Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebreide groenten- en vruchtenteelt en drijft een levendigen graanhandel, welke door een rivierhaven wordt bevorderd.

Wolspinnerij. Zie Spinnen.

Wolter, Charlotle, een Duitsch tooneelspeelster, geboren te Keulen den l8ten Maart 1834, trad voor het eerst op te Boedapest en verkreeg in 1859 een engagement aan den Victoriaschouwburg te Berlijn, waar zij tot 1861 werkzaam was. In 1861 werd zij verbonden aan den Thaliaschouwburg te Hamburg, maar reeds in 1862 girg zij over naar den Hofburgschouwburg te Weenen, waar zij uitblonk in de vertolking der rollen van tragische geliefden en heldinnen. Tot haar voornaamste scheppingen behooren: Ardienne Lecouvreur, Phaedra, Maria Stuart, Orsina, Iphigenie, Adelheid, Lady Macbeth en Clara in „Marie Magdalene". Het meest schitterde zij in het treurspel van het moderne Weener classicisme; in Grillparzefs „Hero", „Sappho" en „Medea," vooral ook in „Messalina" van Wilbrant. Sedert 1876 was zij gehuwd met den graaf O'Sullivan. Zij overleed den 14den Juni 1897 te Hietzing bij Weenen.

Wolterbeek, Constanlijn Jóhan, vice-admiraal in Nederlandschen dienst, geboren te Steerderen in Gelderland den 6den April 1766, werd in 1782 als kadet geplaatst op het schip „Schiedam", waarmede hij een re is om de Noord volbracht, was in 1783 luitenant-titulair op de „Bellona", keerde in 1785 van een rris terug en zag zich als luitenant effectief overgeplaatst op het trarsportschip „Snoek", bestemd naar de Middellandsche Zee. Later deed hij een reis derwaarts met de brik „De Zeeuw", vertrok vervolgens naar Oost-Indië en woonde er een expeditie bij op de Molukken. In 1794 vertrok hij uit Nederland op de „Brakel" om een koopvaardijvloot naar Indië te begeleiden, liep te Plymouth binnen on werd aldaar gevangen gehouden, doch later voorloopig op zijn woord ontslagen. Nadat hij in 1798 was uitgewisseld, werd hij in 1799 tot kapitein-terzee bevorderd, diende tot 1801 onder den viceadmiraal De Winter, maar volbracht daarna met het eskader van den vice-admiraal Hartsinck een reis naar Amerika. Na zijn terugkeer werd hij belast met het onderwijs van jongelieden op het fregat „Euridice". Na de inlijvi: g van Nederland in het keizerrijk nam hij zijn ontslag, maar trad in 1813 weder in dienst, werd in 1814 benoemd tot kommandeur van den Breeden Wimpel, tot bevelhebber der vloot in Oost-Indië bestemd en in 1816 met het ridderkruis der Militaire Willemsorde 3de klasse begiftigd. Weldra werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht, bewees in onze overzeesche bezittingen groote diensten, werd in 1823 bevelhebber van het eskader in de Middellandsche Zee, ontvir.g de orde van den Nederlandschen Leeuw, ruimde vele moeilijkheden met Tripolis en Tunis uit den weg, keerde in 1828 naar Nederland terug, werd in 1830 directeur-generaal en commandant der marine in het departement van de Zuiderzee, ontving in 1844 pensioen en overleed in 1845.

Wolters, Jóhann Hermann Gerhard, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Kleef in 1777, verloor op jeugdigen leeftijd zijn vader, vertrok daarop met zijn moeder naar Amsterdam, waar hij het gymnasium bezocht, studeerde te Harderwijk, werd op 20-jarigen leeftijd rector der Latijnsche school te Dokkum, toen praeceptor te Groningen,

vervolgens conrector te Harderwijk en in 1813 hoogleeraar in de wijsbegeerte en lett 'ren te Groni"gen. In het academiejaar 1828—1829 bekleedde hij er het rectoraat. Hij overleed den 30atcn Maart 1840.

