-Wolgast en behoorde vanaf 1648 aan Zweden. Het werd in 1628 door Wallenstein, in 1630 door de Zweden, in 1637 door de keizerlijke troepen, in 1638 door de Zweden en in 1675 door den Grooten Keurvorst van Brandenburg veroverd. In 1713 werd het door de Russen geplunderd en in asch gelegd, in 1815 kwam het aan Pruisen»

Wolhynië. Zie Volhynië.

Wolkbreuk noemt men een buitengewoon hevigen en plotseling optredenden regenval, die dikwijls gepaard gaat met onweersverschijnselen, terwijl zij dikwijls tot overstroomingen aanleiding geeft. Waarschijnlijk wordt zij veroorzaakt door kleine, maar heftige wervelbewegingen in de atmosfeer. De naam ontstond door de meening, dat de wolken konden breken en dan haar waterinhoud plotseling uitstortten.

Wolke, Christian Heinrich, een Duitsch opvoedkundige van Russische afkomst, geboren te Jever den 218ten Augustus 1741, studeerde te Göttingen en te Leipzig en werd in 1770 medewerker van Basedoio aan diens „Elementarwerk" en in 1774 aan het philanthropinum te Dessau. In 1784 verliet hij deze inrichting en reisde door Skandinavië naar St. Petersburg, waar Catharina II hem vriendelijk ontving. Daar hij hier echter geen vaste positie verwierf, vertrok hij in 1802 naar Jever; later woonde hij te Tharandt, Drcsden en Berlijn, waar hij, vervuld met allerlei opvoedkundige plannen, van letterkundig werk leefde. Hij schreef: „Padagogische Unterhaltungen"(1774—1778), „Erste Kenntnis für Kinder, von der Buchstabenkenntnis bis zur Wiltkunde" (1783), „Méthode naturelle d'instruction"(1784), „Commentarius in tabulas centum elementarcs, aeri incisas a D. Chodovieckio"(2 dln., 1784—1789), „Anweisung, wie Kinder und Stumme zu Sprachkentnissen zu bringen sind"(1804), „Anweisung für Mütter und Kinderlehrer"(1805), „Kurze Erziehungslehre"(1805) en „Sassische ok Ludische gedigte, Sinsproke, Leder etc."(2lle druk, 1816), waarmede hij zijn landgenooten trachtte opmerkzaam te maken op de welluidende klanken der Neder-Saksische taal. Hij overleed den 8sten Januari 1825 te Berlijn.

Wolken, ophoopingen van waterdroppels of ijs¬

naalden, onderscheiden zich van nevel hierdoor, dat zij zich in hoogere luchtlagen bevinden. De gewone oorzaak van wolkenvorming is de opstijgende luchtstroom, die veel waterdamp met zich voert, welke door afkoeling in hoogere luchtlagen wordt gecondenseerd. In nistige lucht heeft dit verschijnsel plaats, als deze door warmtestraling zoover wordt afgekoeld, dat het dauwpunt bereikt wordt. Ook door vermenging van luchtmassa's van verschillende temperatuur en dÏ3 geheel of nagenoeg geheel met waterdamp zijn verzadigd, kan wolkenvorming optreden. De benedenste grens van het gebied, waarin wolken voorkomen, wordt bepaald door de hoogte, waar de luchttemperatuur beneden het dauwpunt daalt. Onder zekere omstandigheden kunnen de waterdroppels door onderkoeli >g nog bij -10° C. bestaan. Hun middellijn in de wolk blijft in het algemeen beneden 0,1 mm. Zij worden zwevend gehouden door de wriji ving van de lucht en de beweging van den opstijgenden luchtstroom, waaraan zij immers in het meerendeel der gevallen hun ontstaan danken. Toch is dit zweven van wolken gedeeltelijk slechts schijnbaar, doordat zij bij het dalen in warmere luchtlagen aan de onderzijde verdampen, terwijl aan de bovenzijde door de toestroomende koude lucht nieuwe condensatie plaats heeft.

De eerste bruikbare indeeling der wolkenvormen is gegeven door Luke Howard in 1803. Hij onderscheidde drie hoofdvormen: cirrus (vederwolk), cumulus (stapelwolk) en stratus (laagwolk), drie tusschenvormen: cirrocumulus, cirrostratus en cumulosiratus (stratocumulus) en eindelijk den nimbus of regenwolk (zie de afzonderlijke artikelen). Ofschoon deze iideeling onvoldoende is gebleken, kon toch geen der talrijke nieuwere classificeeringen haar verdringen, omdat het onmogelijk blijkt alle optredende vormen er in op te nemen. Het Internationale Meteorologen-comité, dat in 1894 te Upsala bijeenkwam, heeft een algemeen geldige indeeling vastgest' ldfeneen „ Intern ationale Wolkenatlas" uitgegeven.

De kennis van de plaatsverandering en de hoogte der wolken is van belang voor het onderzoek van de bewegingen in de atmosfeer. De eerste wordt rechtstreeks of met behulp van den wolkenspiegel (zie aldaar) bepaald; ook worden andere toestellen, zooals de meetkaart van Besson enz. gebruikt. De hoogte wordt gevonden uit waarnemingen met ballons captifs of vliegers of ook uit indirecte verschijnselen, de snelheid door waarnemingen met twee telefonisch verbonden theodolieten of ook door opnamen met phototheo-dolieten, terwijl dan later de platen worden uitgemeten. Een uitgebreide toepassing vonden al deze methoden in het wolkenjaar 1896—1897, toen op een groot aantal plaatsen der aarde internationaal overeengekomen waarnemingen plaats hadden. Een overzicht van de gemiddelde waarden der verkregen resultaten geeft voor enkele wolkenvormen de tabel die op volgende pagina voorkomt.

Hooger dan 20 km. komen wolken slechts uiterst zelden voor. Meestal blijven zij beneden 10 km. Zij treden in verschillende lagen boven elkander op, waartusschen dan bijna wolkenlooze gebieden liggen. Het vermoeden, dat de wolken op groote hoogte, wegens de aldaar heerschende lage temperatuur, niet uit waterdruppels, maar uit fijne ijsnaalden zouden bestaan, is in de laatste jaren bij verschillende luchtballonreizen bevestigd geworden. Deze hoog zwe-

Sluiten