Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vue" op, waarna hij zich uitsluitend aan zijn onderzoekingen wijdde. Zijn eerste publicaties hadden betrekking op wijsgeerige en maatschappelijke vraagstukken. Wij noemen: „Systnm des moralischen Bewuszts°ins"(1898), „Die Darwi"sche Theorie und der Sozialismus"(1899) en „Der historische Materialismus"(1900). Het terrein van zijn eigenlijk levenswerk betrad hij met „Politische Anthropologie" (1903). Zijn verdere onderzoekingen hadden ten doel, de grondgedachten van dit boek rader uit te werken en daardoor, althans voor kleinere gebieden, het bewijs te leveren, dat de geschiedkundige bewegingen onder de volkeren bepaald worden door de verhoudingen der rassen onder hen. Op deze onderzoekingen hebben de beide werken: „Die Germanen und die Renaissance in Italiën"(1905) en „Die Germanen in Frankreich"(1907) betrekking. Woltmann verdronk den 30sten Januari 1907 te Sestri-Levente aan de Riviera.

Wolvega, een aanzienlijk dorp in de Friesche gemeente Weststellingwerf, waarvan het de hoofdplaats is, ligt aan den grooten weg van Heerenveen naar Zwolle, terwijl er een station is van de spoorlijn van Leeuwarden naar Meppel. Het ligt in een bekoorlijke omgeiing te midden van bosch, bouwland en weiden. Er is handel, vooral in boter, en nijverheid. De voornaamste gebouwen zijn: het gemeentehuis, de Hervormde kerk, de Katholieke kerk en het landhuis Lindenoord, vroeger bewoond door Onno Zwier van Haren. Wolvega wordt in 1399 voor het eerst vermeld.

Wolverhampton, een stad en graafschap in het binnenland van Engeland, 21 km. ten N.W. van Birmingham, ligt te midden van steenkoolmijnen en ijzersmelterijen. Men vindt er een kerk uit de 15de eeuw, een nieuw stadhuis, een museum met een kunstschool, een beurs, een korenbeurs, een Latijnsche school, een paar ziekenhuizen, een gedenkteeken van prins Albert en (1901) 94187 inwoners. Er is veel nijverheid. Wolverhampton is het middelpunt van de slotenmakerij; verder vervaardigt men er werktuigen, vijlen en andere voorwerpen van ijzer en staal, voorwerpen van messing, rijwielen, machines, natuurkundige instrumenten, electrische toestellen, laarzen enz. Totl888behoorde Wolverhampton tot het graafschap Stafford.

Wolverlei (Arnica) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Saamgesteldbloemigen (Compositae). Het onderscheidt zich door in twee kransen gerangschikte, lancetvormige, spitse omwindselblaadjes, een gewelfden bloembodem zonder strooschubben, lintvormige, vrouwelijke straalbloemen, buisvormige, tweeslachtige schijf bloemen, rolronde, fijn gesleufde vruchtjes, met korte, opstaande borstels en gele kliertjes bezet, stijfharig vruchtpluis en gele bloempjes. In ons land vindt men op hooge, veenachtige heidevelden het gewoon wolverlei of valkruid (A. montana L.), een overblijvend kruid met oningesneden bladeren, gedeeltelijk tot een wortelrozet vereenigd, gedeeltelijk aan den stengel tegenovergesteld en met groote bloemhoofdjes aan de stengelknoppen. De bloemen van deze plant (Flores Arnicae) worden van ouds onder de geneeskrachtige middelen gerekend, alsook haar wortels (Radices Arnicae).

Wolzog-en, Lodewijk, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Amersfoort in 1633, studeerde te Utrecht in de theologie en reisde vervolgens in

Frankrijk, Italië, Duitschland en Zwitserland, waar hij verschillende hoogescholen bezocht en inzonderheid te Genève geruimen tijd vertoefde. Na zijn terugkeer werd hij predikant bij de Waalsche gemeente te Groningen, toen te Middelburg en daarna te Utrecht, waar men hem tevens tot buitengewoon hoogleeraar benoemde. In 1670 werd hij gewoon hoogleeraar doch begaf zich weldra in die betrekking naar Amsterdam, waar hij den 308ten November 1690 overleed. Hij schreef o. a.: „De scripturarum intprprete contra exercitatorem paradoxum" (1668), „Fides orthodoxa"(1668), „Apologie pour la synode de Naarden"(1697), „Orator sacer sive de ratione concionandi"(1671) en „Explication de la prière, que 1'on appelle la confession de pécher" (1700).

Wolzogen, Karoline von, een Duitsch schrijfster, een dochter van den opperjachtmeester Von Lengefeld, werd geboren den 3den Februari 1763 te Rudolstadt, ontving een zorgvuldige opvoeding en trad reeds op 16-jarigen leeftijd in het huwelijk met Von Beulwitz, geheimraad te Rudolstadt, maar liet zich in 1794 van hem scheiden. Op haar richting als schrijfster had Schiller, dien zij in 1787 had leeren kennen, en die later met haar zust°r in het huwelijk trad, veel invloed. In Augustus 1796 trad Karoline in het huwelijk met Wilhelm von Wolzogen, opperhofmeester te Weimar, een vriend van Schiller. Als dichteres trad zij het eerst op met den roman „Agnes von Lilien"(2 dln., 1798), die anoniem verscheen en door velen voor een werk van Goetlie werd gehouden. Toen haar echtgenoot in 1804 tot geheimraad en lid van het Kabinet werd benoemd, kwam Karoline in aanraking met het Hof te Weimar, maar na het overlijden van haar eenigen zoon uit het tweede huweiijk (1825) vertrok zij naar Jena. Hier schreef zij: „Erzahlungen"(2 dln., 1826—1827), „Cordelia" (2 dln., 1840) en „Schillers Leben"(2 dln., 1830, laatste druk 1903). Zij overleed te Jena den li0''11 Januari 1847. Haar letterkundige nalatenschap verscheen van 1848—1849 in 2 dln. (2de druk, 1867).

Wolzogen, Ludwig Julius Adolf Friedrich, vrijheer von, een Duitsch krijgsman, een zwager van do vorige, geboren te Mei;ürgen clen 4den Februari 1773, bezocht in 1781 de Karlsschool te Stuttgart, trad in 1792 als luitenant in Württembergschen en in 1794 in Pruisischen dienst, belastte zich in 1802 met de opvoeding van den ouelsten zoon van hertog Eugenius van Württemberg, werd in 1805 majoor, vleugeladjudant en kamerheer en nam als kwartiermeestergeneraal deel aan den veldtocht van dat jaar. Hoewel in 1806 tot luitenant-kolonel en kommandant van de garde-r fanterie bevorderd, ging hij in 1807 wederom over in Pruisischen en na den Vrede van Tilsit in Russischen dienst. Hij nam in 1813 deel aan de reorganisatie van het Duitsche leger en werd in hetzelfde jaar chef van den generalen staf van het 3<ie legercorps bij den veldtocht naar Nederland. Gedurende het Congres te Weenen trad Wolzogen weder in Pruisischen dienst en werel met de militaire opvoeding der Pruisische prinsen belast en ontving in 1817 een benoeming tot militair commissaris van wege Pruisen bij de Duitsche Bondsvergadering. In 1820 werd hij luitenant-generaal en in 1836 als generaal der infanterie gepensioneerd. Hij overleed te Berlijn den 4den Juli 1845. Zijn „Memoiren" zijn door zijn zoon uitgegeven (1851).

Wolzogen, Alfred, vrijheer von, een Duitsch schrij-

Sluiten