Wolters, Willem Pieter, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Leiden den 25sten Augustus 1827, studeerde in de godgeleerdheid, was achtereenvolgens predikant te Hansbrork, Grootebro< k, Schagen en Harli gen en werd daarna leeraar aan de scholen voor middelbaar en hooger onderwiis te Leiden. Hij schreef: „Adolf Versluis"(1869), „Beatriee"(1874), „Het laatste oordeel van Lucas van Leiden"(1874), „Uit het Friesche zeemansleven" (1875), „De voorzoon"(1877), „Anna de Ronde" (1879), ,,Transalpina"(1883), „Een artistiek klaverblad"(1885), „Lucretia d'Esto"(2 dln., 1888), „Uit de H(illa'idsche school" (1889) en „Uit Stad en Lard" (1891), verder schreef hij artikelen in tijdschriften en leverde met H. C. Rogge een nieuwe uitgave van „Bataafsch Arcadia" van Heemskerk. Hij overleed den 19den Juli 1891 te Grafenberg bij Diisseldorf.

Wolters, Naamlooze vennootschap J. B , een uitgeversmaatschappij, is gevestigd te Groni: gen en werd opgericht in 1906. Het doel der vennootschap is de voortzetti g en uitbreiding der uitgeverszaak en boekdrukkerij, zooals deze werd gedreven onder de firma J. B. Wolters. Reeds in 1836 had J.B.Wolterszich te Groni-gen als uitgever gevestigd. Door hem werd opgeleid zijn zwager E. B. ter Horst, die in 1861 de zaak overnam en onder den ouden naam voortzette. In diens school werden gevormd zijn oudste zoon, E. B. ter Horst Jr., welke in 1894 de firma overnam, en C. P. Wolthers, welke na het overlijden van E.B. ter Horst Jr., bij de omzetting der zaken in de naamlooze vennootschap in 1906, met B. A. G. Ubink als directeur optrad. Commissarissen der vennootschap werden de eenige aandeelhouders Mr. F. R. ter Horst te 's Gravenhage en A. ter Horst te Schiedam.

Sedert de oprichting in 1836 ligt de hoofdwerkzaamheid der firma op 't gebied van het onderwijs en van wetenschappelijke uitgaven. Met den vooruitgang der techniek hield het uiterlijk van haar uitgaven gelijken tred. In de schooluitgaven konden hierdoor de enkele houtsneden vervangen worden door een groot aantal zwarte illustraties, welke, in aansluiti g aan den tekst, door bekende illustrators werden ge teekend, in andere uitgaven konden talrijke cliché's worden opgenomen naar oude prenten („Platenatlas der Vaderlandsche Geschiedenis" door Dr. A. J. van der Meulen e. a.) of naar foto's, genomen in ziekenhuizen {Dr. B. J. Kouiver „Kraamverpleging", li. de Snoo, „Leerboek Verloskunde" e. a.), in laboratoria (Dr. A. F. Holleman „Organische en anorgai ische chemie" e. a.), in andere werelddeelen (de aardrijkskundige leerboeken van P. R. Bos — J. F. Niermeyer e. a.) enz. Voorts gaf de volmaki g der dri ■- en vi rkleurendruk g< 1 genheid de in alle opzichten voor kinderen duidelijker en aan trekkelijker gekleurde plaatjes op te nemen, zooals o.a. in de bekende series leesboekjes van Jan L/igthart en H. Scheepstra, en gaf de groote vooruitga- g der steer drukkunst schilders, als W. C. C. Bleckmann, J. Hoynck van Papendrecht, J. H. Jurres, J. J. R. de Wetstein Pfister e. a. aatikidi g voor de talrijke schoolplaten op het gebied van aardrijkskunde, zoowel van Nederland als Lisulinde, geschie

Sluiten