Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de hoogere land- en tuinbouwschool te Proskau en in 1872 hoogleeraar aan de landbouwkundige afdeeling van de technische hoogeschool te München. Hij is de grondlegger van de landbouwnatuurkunde, welke hij met vele belangrijke onderzoekingen verrijkte. Van zijn werken noemen wij: „Der Einflusz der Pfianzendecke und Beschattung auf die physikalischen Eigenschaften und die Fruclitbarkeit des Bodems"(1877), „Üb?r dis Anwendung der El ktrizitat bei der Pflanzenkultur"(1883), „Saat und Pflege der landwirtschaftlichen Kulturpflanzen"(1885), „Die Kultur der Getreidearten" (1887), en „Die Zersetzung der organischen Stoffe und dieHumusbildungen"(1897). Ook publiceerde hij de „Forschungen auf dem Gebiet der Agrikulturphysik"(20 dln., 1878—1898). Hij overleed den 8sten Januari 1901 te München.

Wollong'ong', een versterkte zeehaven in den Britsch-Australischen staat Nieuw-Zuid-Wales, ligt op 78 km. afstand van Sidney, waarmede het door een spoorweg en een regehnatig stoombootverkeer is verbonden, in een weiderijk landschap. Het is de uitvoerhaven van de steenkool der mijnen uit den omtrek. De plaats telt (1901) 3524 inwoners.

Wolmeter. Eriometer of Eirometer. Zie Eriomcter.

Wolof (Dsjolof, Jolof = de zwarten, in tegenstelling tot de Foelbe = de rooden), een Negervolk in de Fransch W. Afrikaansche kolonie Senegal, bewoont de landschappen Oealo, Cayor. Dsjolof, Sine, Saloeni, een gedeelte van Baol en het schiereiland Dakar. Zij zijn donker van huid, hoog van gestalte en hebben zuiver Negroïde trekken. Hun taal staat, ofschoon zij daar de algemeene handelstaal is, geheel geïsoleerd. Meestal Mohammedanen, dikwijls ook Christenen, hebben zij toch vele van hun heidensche gebruiken bewaard. Ofschoon zij in hoofdzaak den landbouw en de veeteelt beoefenen, wonen zij toch in vaste plaatsen. Hun dorpen zijn met een drievoudige rij palissaden omgeven. Waar de Europeesche invloed zich minder heeft doen gelden, zijn zij nog in kasten verdeeld, tusschen welke geen huwelijken plaats hebben. Zij drijven een levendigen handel in Arabische gom, grondnoten, gierst, huiden, ivoor, indigo, was en hout; katoenen stoffen, wapens, gereedschappen en brandewijn worden ingevoerd. Verschillende ambachten, met name het goudsmeden, worden met succes beoefend. Het aantal Wolof schat men op 450 000.

Wologda, een Russisch gouvernement, door de gouvernementen Arcliangel, Olonez, Nowgorod, Jaroslaw, Kostroma, Wjatka, Perm en Tobolsk omgeven, telt op een oppervlakte van 402 732 v. km. 1 341 785 inwoners, bijna alle Groot-Russen en Syrjanen. In het O. lijk gedeelte van dit gouvernement verheffen zich uitloopers van den Oeral, Parma's genaamd. Zij komen voor ten getale van drie, waarvan de Idshid-Parma in den Pos-Is een hoogte van 1683 m. bereikt. Verder dringen de Z.-O.lijke vertakkingen van het Timangebergte tot in Wologda door en loopt door het Z. de Oewaly-keten. Het verder W.waarts gelegenland vormteeneeenvormigevlakte, slechts bij de rivierdalen afgewisseld door hoogere gronden. Het gouvernement is rijk aan water, want het bezit 4800 rivieren, waarvan er echter niet meer dan 15 bevaarbaar zijn. Tot de voornaamste belmoren de Dwina, de Soechona en de Petsjora. Ook zijn er vele meren; het grootste daarvan is het meer Koe-

