Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis, aanschouwingsonderwijs en natuurlijke historie aquarellen te vervaardigen. Ten slotte maakten de moderne bindmachines liet mogelijk vele schooluitgaven zonder belangrijke prijsverhooging gebonden in den handel te brengen, terwijl de uitgaven als Dr. G. Kaljf „Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde", Dr. H. van Gelder „Algemeene Geschiedenis", Mr. M. Polak, „Hai.dboek voor het Nederlandsche handelsrecht" met de hand gebonden worden, en maakten de nieuwste drukpersen het haar doenlijk hare uitgaven en met name hare woordenboeken der oude en nieuwe talen scherp af te d nikken.

Woltjer, dr. Jan, in 1849 geboren te Groningen, promoveerde in 1877 te Groningen op een proefschrift, getiteld: „De Lucretii philosopliia cum fontibus comparata", was achtereenvolgens leeraar te Leiden en te Groningen en is sedert 1881 hoogleeraar aan de Vrije Universiteit ia Latijn, Greksch en paodagogie. In 1902 werd hij lid van de Kon. Academie van Wetenschappen en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, in 1903 lid en voorzitter d r „I ïeenschakelingscommissie." Zijn voornaamste werken zijn: „De summi philologi imagine cuique philologiae studioso spectanda" (inaugureele rede, 1881), „Latijnsche grammatica" (1884), „Overlevering en critiek" (rectorale reden 1886), „Wat is het doel van het christelijk nationaal schoolonderwijs?" (1887), „Pontius Pilatus. Eene studie" (1888), „De wetenschap van den logos" (rectorale rede, 1891), „Grieksche grammatica" (1892), „Ideëel en reëel" (rectorale rede, 1896), „Herodes. Eene studie"(1898), (metanderen)„Leerdwang. Rapport aangeboden aan de Vereeniging voor christelijk nationaal schoolonderwijs" (1898), „Begrip en norm in de literatuur" (rectorale rede, 1901), „De eerste vijf-en-twintig jaren der Vrije Universiteit" (rede, 1905), „Het woord, zijne oorsprong en zijne uitlegging"(1908), „Serta romana. Poetaram decem latinorum carmina selecta" (4de uitg. 1909), met anderen) „Het onderwijs in Nederland" (1910).

Woltmann, Reinhard, een Duitsch waterbouwkundige, giboren iu 17B7 te Axstedt in Hannover, werd in 1786 geplaatst als opzichter bij de waterwerken van het ambt Ritzebüttel, was van 1792 tot 1836 directeur van dtn waterstaat in Hamburg en overleed den 20sten April 1837. Hij maakte zich o.a. verdienstelijk door een regeling van de Elbe en door de uitviadi g van den „Woltmannschen vleugel", een instrument tot het meten van de stroomsnelheid. Hij schreef: „Beitrage zur hydraulischen Architektur"(4 dln., 1791—1799), „Beitrage zur Baukunst schiffbarer Kanale"(1802), „Über das baurechtliche Verfahren bei Verbesserung der Flüsse" (1820) en „Beitrage zur Schiffbarmachung der Flüsse"(1826).

Woltmann, Karl l/udwig von, een Duitsch geschi dschrijver, geboren te Oldenburg den 9dcn Februari 1770, studeerde te Göttingen eerst in de rechten en daarna in de geschiedenis, werd in 179B hoogleeraar in de geschiedenis te Jena en in 1799 te Berlijn, waar hij in 1800 de „Zcitschrift für Geschiclite und Politik"(tot 1805) stichtte. In 1800 werd hij er resident van den landgraaf van Hessen-Homburg, in 1804 gevolmachtigde van den keur-aartskanselier en in 1806 ook van de steden Bremen, Hamburg en Neurenberg, in welk jaar hij in den adelstand werd opgenomen. Toen echter de slag bij Jena een einde

