Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(1848), „De 1'organisation du crédit foncier"(1849), „La question des banques"(1864), „Enquête sur les principes et les faits généraux qui régissent la circulation monétaire et flduciaire"(1866), „La question monétaire"(2de druk, 1869), „Le change et la circulation"(1869) en „L'or et l'argent"(1870). Hij overleed den 16del1 Augustus 1876 te Gisors.

Wolseley, Garnet Joseph, viscount o/ Cairo, een Britsch generaal, geboren den 4den Juni 1833 te Golden Bridgehouse in het graafschap Dublin, trad in 1850 als vaandrig bij de infanterie in dienst en nam deel aan den oorlog in Birma, waarin hij tot luitenant bevorderd werd. Den Krimoorlog maakte hij mede als i''gerieur. In 1857 onderscheidde hij zich in Britsch-Indië in de gevechten bij Lakhnau; bij het einde van den oorlog werd hij op zijn 26sten verjaardag bevorderd tot majoor. In 1860 nam hij deel aan de bestorming van Peking en van 1861— 1870 diende hij bijna onafgebroken in Canada. Toen in 1873 de oorlog tegen de Ashanti uitbarstte, werd Wolseley aan het hoofd der expeditionaire troepen geplaatst. Den 5"611 Februari 1874 veroverde hij Koemassi, de hoofdstad der Ashanti en dwong deze tot onderwerpi g. Als belooning werd hij bevorderd tot generaal-majoor en kreeg hij een schenking van £ 25 000. In 1875 werd hij gouverneur van Natal, in 1876 lid van den Raad van Indië en in 1878 gouverneur van Cyprus. In Mei 1879 benoemd tot civiel en militair gouverneur van Natal en Transvaal, werd hem het opperbevel in den Zoeloe-oorlog opgedragen. Hij nam in Augustus Cetewayo en in December het stamhoofd Sekokoeni gevangen en regelde de reorganisatie van het verdeelde Zoeloeland onder Engelsche opperhoogheid. In Maart 1880 keerde hij, benoemd tot generaal-kwartiermeester, terug naar Engeland. Hier werd hij in Maart 1882 adjudant-generaal bij het mi isterie van Oorlog; en in Juli daaraanvolgende werd hij aan het hoofd geplaatst der expeditie naar Egypte. Den 13den September overwon hij bij Teil el Kebir, waarmede de opstand gebroken was. Hij keerde den 30sten October naar Engeland terug, waar hij tot peer met den titel van lord Wolseley of Cairo werd verheven. Minder gelukkig was hij bij het ontzet van Chartoem en de reddi-g van Gordon. Toch verkreeg hij als belooni >g den titel van viscount. In 1890 voerde hij het bevel over de troepen in Ierland, in 1894 werd hij veldmaarschalk en in 1895 volgde de benoeming tot opperbevelhebber van het geheele Britsche leger, welk ambt hij tot 1900 bekleedde. Van zijn geschriften noemen wij: „The soldier's pocket-book for field service" (5ae druk, 1886), „Narrative of the war with China in 1860"(1862), „The system of field manoeuvres"(1872), „France as a military power in 1870 and 1878"(1878), „Life of the duke of Marlborough"(2 dln., 1894), „Decline and fall of Napoleon" (1895), „The story of a soldier's lif "(2 dln., 1903), een autobiografie en den roman „Marley Castle"(2 dln., 18771.

Wolsey, Thomas, een Engelsch geest»lijke en staatsman, werd geboren te Ipswich in 1474 of 1475, studeerde te Oxford in de godgeleerdheid, werd op aanbeveling van Fox, bisschop van Wi"cli< ster, hofkapelaan en volbracht in 1506 een g< lukkige diplomatieke zending naar keizer Maximiliaan te Brugge. In het bijzonder echter was hij de gunst li g van HendrikVIII,iie hem in 1509 tot aalmoezenier en in 1510 tot lid van den geheimen raad benoemde. In

1513 verkreeg hij het bisdom Doornik, in 1514 Lincoln, werd in hetzelfde jaar aartsbisschop van York en i 11515 kardinaal, lórd-kanselier van Engeland en leider der regeeri g. Zijn staatkunde, welke zich bewoog in de banen door Hendrik VII aangegeven en die vooral vredelievend was, verschafte den Engelschen handel vrijheid van bewegi"g en verzekerde Engeland door voorbeeldige diplomatie een eerste plaats onder de Europeesche rijken. In de binnenlandsche staatkunde werkte hij aan de uitbreiding an bevestigi'-g van het absolute koningschap. Onder zijn bewind werd slechts éénmaal (1523) het Parlement bijeen geroepen. Tegelijkertijd wist hij zijn eigen belangen te behartigen. Hij gaf aan Frans I Doornik terug voor een jaargeld van 12000 livres. De paus benoemde hem in 1518 tot legaat a latere met uitgebreide rechten en een jaargeld van 7500 dukaten. Op willekeurige wijze vereenigde hij de rijke bisdommen Durham en Winchester met het

aartsbisdom York, hiel de abdij van St. Albans op en schroomde niet, zich vele andere inkomsten toe te eigenen. Zijn inkomsten werden daardoor bijna zoo groot als die der kroon, maar zijn weelde overtrof verre die der meeste koningen. Nadat hij langen tijd geaarzeld had om partij te kiezen tusschen Frans 1 en Karei V, die hem beiden met ^gunstbewijzen overlaadden, sloot hij eindelijk in 1521 met den keizer, die hem een rijk jaargeld waar¬

borgde en het uitzicht op

de pauselijke waardigheid opende, een verbond en verklaarde Frankrijk den oorlog. Daar echter Karei noch de plannen van Hendrik VIII tot bemachtiging der Fransche kroon ondersteunde, noch bij een herhaalde ontruiming van den pauselijken stoel zijn invloed ten gunste van Wolsey aanwendde, sloot deze in 1525 vrede met Frankrijk en verklaarde in 1528 zelfs den oorlog aan den keizer, welke antiHabsburgsche staatkunde mede geïnspireerd werd door den wensch van Hendrik VIII om zich van zijn gemalin, Catharina van Araqon, de tante van den keizer, te scheiden. Wolsey leidde de onderhandelingen daarover met den paus. Toen hij deze niet tot een goed ei de vermocht te brengen viel hij in October 1529 in ongenade, moest zijn prachtig paleis, later als Wliit 'hall bekend,verlaten en zijn goederen aan den koning afstaan. Hij werd verbannen naar het aartsbisdom York, maar op zijn weg daarheen, aangiklaagd van hoogverraad, gevangen genomen om naar Londen te worden gebracht. Hij overleed onderweg den 29sten November 1530 in de abdij LeicestT.

Wolsk (eigenlijk Wolshsk), een plaats in het Russische gouvernement Saratow, in een fraaie oingevi g, door st' ile rotsgevaarten omringd, op den rechter Wolgaoever en aan den spoorweg Rjasan— Oeralsk gelegen, heeft 5 kerken, een hoogere burgerschool, een kweekschool voor onderwijzers, een progymnasium, een tui: bouwschool, een gymnasium voor nn isjes en eenige fabrieken en telt (1900) 27 572 inwoners. De plaats is het middelpunt van een uit-

Thomas Wolsey.

Sluiten