XVI

binskoje. Het klimaat is guur; de gemiddelde jaartemperatuur bedraagt in de hoofdstad + 2,4° C. De bodemleverteenwei ïig zout en ijzer; ook slijpsteenen worden gedolven. Hij is voor 86,3% bedekt met bosschen, voor 3,6 met grasland; slechts 2,3% is bouwland. Alleen het Z.-W.lijk gedeelte is er voor den landbouw geschikt. De voornaamste produkten zijn: rogge, haver en aardappelen. Ook de vlasbouw is belangrijk. In sommige streken heeft ook de groententeelt (kool, augurken) zich ontwikkeld. Het middelste en het N.lijke gedeelte van Wologda zijn met naaldhoutbosschen bezet, die teer, houtskool, pek, terpentijn, potasch, timmerhout, zwammen en bessen opleveren. De jacht wordt gedreven op rendieren, lynxen, beren, wolven enz. De veestapel bestond in 1904 uit 260 000 paarden, 607 000 runderen, 470 000 schapen en 50 000 varkens. De zuivelbereiding (boter, kaas) is belangrijk. Overigens is de nijverheid weinig ontwikkeld. In 1900 waren er 339 bedrijven met 6480 arbeiders en een productie van 5,4 millioen roebel, waarvan 1,2 millioen roebel voor rekening van de 3 hoogovens komt.

Wologda, de hoofdstad va ï het gelijknamige Russische gouvernement, gelegen op de beide oevers van de Wologda,vormt een kruispunt van de spoorwegen St. Petersburg—Wjatka en Moskou—Archangel, is de zetel van een bisschop, heeft 47 GriekschRussische, een R. Katholieke en een Luthersche kerk, een monniken- en een nonnenklooster, een gymnasium, een seminarium, een hoogere burgerschool, een gymnasium voor meisjes en telt27 855inwoners. Het bezit verschillende fabri 'ken, waaronder 2 jeneverstokerijen en een waskaarsenfabriek, en drijft een levendigen handel in vlas, werk, linnen enz. Vermaard zijn de geciseleerde, met zwart ingelegde zilverwaren. Wologda is de voornaamste stapelplaats voor het verkeer van de Witte Zee naar het binnenland.

Wologda maakte in de 12de eeuw deel uit van de republiek Nowgorod. Sedert 1478 behoorde het aan Moskou. Na de ontdekking van den zeeweg door de Witte Zee in 1553 werd het een hoofdstation aan den verkeersweg Moskou—Archangel. Met de opkomst van St. Petersburg begon het echter achteruit te gaan.

Wolowski, Louis Francais Michel Raymond, een Fransch staathuishoudkundige, geboren den 31sten Augustus 1810 te Warschau, nam in 1830 deel aan den Poolschen opstand en trok, toen deze gedempt werd, met zijn vader naar Parijs, waar hij zich in 1836 liet naturaliseeren. In 1834 stichtte hij de „Revue de législation et de jurisprudence", werd in 1839 professor in de nijverheidswetgeving aan het Conservatoire des arts et métiers en werd in 1848 gekozen tot lid van de Constituante, waar hij zich aansloot bij de gematigde republikeinen. In de Wetgevende Vergadering, waarin hij in 1849 was gekozen, toonde hij zich voorstander van een behoudende staatkunde. Na den staatsgreep van December 1851 keerde hij tot het ambtelooze leven terug. In 1852 stichtte hij het Crédit foncier, werd in 1855 lid van de Académie des sciences morales et politiques en volgde in 1864 Blanqui als hoogleeraar in de staathuishoudkunde aan genoemd conservatorium op. Sedert 1871 lid van de Nationale Vergadering, steunde hij Thiers-, in 1875 werd hij benoemd tot senator. Van zijn geschriften vermelden wij: „Mobilisation du crédit foncier"(1839), „De 1'orga isation du travail" (1845), „Etudes d'économie politique et statistique"

16

Sluiten