maakte aan zijn diplomatische werkzaamheid, wijdde hij zich uitsluitend aan de beoefening der letteren. Na den slag bij Lützen (1813) moest hij de wijk nemen naar Praag, daar hij, vroeger een voorstander van Napoleon I, zijn diensten had aargeboden aan minister Von Stein. Hij overleed te Praag den 19den Juni 1817. Wij vermelden van zijn talrijke werken: „Geschichte der Deutschen in der sachsischen Periode"(dl. 2, 1794), „Geschichte Groszbritanniens" (dl. 1, 1799), „Geschichte des Westfalischen Fiiedens"(2 dln., 1809), „Geschichte der Reformation" (3 dln., 1800—1802), „Geschichte Frankreichs" (1797), „Geschichte Böhmens"(2 dln., 1815), „Kleine historische Schriften"(2 dln., 1797) en „Die Memoiren des Freiherrn von S-a"(3 dln., 1815). Zijn echtgenoote gaf na zijn dood een uitgave van zijn gezamenlijke werken in het licht (12 dln., 1818— 1821).

Woltmann, Karoline von, de echtgenoote van den voorgaande, een dochter van dpn geheimraad en geneeskundige Stosch, werd geboren den 6dcn Maart 1782, was van 1799—1804 gehuwd met Karl Müchler en trad in 1805 met Von Woltmann in het huwelijk, met wien zij veel samenwerkte. Zij bleef na het overlijden van haar echtgenoot eerst te Praag, maar vestigde zich later te Berlijn en overleed aldaar den 18den November 1847. Van haar geschriften vermelden wij: „Volkssagen aus Böhmen"(2 dln., 1815), „Neue Volkssagen der Böhmen"(1820, 2de druk. 1835), „Historische Darstellungen"(1820), „Marie und Walpurgis"(2 dln., 1817), „Die Bildliauer"(2 dln., 1829), „Der Ultra und der Liberale und di' weisze Frau"(1832), „Menschen und Gegenden"(2 dln., 1835) en „Uber Beruf, Verhaltnis, Tugendund Bildung der Frauen"(1820). Haar vertellingen en gedichten zijn met die van haar echtgenoot tezamen gedrukt in: „Karl und Karoline von Woltmanns Schriften"(5 dln., 1806—1807).

Woltmann, Alfred, een Duitsch kunstkenner, geboren den 18den Mei 1841 te Charlottenburg, studeerde te Berlijn en te München, promoveerde in 1863 te Breslau en woonde vervolgens te Berlijn. Sedert den herfst van 1867 tot Augustus 1868 was hij werkzaam als privaatdocent aan de universiteit te Berlijn, vertrok daarop als gewoon hoogleeraar in de kunstgeschiedenis naar de polytechnische school te Karlsruhe, met Paschen van 1874 naar de universiteit te Praag en in het najaar van 1878 naar Straatsburg. Hij overleed te Mentone den 6den Februari 1880. Hij schreef: „Holbein und seine Zeit" (2 dln., 1866, 2de druk, 1873—1876), „Die deutsche Kunst und die Reformation"(2de druk, 1871), „Baugeschichte Berlins"(1872), „Geschichte der deutschen Kunst im Elsasz"(1876), „Die deutsche-Kunst in Prag"(1877), „Geschichte der Malerei"(1878, na zijn dood voltooid door Woermann) en „Aus vier Jahrhunderten niederlandiscli-deutschen Kunstgeschichte"(1878). Verder schreef hij o.a. een aantal biografieën in „Kunst und Künstler" van Dohmc.

Woltmann, Ludwig, een Duitsch anthropoloog, geboren den 18den Februari 1871 te Solingen, studeerde te Marburg, Bonn, München, Berlijn en Freiburg, vestigde zich als oogarts te Barmen en deed daarna een reis door Egypte, Palestina, Syrië, Griekenland en Italië. Na zijn terugkeer was hij geneesheer en leeraar in de gezondheidsleer en de anthropologie te Haubinda (Saksen-Meiningen). In 1902 richtte hij de „Politisch-antkropologische Re-

Sluiten